reflectie78(1-2).vp
Een hedendaagse extinctie-these Mortal minds van Gerald Woerlee Titus Rivas* ‘Mortal Minds’ van anesthesioloog Gerald Woerlee is een goed geschreven, helder geformuleerd en zakelijk pleidooi voor de zogeheten extinctie-these, de theorie dat er geen on- sterfelijke ziel en geen leven na de dood bestaan. Drs. Woerlee stelt de posities van zijn opponenten echter consequent verkeerd voor. Hij verwart al dan niet aannemelij- ke sceptische hypothesen met sluitende bewijzen voor zijn sceptische visie. En hij gebruikt bijna uitsluitend sceptische bronnen over empirisch bewijsmateriaal tegen zijn theorie, zonder gedetailleerd in te gaan op de harde kern van dit mate- riaal. Het boek biedt desondanks interessante wetenswaardig- heden en kan gebruikt worden als bron over sceptische mis- vattingen. Het bevestigt dat sceptici in het algemeen niets kunnen beginnen met parapsychologische fenomenen. Inleiding Mensen die belangstelling hebben voor paranormale ver- schijnselen, stuiten vroeg of laat op het fenomeen van de zoge- heten sceptici. Dit zijn doorgaans ontwikkelde lieden die beweren zonder vooringenomenheid kennis te hebben geno- men van de parapsychologische literatuur. In de praktijk wijzen de meeste sceptici het bestaan van paranormale ver- schijnselen echter al bij voorbaat af, waardoor ze ook wel bekend staan als debunkers. Iedereen die het niet met deze de- structieve aanpak eens is, verdient het volgens veel sceptici als irrationeel of regelrecht krankzinnig te worden aangemerkt. Er is echter ook een aantal sceptici dat in essentie dezelfde me- thode hanteert, maar zonder daarbij ook nog hun opponenten persoonlijk af te willen branden. Een voorbeeld hiervan lijkt de in Australië opgegroeide anesthesioloog drs. Gerald M. Woerlee, in Leiden. In zijn prettig leesbare Mortal Minds: a biology of the soul and the dying experience 1 richt deze auteur zich volledig op de te bespreken onderwerpen, in plaats van denigrerend op de man te spelen. Woerlee is een voorstander van de zogeheten extinctie- these, dat wil zeggen de theorie dat er geen onsterfelijke ziel en dus ook geen leven na de dood bestaan. Deze theorie be- staat in feite al duizenden jaren en kwam onder meer al voor bij de Griekse en Romeinse volgelingen van Epicurus en bij klassieke materialistische Indiase en Chinese filosofen. Sedert de Verlichting heeft de extinctie-these opgeld gedaan in ge- leerde westerse kringen, doordat wetenschappelijk en rationeel denken daarbinnen hoe langer hoe meer gelijkgesteld werd aan het wijsgerig materialisme. In de seculiere, ‘rationalis- tisch’ humanistische traditie wordt zo van oudsher ook ge- tracht een menswaardig en positief wereldbeeld te formuleren, waarin de realiteit van een hiernamaals wordt verworpen. In dit artikel zal ik beknopt stilstaan bij Woerlees betoog in Mortal Minds . Overigens is dit geen zware klus voor me ge- weest, doordat de auteur zijn argumentatie steeds zeer helder en overzichtelijk presenteert en bovendien zo vriendelijk is geweest mij per e-mail nog wat extra informatie te verschaf- fen, waarvoor bij dezen mijn dank. Argumenten Het leeuwendeel van Mortal Minds bestaat uit een bespreking van de argumenten van voorstanders van de theorie dat er een leven na de dood is. De manier waarop de auteur deze argu- menten uiteenzet, is zoals gezegd glashelder, maar met alleen helderheid kom je er nog niet in intellectuele discussies. Gerald Woerlee stelt de argumenten van zijn tegenstanders voor een belangrijk deel fundamenteel verkeerd voor. Zo maakt hij van de stelling dat de ziel het lichaam bezielt, een stelling dat het lichaam in de biologische zin een ziel nodig heeft om te kun- nen leven ( hoofdstuk 5 ). Daar brengt hij vervolgens o.a. tegenin, dat afzonderlijke organen ook los van een lichaam in leven ge- houden kunnen worden. Het idee dat de ziel het lichaam in le- ven houdt, is echter nog iets anders dan de notie dat er een ziel nodig is, opdat een mens bij bewustzijn is. De eerste gedachte kwam vroeger zeker vaak voor bij aanhangers van de gedachte van een onsterfelijke ziel, maar sinds Descartes wordt er terecht een veel scherper onderscheid gemaakt tussen lichamelijk leven en geestelijk leven. Met andere woorden, juist in wetenschappe- lijke discussies over een leven na de dood hoort de stelling, dat er een ziel nodig is voor puur lichamelijk leven, tegenwoordig geen (of nauwelijks een) rol te spelen. Iets dergelijks geldt wanneer Woerlee doet alsof aanhan- gers van de onsterfelijkheidstheorie uitgaan van een ziel die op geen enkele manier beïnvloed kan worden door het brein ( hoofdstuk 6 ). Bijna alle hedendaagse aanhangers geloven in werkelijkheid in een wisselwerkin g tussen geest en hersenen, zodat ook dit een verkeerde voorstelling van zaken is. Overi- gens stelt Woerlee zelfs, dat wereldreligies beweren dat er geen somatogene invloeden op de geest bestaan, terwijl er bij- voorbeeld in de Bijbel meer dan eens melding wordt gemaakt van dronkenschap. Abusievelijk interpreteert hij ook een reli- gieuze uitspraak over de onaantastbaarheid van de ziel op deze manier ( blz. 67 ). Terwijl de uitspraak niet gaat over het be- wustzijn, maar over het subject van het bewustzijn (het ‘ik’). Ook al worden we stomdronken als we te veel drinken, we blijven nog steeds dezelfde persoon, hetzelfde subject. In die zin kan de dronkenschap ons als geestelijk subject niet deren, want hoe dronken we ook worden, we blijven onszelf. We raken hier aan het thema van het (personalistisch) substan- tialisme , dat volledig onbesproken blijft in Woerlees boek. 34 Reflectie 1 (1-2) september 2004 Wetenschap en Spiritaliteit
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=