Reflectie1(3).vp

zijn er filosofen die zich over deze vraagstukken hebben gebo- gen. Dat zijn zaken die aan de orde kunnen komen binnen mijn leeropdracht. Hoe bent u zelf geïnteresseerd geraakt in de parapsychologie en in de metafysica? Kun je die twee wel los van elkaar zien? Ik heb het altijd heel interessant gevonden om te ervaren hoe je de wereld om je heen en jezelf anders kunt beleven door een andere bewustzijnspositie in te nemen. Dat kan op al- lerlei manieren: dromen, mentale oefeningen zoals ademhaling en meditatie, yoga, en langs de sjamanistische weg met behulp van hallucinogene planten. Al die dingen deed ik met name in het begin van mijn studententijd. Nu mediteer ik dagelijks een half uurtje. Dat doe ik al meer dan vijfentwintig jaar. Die ervaringen duwen je uit de kaders van het normale denken, en plaatsen je voor intrigerende vragen. Zijn er andere kaders die je kunt gebruiken om te begrijpen wat je ervaart? Zijn er momenten dat kaders wegvallen? Dat zijn filosofische vragen die je in contact brengen met de metafysica. Ik kan pa- rapsychologie en metafysica niet los van elkaar zien. Ze zijn twee kanten van dezelfde medaille. De filosoof Arthur Scho- penhauer noemde wat wij nu parapsychologie noemen (dat woord bestond toen nog niet) ‘praktische metafysica’. Ongetwijfeld bent u wel in aanraking gekomen met skepti- sche reacties ten aanzien van uw vakgebied. Kunt u daar voorbeelden van noemen en hoe gaat u daarmee om? Soms wordt ik gebeld door iemand van de media. Dan is er iets gebeurd op mijn vakgebied en willen ze een discussie tus- sen mij en een skepticus organiseren. Ze hopen dat we elkaar in de haren vliegen, want dat is ‘mooie tv’. Men weet dan niet dat serieuze skeptici en parapsychologen het op veel meer punten eens zijn dan men in het algemeen denkt. Er liggen gewoon vragen over verschijnselen en ervaringen die men paranormaal noemt. Die kan je wetenschappelijk onderzoeken en over de uitkomsten kun je nadenken. Dat doen parapsycho- logen èn skeptici. Er zijn natuurlijk wel accentverschillen. Maar daarover kan je praten. Iets anders zijn pseudo-skeptici, mensen die niet onbevangen en welwillend naar onderzoek kijken, maar zulke hoge eisen stellen dat daar niet aan voldaan kan worden. Het is de vraag of dat wel redelijk is. We weten er nog veel te weinig van af. En je kunt de natuur niet voor- schrijven hoe zij dient te reageren op door de mens bedachte proeven. De resultaten van onderzoek zijn echter wel zodanig dat zij verder onderzoek rechtvaardigen. Dat vinden echte skeptici ook, terwijl pseudo-skeptici er hun schouders over op- halen en van pseudo-wetenschap spreken. U bent geïnteresseerd in problemen rond leven en dood. Waar komt die belangstelling vandaan? De dood is een groot raadsel dat elke dag nadrukkelijker aanwezig is omdat iedereen dagelijks dichter bij zijn of haar dood komt. Het feit dat wij ons bewust zijn van onze sterfelijk- heid is een belangrijke aanzet voor de totstandkoming van filo- sofie en wetenschap. Wat de parapsychologie bij te dragen heeft aan het nadenken over de dood is belangrijk. Mensen ervaren contact met overledenen, ze hebben uittredingen en bijnadood- ervaringen. Daar kan je van denken wat je wilt, maar een onbe- twijfelbaar feit is dat mensen zulke ervaringen melden en dat die ervaringen betekenisvol zijn voor hen. Een leven na de dood is onbewezen, maar dat betekent niet dat je ontslagen bent van de plicht om onderzoek op dit gebied zover mogelijk door te voeren als maar kan. Dat gebeurt veel te weinig nog. Ik vind dat onderzoek ook belangrijk omdat we precies daar iets waar kun- nen maken als Parapsychologisch Instituut. Het gaat daarbij im- mers om onderzoek dat maatschappelijk gezien van belang is, omdat we allemaal doodgaan. Ik vind het bovendien fascinerend om vanuit filosofie en we- tenschap na te denken over de vraag of wij aspecten van datgene wat wij in ons stervensuur, en wie weet daarna, gaan meemaken ook al tijdens ons normale leven nu kunnen leren kennen. Hoe staat u zelf tegenover het begrip bijnadoodervaring? De bijnadoodervaring is een belangrijke ervaring waar we nog veel te weinig van weten. Maar, zoals ik zei, we moeten er rekening mee houden dat we door zo’n ervaring heengaan op het moment dat we sterven. Wat ik bijvoorbeeld interessant vind is het gegeven dat je in een BDE geconfronteerd wordt met de vrucht van je leven, met wat er goed gegaan is en wat niet. Dit enkele feit dat als constante in vele BDE’s voorkomt, vind je bijvoorbeeld terug in het Christendom, waarin gesteld wordt dat na je dood je leven wordt ‘gewogen’. Die link tussen ervaringsfeiten in het leven van gewone mensen aan de ene kant en geïnstitutionaliseerde godsdienst aan de andere kant vind ik heel interessant. Dat is ook iets dat veel te weinig on- derzocht wordt en waar de parapsychologie een belangrijke bijdrage kan leveren. Zou het Parapsychologisch Instituut iets voelen voor syste- matisch onderzoek in samenwerking met de Stichting Mer- kawah naar paranormale ervaringen tijdens en nà bijna- doodervaringen? In beginsel willen we zeker samenwerken. Het probleem is dat onderzoek geld kost. Daar strand het altijd op. Maar ik ben een optimistisch mens. Wie weet komt zoiets toch ooit eens van de grond. De woorden geest en ziel hebben veel overlappende beteke- nissen, het zijn nogal vervaagde begrippen geworden. Wat verstaat u zelf onder ‘geest’ en wat onder ‘ziel’ ? Dergelijke begrippen hebben geen strak omlijnde betekenis zoals ‘schaar’ of ‘brood’. Wat hun betekenis is, hangt af van wie zo’n begrip gebruikt en in welke context dat gebeurt. Die begrippen zijn inderdaad overlappend. Bij ‘ziel’ denk ik aan het totaal van ons psychische leven. Puur op ervaringen af- gaand en zonder daarover op basis van harde wetenschap con- crete uitspraken te kunnen doen, denk ik bij ‘ziel’ ook aan de mogelijkheid van een zelfstandig bestaan zonder gebonden te zijn aan een lichaam. Die mogelijkheid komt naar voren als je verslagen leest over BDE’s en uittredingen, en wordt des te in- teressanter als je zelf dergelijke ervaringen hebt gehad. Bij het begrip ‘geest’ denk ik, meer dan bij ‘ziel’, aan de aard of de gesteldheid van een zaak. Geest staat tegenover ma- terie. Dat geldt voor het algemeen spraakgebruik althans. Geest staat ook voor lucht of adem, en wordt gezien als drager van leven, van identiteit. Zo komt het toch weer dicht bij ‘ziel’. Daarom; uit de context moet duidelijk worden wat er met een begrip bedoeld wordt. U heeft als specialisme de fijnstoffelijke voertuigen van de mens. Dit begrip komt uit de Oosterse leren. Zou u dit kun- nen verduidelijken voor de lezers van dit tijdschrift? 26 Reflectie 1(3), december 2004

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=