Reflectie1(3).vp
Het licht nu ervaren Over het ervaren van je ziel Lambèrt de Kwant Veel mensen die een bijnadood ervaring hebben meegemaakt, ervaren na hun terugkeer het leven niet altijd als aangenaam. Hoewel velen van hen de zin inzien van hun terugkeer, erva- ren ze momenten van vervreemding en eenzaamheid. Hoe kan het ook anders na die overweldigende ervaring met het Licht. Velen van ons ervaren hun verblijf op deze wereld als een barre tocht door een lange, donkere tunnel waarvan de wanden hun kreten spottend weerkaatsen. Soms is daar die andere, tas- tende, eveneens zoekende hand die je meevoert naar dat wen- kende licht aan het eind van de tunnel. Het verlangen naar dat licht is sterk, overweldigend sterk vaak en het biedt tegelijker- tijd zoveel perspectief en hoop om door te gaan. Blijf je daar- om richten, ook al is het nog zo donker in jezelf, op dat Licht en ook die hand die zich naar je uitstrekken. Velen met mij beleven eveneens momenten van vervreem- ding en eenzaamheid. Nee, niet de eenzaamheid van het alleen zijn, maar de moeite om hier en nu te zijn en altijd weer die confrontaties en strijd, met je schaduwkant. Je beseft echter dat ook dit – die confrontatie met je schaduw- kant – te maken heeft met groeiprocessen van mensen en dat zul- ke confrontaties ook leermomenten zijn, waarbij je de confron- tatie overigens niet uit de weg moet gaan. Wat worden in deze sfeer dingen vaak niet uitgesproken met alle gevolgen van dien. Duidelijkheid mag en moet er zijn, maar alsjeblieft ook wat mild- heid en vooral humor en relativering. Wie in staat is tot zelfreflec- tie, wordt zich pijnlijk bewust van de eigen donkere kanten, maar kan tegelijkertijd het licht van die schaduw ervaren. Sri Aurobindo 1 wijst erop dat, wanneer je met de kudde meehobbelt, het leven betrekkelijk makkelijk is met zijn goe- de en zijn kwade buien, zonder veel diepten, maar ook zonder veel hoogten. Zodra je je daaruit wilt losmaken, komen er vele krachten in het geweer, die er geweldig veel belang bij hebben dat we ‘net als de ander’ doen; je ontdekt dan hoe goed die ge- vangenschap is georganiseerd. Je ontdekt zelfs dat je in staat bent even diep te zinken als je in staat bent omhoog te klim- men. En dat inderdaad ons grootste dieptepunt evenredig is met ons vermogen omhoog te gaan. Veel schellen vallen dan van je ogen. Met een klein beetje eerlijkheid zie je in dat we eigenlijk tot alles in staat zijn of, zoals Aurobindo zei, onze deugd een pretentieuze onzuiverheid is. Wat hebben we een moeite met onze schaduwkanten, maar zou het niet kunnen zijn dat de ziel zelf – en niet het naar buiten gerichte mentale, maar de Geest in ons – die confrontaties heeft aanvaard en gekozen als deel van haar ontwikkeling, om in snel tempo de benodigde ervaring op te doen? Kunnen voor de groeiende ziel, voor de Geest in ons, moeilijkheden, obstakels en aanvallen geen middel zijn om verder te groeien, zodat we ons trainen voor de spirituele overwinning? De Waarheid be- weegt, ze heeft benen. En de vorsten der duisternis zijn er om er vaak op hardhandige wijze over te waken dat ze niet inslaapt. Gods ontkenningen zijn voor ons even breekbaar als Zijn beves- tigingen, zegt Aurobindo. En “de vijand zal pas verdwijnen,” zegt de Moeder 2 “wanneer hij niet meer in de wereld nodig is. En we weten maar al te goed dat hij nodig is als toetssteen voor het goud, om te kijken of we waarachtig zijn.” Een stapje verder gaat het om ervan uit te gaan, dat begrip- pen “goed” en “kwaad”, “licht” en “donker” en “schaduw” rela- tieve begrippen zijn en in feite geen werkelijkheid zijn. De zogenaamde negatieve confrontaties in ons leven zijn ervaring- en die ons verder brengen. In die zin is de “vijand” ook een rela- tief begrip; hij is net als de god Kali in het hindoeïsme, de toet- ser en tester. Ik ga hier in een volgend nummer verder op in. Op weg naar heelwording Ook mensen met een bijnadood ervaring blijven oplopen tegen bepaalde aspecten van hun ego en ervaren lessen in de leer- school van het leven. Nee, je bent geen heilige na zo’n ervaring, laat staan volledig getransformeerd, maar je hebt een eerste voorzichtige stap gezet op weg naar heelwording . Mensen zon- der een BDE zijn soms verbaasd als ze worden geconfronteerd met de nog steeds aanwezige of soms versterkte minder prettige eigenschappen van BDE’ers. “Dat had ik vooral van haar niet verwacht!” zeggen mensen dan. Hun beeld van een BDE’er is soms niet helemaal reëel, zoals we dat wel vaker hebben, als het om mensen met een bijzondere spirituele ervaring gaat. Wat een valkuil! Wat maken we de ander vaak speciaal , zoals Een Cursus in Wonderen 5 dat zegt. De ander speciaal maken maskeert je eigen gevoel van onvolkomenheid en niet-compleet zijn. We plaatsen de ander op een voetstuk, tot- dat hij of zij eraf kukelt en tja, dan is het vaak einde oefening. Ik dacht dat jij zo… Enfin, vul maar in. Pijnlijk hoor, zulke er- varingen. Wat een illusies… In tal van gesprekken en publicaties kunnen we ervaren hoe velen verlangen naar het licht, naar daar waar ze vandaan komen. Komend vanuit de heelheid in dit weerbarstige bestaan dat zoveel leermomenten bevat.Vooral in ‘donkere’ tijden is het gemis aan vrede, harmonie en licht voor velen, zo ervaar ik dagelijks, haast ondraaglijk. Mensen vieren met Kerstmis de komst van Christus, het Licht der wereld, het Licht in ons, maar zoeken dit licht zo vaak buiten zichzelf. Mensen met een bijnadood ervaring vertellen van die haast onuitsprekelijke confrontatie met dat licht. Een licht dat wellicht niet anders was dan het licht in henzelf, hun eigen ziel. Yogananda wees er eens op, dat ‘net achter het donker van gesloten ogen het licht van God schijnt. Als je in meditatie dat licht ziet, houd er dan met devote ijver aan vast. Voel jezelf erin: dat is waar God woont. Als je daarentegen geen licht ziet in meditatie, concentreer je dan op het punt van je wenkbrau- wen en staar diep in het donker dat je met gesloten ogen ziet. Probeer door je devotie die dikke sluier te doordringen. 23 Reflectie 1(3), december 2004
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=