Reflectie1(3).vp
we in twéé werelden leven en twee levens leiden? Naast dwangneurose dan ook nog een soort schizofrenie dus. Ons uiterlijke en innerlijke ‘ zijn ’ zijn weliswaar van ver- schillende aard, maar geen afzonderlijk gescheiden levens. Elke vezel van onze zogenaamde uiterlijkheid kan door ons in- nerlijk worden bezield, mits er innerlijke vrede heerst. Als we “geloven”, dat de mens een eenheid is van Geest, ziel en lichaam, dan is die ziel in ons bestaan het wezen “in het midden”. Dan staat ons lichaam aan deze zijde en de Geest aan gene zijde van de ziel, maar in die eenheid leven wij in die Geest, terwijl tegelijkertijd die Geest ook in ons leeft. Kerstmis roept ons op tot licht, vrede en geboorte in onze ziel, want zij is het die moet baren, bevrucht vanuit de Geest en handelend in het lichaam. Kunnen we ons “verplaatsen” naar die andere zijde achter onze ziel, naar die Geest in ons? “Is dat vér lopen?”, vroeg mij eens iemand spottend. Nee, het is de ver- heven zijde van ons bestaan. En in die verheven zijde bestaat er geen strijd, ook geen innerlijke, noch een wapenstilstand. Het is die dimensie van de mens, waarin het ontzettend gewiekste, rati- onele denken geen ruimte krijgt. In die dimensie mag, met be- trekking tot vrede, alleen een spirituele glimlach heersen. De ruimte van de stilte Die geestelijke dimensie is óók de ruimte van de stilte, daar waar niets te koop is, daar waar slechts ontvangen kan worden. Stilte en vrede kunnen slechts ontvangen worden in mystieke overgave. Dat is iets anders dan met gesloten ogen naar de hemel staren. Mystieke overgave vereist een echte werkzaam- heid, vanuit die andere, geestelijke zijde van ons bestaan, in de wetenschap dat wij in Gods hand rusten, deeltjes zijn van het goddelijke bestaan. Mystieke overgave is alles weten te incas- seren wat vanuit deze, uiterlijke zijde op ons afkomt, en wel met een soort relativerende, spirituele glimlach, hoe moeilijk dat ook meestal is, want het is makkelijker gezegd en geschre- ven dan gedaan. Het betekent: alles proberen te transformeren tot dat waar het in ons leven wérkelijk om gaat. Het is een stil- te zoals we die ook in ons uiterlijke leven vaker kunnen ont- moeten, vanuit ons innerlijk: de diepe stilte van een uitgestrekt woud, de hoge stilte op de top van een berg, de innige stilte tussen twee (of meer) mensen die hetzelfde zien, voelen en willen dragen. Zulke stiltes worden ontvangen, mits er inner- lijke vrede heerst. Het is een stilte die we van Kerstmis mogen verwachten. Het is een stilte van zich één voelen en één zijn. Ja, het is de stilte van de duisternis! Geen negatieve duisternis. Het is een duisternis waarin we niet op de tast hoeven te gaan, zoals bij uiterlijke duisternis, omdat we ons moeten voortbe- wegen, terwijl we uiterlijk licht nodig hebben. Het is een duis- ternis die we bijvoorbeeld ervaren, als we met gesloten ogen naar onze geliefde muziek luisteren. Het is een duisternis die bij ons hoort, zolang we existentiële wezens zijn. In de inner- lijke stilte van die positieve duisternis zien we het licht mis- schien schijnen, want het licht schijnt in die duisternis. Kerstmis: de geboorte van het Woord Als we spreken over Inwijding, is Kerstmis de geboorte van het Woord. Het Woord dat ‘Vlees’ geworden is; in ons nog ‘Vlees’ zal worden. Het is dat goddelijke Woord, dat ons door het tijdelijke bestaan draagt, op weg naar verlossing, d.w.z. vervolmaking. Het is de komst van het Nieuwe, het loslaten van het oude, want al het oude zal voorbij gaan en het zal alles nieuw worden. Zetten we de poorten van onze innerlijke Geest open en gaan we op zoek naar die stilte die niet beroerd wordt door wereldse of lijfelijke gedachten. Het werken aan die Ge- boorte gebeurt immers in stilte, in een stilte die ieder van ons voor zichzelf kan volbrengen. Dat loslaten van het oude vindt plaats met pijn en weeën, waarna een nieuwe Geboorte kan plaatsvinden. “Het is als het lichaam van de moeder dat zich verzet te- gen de geboorte van het kind, het (lichaam) kan niet anders dan het (kind) willen vasthouden. En de weeën dwingen het (lichaam) meer en meer de strijd op te geven. Totdat ten slot- te de moeder het (kind) wel moet uitstoten, wil zij zelf niet vergaan.” 1 Geen lichamelijk verhaal is dit, maar een spiritueel, want wij zijn allen die moeder, waarin dat licht aanwezig is, sa- mengebald in onze duisternis. Dat licht wil stralen in ons en naar onze wereld. Kan dit (ooit) ons Kerstmis worden? 1. Uit: De Bijbel als Schepping. F. Weinreb. Servire, 1986 5 , pag. 473. De tussen haakjes geplaatste woorden en de onderstreping zijn van de schrijver van dit artikel. Frits Moers , (Maastricht, 1940), ex-onderwijsman, is priester in de Vrij-Katholieke Kerk en momenteel werkzaam in de kerkgemeente Raalte. Hij ziet religie allereerst als een spirituele opdracht in de ‘dagelijkse omstandigheden’ binnen het mysterie van de menselijke existentie. Hij benadrukt daarin vooral de mystieke zijde, zowel de mystieke overgave als haar belevingen en ervaringen, naast de diepe betekenis en werkzaamheid van het ceremoniële werk. * * * Krishna textielschilderij van Madelon van Oyen de La Rive Box 19 Reflectie 1(3), december 2004
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=