Reflectie1(3).vp
De stilte van de duisternis Frits Moers Kerstmis: religieus en vooral mystiek Inwijdingsfeest. Kerstmis: Licht, Vrede, Geboorte, … Wel graag met een hoofdletter. Kerstmis: er heersen een akelige stilte en een gespannen rust tussen oorlogvoerende partijen, vanwege een kerstbestand. Na achtenveertig uren is dat weer voorbij. Ook de kerstdi- ners zijn dan weer achter de rug, indien we daaraan konden, mochten of wilden deelnemen. Voor wie zich dat kan permitte- ren, en vooral wil permitteren, knallen de kurken en het vuur- werk nog even met de jaarwisseling. Nog vóór ‘Driekoningen’ gaat de kerstboom aan de straat, want het wordt een vroege Carnaval dit jaar. Het was Kerstmis: “It’s over again”. Kerstmis: licht. Geen licht in de duisternis? “En het licht schijnt in de duisternis” ( Joh. 1:5 ). Deze versie van het vers treffen we in álle bijbelvertalingen aan. In het tweede gedeelte van dat vers volgen wat verschillende versies, maar het valt op, dat dat tweede gedeelte wél steeds in een an- dere (taalkundige) tijd staat dan het eerste, zoals: “maar de duisternis nam het niet aan”, een weigering dus die zal leiden tot verdoemenis? Of: “en de duisternis heeft het niet gegre- pen ”; zo ook: “maar de duisternis heeft het niet overweldigd “, een verloren strijd hellewaarts? En ten slotte:” en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen ”. Elke versie staat dus in de, taal- kundige, verleden of voltooide tijd. Dat kan de indruk wekken alsof het met de duisternis defi- nitief afgelopen is, niet vanwege een overwinning van het licht, maar door een weigering of een verzuim van de duister- nis zelf. Het licht zou dus niet meer in de duisternis kunnen schijnen? Het lijkt erop, dat in de eenheid van de polariteit tus- sen licht en duisternis het zwaartepunt verlegd wordt naar de duisternis, in negatieve zin. Als we de letterlijke teksten vergelijken, houd ik het (in dit geval althans) op de Statenbijbel: “De duisternis heeft hetzelve niet begrepen”. Dat woord ‘ begrijpen’ is een term die in deze context in de late Middeleeuwen met name door de mystici werd gebruikt. Dat betekent dan ‘ in zich opnemen’, ‘door- gronden’, ‘verstaan’ . Als de duisternis ‘het’ niet begrepen heeft, is dus duidelijk wat hier gezegd wordt: de duisternis heeft het licht niet in zich opgenomen, niet doorgrond, niet verstaan. Een jammerlijke tekortkoming dus. Geen licht dus in de duisternis; wat moet het licht dan nog? Het ‘zwart lichaam’, het ‘zwarte gat’ Toch schijnt het licht, zegt Johannes. Dat is duidelijke taal. Maar Johannes is nog duidelijker, als hij ons voorhoudt dat het licht in de duisternis schijnt; niet op of naar of buiten de duis- ternis. Was hij een fysicus die kennis had van het ‘zwart lichaam’, of ook van het ‘zwarte gat’? Zó boordevol licht is de duisternis, dat die duisternis het niet eens kan bevatten, niet kan verstaan. Zó boordevol licht is die innerlijke baarmoeder, in de mens als microkosmos, zo compact en samengeperst, dat het licht er vrijwel niet uitgesto- ten kan worden. Wil dat licht geboren kunnen worden, dan zal het ruwe en onregelmatige van de oppervlakte van ons ‘zwart lichaam’ gepolijst moeten worden. Het licht schijnt in de duisternis; licht en duisternis vormen een eenheid, in polariteit. De duisternis houdt, zonder het nog te weten, het licht nog zo lang ingekapseld totdat die duisternis het licht verstaat. Dan gaan licht en duisternis op in de vrede en de stilte van het Al, van het Al-Ene. Kerstmis: vrede, …op aarde, in de mensen Vrede op aarde. Wordt vrede in de wereld niet nog steeds ge- koppeld aan oorlog en strijd, vanuit tegenstellingen die we zelf scheppen en die gebaseerd zijn op politieke, economische en rationele denkpatronen? Om vrede te bereiken zouden we oor- log moeten voeren; om terrorisme de grond onder de voeten weg te halen zouden we oorlog en strijd moeten voeren. Of hebben we iets verzuimd en krijgen we rekeningen gepresen- teerd? Vrede willen bereiken door oorlog en strijd noem ik ge- woon een contradictio in terminis. Zelfs om armoede in de wereld op te heffen gebruiken we een reclameachtige leuze: “Strijd tegen de armoede!”. Waarom strijd? Iets wat hoofdza- kelijk ontstaan is door economische denkschema’s kan opge- heven worden door ons te begeven op het pad van zorgzaam- heid, een zorgzaam zijn voor die mensen die nog in armoede leven. Zorgzaamheid in plaats van strijd kan in de wereld weer perspectief openen in ons lijfelijke, psychische en geestelijke bestaan, voor ons állen. Vrede in de mensen. Hoe kan er vrede heersen, als die niet eerst ìn de mens aanwezig is, die innerlijke vrede die een ver- binding tot stand kan brengen met nog verborgen stromen in onszelf én daardoor met die van de ander? Dat is een vrede die geheel niet meer te maken heeft met de gehanteerde tegenstel- lingen tussen vrede en oorlog of strijd in de uiterlijke wereld. Soms wordt wel beweerd, dat rust en vrede in ons innerlijk kunnen worden bereikt door en na een innerlijke strijd, soms zelfs (helaas) een spirituele strijd genoemd. Waarom alwéér strijd? Zijn we dwangneurotici die het strijden niet kunnen la- ten, vooral láng strijden, want dan hebben we een beter excuus voor onze nederlaag. Tegen welke schaduw van ons werkelij- ke bestaan zouden we moeten strijden? Opnieuw de vraag: hoe kan vrede nu om strijd vragen. Waarom niet met andere ogen naar onze schaduwzijden kijken? Geen kerstbestand, wel een spirituele glimlach Is zowel uiterlijke als innerlijke strijd niet iets wat wordt ge- maakt tot een soort spel, waarin we winnaars en verliezers kennen? Er is dan een éne kant en een andere kant, maar dan wel in de zin van een door ons zelf geschapen dualiteit. We verdelen ons leven daardoor over twee werelden: die van de vooral trotse winnaar en die van de vooral uitgeputte verliezer; goed voor een compliment of voor medelijden, nee beklag. Voor zover dat nog niet het geval zou zijn, moge het bij ons opkomen, dat we één leven leiden. Of komt het in ons op, dat 18 Reflectie 1(3), december 2004
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=