Reflectie1(3).vp
lichtte en zijn hoofd in de hemel. “Soms wanneer ik hem wilde pakken stootte ik op een vast lichaam van vlees en bloed, maar andere keren wanneer ik hem betastte was zijn substantie on- stoffelijk.” In feite beschrijft de oude Johannes precies de er- varing met engelen van vele hedendaagse mensen. Wezens uit het oerlicht Een boeiend tweegesprek tussen de theoloog Matthew Fox en de bioloog van de morfogenetische velden Rupert Sheldrake leidt tot fascinerende conclusies. Hun samenspraak is een grensverleggende ontmoeting tussen wetenschap en spirituali- teit. Op grond van de openbaringen van enkele grote geesten uit een ver verleden zoals Dionysius de Areopagiet, Thomas van Aquino en Hildegard von Bingen, concluderen zij de ver- wantschap van de engelen met licht, met fotonen, met de oe- renergie van de kosmos. Ter wille van hulp aan de mensheid nemen deze onstoffelijke, buiten tijd en ruimte levende we- zens tijdelijk menselijke gedaanten aan. Ze bestaan al vanaf den beginne en zijn de heersende intelligenties in het univer- sum en de aardse natuur. Er gaat een golf van inspiratie van hen uit, want zij begeleiden en helpen zonder dat wij daar doorgaans wat van merken. Met een conclusie van de beide heren ben ik minder geluk- kig. Zij bevestigen namelijk het bestaan van goede en slechte engelen. Hoewel van het oerbegin af materie en antimaterie el- kaar trachtten te vernietigen, ben ik ervan overtuigd, dat slechte engelen alleen maar in onze optiek slecht zijn. Hun activiteiten hebben wel degelijk functie en betekenis voor de algemene evo- lutie der mensheid. Gevallen engelen bestaan niet, wel engelen die met de gevallen mensheid meegaan om haar te helpen de slechtheid te doorzien en op te staan met het goede. Omstandig doen gnostische leraren verslag van vermeende processen die zich bij de schepping afgespeeld zouden hebben. God de Vader zag om zich heen en aanschouwde in het licht- water van de ruimte zijn evenbeeld. Onmiddellijk werd dat evenbeeld zelfstandig. Voortaan was er niet meer een enkele, ongedeelde godheid, maar waren er twee, de Vader en de Moeder van het Al. Alle mythologische tradities gewagen van een “fout”, waardoor de schepping in aanzijn kwam. Eva at van de verbo- den boom der kennis van goed en kwaad en bond zich daar- door aan de kringloop van leven en dood, die door deze boom wordt voorgesteld. Plotseling was de harmonie van eenheid verbroken en werd het eerste mensenpaar uit het Paradijs ver- dreven om te baren in pijn en te werken in het zweet huns aan- schijns. De Moeder van het Al veronderstelde alleen te zijn en schiep vanuit dat misverstand. Deze daad zette de keten van oorzaak en gevolg in gang en bracht de kringloop van leven en dood aan het draaien. Maar dan komen de zogenaamde archonten, die blijkbaar al in de kosmos aanwezig waren. Deze zonen der duisternis zogen de Moeder mee naar omlaag en begroeven haar wezen in de materie. Zo ontstond uit de vrije wereldziel van de Moe- der de ingevangen ziel van de mensheid. Slechts door haar be- rouw en haar erkenning van de Vader kon zij de Zoon baren, die als de Verlosser in de menselijke ziel mocht meereizen. Toch zit er in dit wonderbaarlijke, algemeen aanvaarde mythologische gegeven een deuk. Waar kwamen de archonten vandaan? Dezelfde vraag kan worden opgeworpen naar aanlei- ding van de mededeling in Genesis, dat de engelen met de dochters der mensen huwden. Het antwoord lijkt voor de hand te liggen. Geen enkele engel is gevallen. De term “gevallen engelen” dankt zijn bestaan aan het door ons verworpen geloof in de “zondeval”. De val in zonden werd veroorzaakt door een verboden daad en deze wierp ons in de kringloop. Elk kind zou voortaan geboren worden in de kringloop van leven en dood: de zondeval. Meegaan met de mens Maar wat deden de engelen? Wat was de kosmische opdracht die ze in de lichtwerelden was opgelegd? Deze opdracht luid- de: Ga mee met de mensen. Vergezel hen op hun val in de ma- terie. Zie vanuit de lichtwereld toe op hun daden in de duister- nis. Spring bij als het nodig is, maar deins ook niet terug, om hen juist door kritische situaties heen te leiden, ook als de mensen jullie niet opmerken en in angst verkeren. Als alle engelen, inclusief degenen die wij Michaël, Gabriël, Rafaël en Uriël noemen, meegaan met de mensen, betekent dit eenvoudig dat alle engelen in die zin “gevallen engelen” zijn. In de loop der eeuwen is diep over engelen nagedacht. Fox en Sheldrake formuleren in hun boek “Engelen, energieën in de kosmos” vijftien vragen over de rol van de engelen in de nieuwe kosmologie. De huidige wetenschap maakt het uiterst geloofwaardig, dat wij leven in een universum van bewustzijn. Bewustzijn lijkt de energie te zijn, waaruit het onmetelijke universum met al wat daarin wentelt, leeft en denkt, is voort- gesproten. Planeten, sterren en galactische stelsels hebben evenzeer hun bewustzijn als cellen, atomen en lichtgolven. Het staat wel vast dat het menselijk zelfbewustzijn niet meer is dan een flinterdun lichtstreepje in een kosmos vol licht. Bovendien geloven vele geleerden stellig, dat er een on- eindig aantal dimensies bestaat, waarvan onze vierdimensiona- le wereld slechts een flinterdun schilletje is. Elk onderdeel van het kosmische bewustzijn bevindt zich ook in de menselijke genen, maar blijft grotendeels onbewust, zolang de mens zich op de grens van wat hij goed of kwaad noemt blijft bewegen. Menselijke maat Hoe plastisch het bewustzijn is wordt onweerlegbaar zichtbaar in de miljoenen verschijningsvormen van het leven op aarde en daarbuiten. Blijkbaar is het bewustzijn in staat om de im- pulsen van engelen op te vangen en te kneden naar eigen voor- stelling. Al wat groter is dan de mens verkleint zich tot mense- lijke maat, maar wij, in onze arrogantie, menen dat het de wer- kelijkheid is. Traditionele goede engelen als Michaël, Gabriël en Rafaël blijken een oneindig veel uitgestrekter bewustzijnsveld te beslaan dan wij kunnen bedenken. Misschien werken zij wel in op gebieden onder de bewust- zijnsdrempel zonder dat wij het merken. Zo zou Michael zijn werkveld kunnen hebben in wat Jung het collectieve onbewus- te heeft genoemd. Daar bindt de godsgezant Michaël de strijd aan met het gruwelijke archetype van de duivel, dat daar even- eens verblijf houdt. Van tijd tot tijd verplaatst de strijd zich naar de oppervlakte en ervaren wij die in de vorm van ziekte, tegenslag, oorlog, onrecht, honger, kortom wat wij in het alge- meen lijden noemen. Gabriël houdt verblijf in wat Jung kenschetste als het per- soonlijke onbewuste en waar alles is opgeborgen wat tot de meerdere persoonlijkheden behoort, die wij in de loop van 21 Reflectie 1(3), december 2004
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=