Reflectie1(3).vp

Crisiservaringen — Daarom werd gekozen voor de term crisiservaring (CE) . Een crisiservaring wordt gedefinieerd als: een ervaring die iemand overkwam terwijl de persoon ofwel klinisch dood was, in de buurt van de dood was of in een an- dere crisissituatie verkeerde waarin de persoon in levensge- vaar had verkeerd maar waarvan het ergste van deze crisissituatie blijkbaar achter de rug was. Deze criteria lever- den 32 getuigenissen op. In het archief van het RERC zaten echter ook getuigenissen die klassieke BDE-kenmerken bevat- ten zonder dat de betrokkene in een levensbedreigende situatie was geweest. Het ging om 59 gevallen. Beslist werd deze in de studie op te nemen. Ze werden bestempeld als non-crisiserva- ring (non-CE) . Fox citeert vrijelijk uit al deze getuigenissen en bespreekt de overeenkomsten tussen de klassieke BDE en de door hem geselecteerde CE en non-CE-ervaringen. Wat er ontbreekt in het boek is een overzichtelijke tabel waarin alle bevindingen op een rijtje worden gezet. We hebben die dan maar in zijn plaats samengesteld. (Zie hierboven) Fox heeft uit de elemen- ten van de BDE die door verschillende onderzoekers als ken- merkend worden bestempeld een eigen selectie gemaakt. We hebben ze gerangschikt op basis van het klassieke BDE-model van Raymond Moody. Ruimtereizen — Een van de meest “onverwachte en verba- zingwekkende” conclusies van de RERC-studie is volgens Fox dat een groot aantal personen de duisternis waarin ze terecht kwamen beschrijven als de ruimte. Fox heeft het hier moeilijk mee. Het lijkt volgens hem gewoonweg absurd te beweren dat iemand in de nabijheid van de dood letterlijk de aarde kan ver- laten om deze vanuit de ruimte gade te slaan of om – weg van de aarde – andere planeten, sterren of sterrenstelsels te obser- veren. Hij beweert dat dit aspect tot dusver in de BDE-litera- tuur onopgemerkt is gebleven. Fox denkt dat de door hem in twijfel getrokken ruimtereizen enkel in zijn RERC-studie voorkomen en dat dit aspect een uitzondering is. De RERC-studie toont in elk geval aan dat een aantal ken- merkende elementen van de BDE ook kunnen optreden tijdens momenten waarop de betrokkene helemaal niet in levensgevaar verkeert. Uittredingen, de ontmoeting met overleden personen of met goedaardige en troostende lichten kunnen volgens Fox ook optreden in andere omstandigheden: tijdens de slaap, tijdens een meditatie, tijdens een wandeling of wanneer men gewoon even rust. Hij schrijft bijgevolg terecht dat om het even welk neurowetenschappelijk model voor de BDE ook dit soort ervaringen moet verklaren. De BDE proberen te verklaren met het stervende-breinmodel blijft duidelijk in gebreke. Mark Fox pleit voor een interdisciplinaire aanpak van de BDE. Zo merkt hij volkomen terecht op dat een vergelijking van de BDE en andere types religieuze ervaring een onder- zoeksterrein is dat nog in zijn kinderschoenen staat. De theolo- gie, de filosofie, de psychologie en de sociologie kunnen een enorme bijdrage leveren tot verdere analyses. Binnen de theo- logie kan men ernaar op zoek gaan hoe een ervaring wordt omgezet in een verhaal. De psychologie van de religie kan de oorzaken van de BDE onderzoeken en daarmee een antwoord geven op en een bijdrage leveren tot de inzichten van de neu- rowetenschap, zo schrijft Fox. De sociologie van de religie kan de sociale en culturele drijfveren onderzoeken achter de nood aan nieuwe mythes wanneer de oude mythes hun kracht verlie- zen. En ga zo maar door. Het is uiteraard erg boeiend te onderzoeken welke proces- sen er aan het werk zijn wanneer een ervaring verwoord wordt en omgezet in een verhaal. De nadruk komt hier echter te veel te liggen op de taaldaad in een specifieke culturele context. We zouden het lijstje van disciplines die zich met de BDE zouden kunnen bezig houden bijgevolg nog kunnen uitbreiden met de linguïstiek (taalwetenschap) en de sociolinguïstiek. De neurolinguïstiek zou ons dan weer iets meer kunnen vertellen over de hersenprocessen die een rot spelen bij de totstand- koming van het verhaal over de ervaring na de ervaring zelf De neurowetenschap in het algemeen kan ook een belangrijke bijdrage leveren tot het zoeken naar een verklaring voor de BDE. De neurowetenschap zal echter nooit een volledige ver- klaring kunnen bieden. Quantumfysica — Wat we daarvoor nodig hebben is de fysi- ca. Niet de klassieke fysica, maar de quantumfysica. Deze tak van de wetenschap is tot dusver — op enkele uitzonderingen na — bij het zoeken naar een verklaringsmodel voor de BDE sterk over het hoofd gezien. Daarin komt geleidelijk verande- ring in. De horizonten die de quantumwereld opent zijn fasci- nerend. Maar dit is een verhaal apart waar we later meer aandacht zullen besteden. Licht en informatie spelen in dit ver- haal een belangrijke rol. Vandaar reeds de verwijzingen naar de openingsverzen van Genesis en het Evangelie van Johannes aan het begin van dit artikel... 1. Dit artikel werd met toestemming overgenomen uit een nummer van de Lichtbode , tijdschrift van de belgische organisatie die zich inzet voor bijnadoodervaarders. 2. Fox Mark, Religion, Spirituality and the Near-Death Experience, 2003, Londen, Routledge, 380 blz. * * * 30 Reflectie 1(3), december 2004 De RERC-studie BDE-kenmerken Crisis-ervaring % Totaal = 32 Non-crisiservaring Totaal = 59 Negatieve ervaring 2 6,2% 3 5% Negatief + positief 4 12,5 5 8,4 Horen dat men dood verklaard wordt 1 3,1 0 0 Duisternis 8 25 16 27 Duisternis geïnterpreteerd als tunnel 2 6,2 4 6,7 Geluid / muziek 3 9,3 3 5 Ontmoeting Met religieuze figuren Met niet-religieuze figuren Met beiden 12 2 8 2 37,5 6,2 25 6,2 13 4 9 - 22 6,7 15,2 - Licht Licht heeft identiteit of persoonlijkheid 13 2 40,6 6,2 29 5 49 8,4 Levensterugblik 2 6,2 0 0 Grens-barrière 0 0 0 0 Transformatie nadien 17 53,1 25 42,2 Minder angst voor de dood 6 18,7 7 11,8

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=