Reflectie1(3).vp

noten – zelf ook al gehersenspoeld – lachen het kind uit dat volhoudt, dat het vreemde dingen ziet. Als gevolg hiervan groeien verreweg de meeste mensen op tot nuchtere volwasse- nen voor wie alles wat niet met de geldende materialistische kijk op de wereld strookt, moet worden ontkend en onder- drukt. Tijdens veranderde bewustzijnstoestanden is de censor echter niet actief en kunnen ‘vreemde’ dingen tot ons bewust- zijn doordringen. En lang niet alles daarvan is ‘verbeelding’! Dit vermogen om in veranderde bewustzijnstoestanden waarachtige informatie over de wereld door te krijgen, was al- tijd al bekend bij traditionele volken, die het op hoge waarde schatten en het cultiveerden, omdat het hun macht verleende. Daarentegen zijn moderne mensen vaak geneigd veranderde bewustzijnstoestanden als ziekelijk te zien – als een bewijs van mentale ontsporing, dementie of drugsgebruik. Alleen dromen, dagdromen, de alcoholische roes en het seksuele orgasme worden als ‘normale afwijkingen’ van het waakbe- wustzijn beschouwd. Natuurgenezers, vooraanstaande psychi- aters en bewustzijnsonderzoekers hebben een totaal andere kijk op deze bewustzijnstoestanden. Zo ziet de psychiater John Nelson veranderde bewustzijns- toestanden als fundamenteel voor de menselijke psyche, waar- van het ene uiterste van het spectrum grenst aan waanzin en het andere uiterste reikt tot in de hogere domeinen van creati- viteit, inzicht en genialiteit.” Geen definitieve verklaring Laszlo wijst op een gestaag groeiend corpus van bewijsmateri- aal, met betrekking tot het soort verschijnselen dat duidt op het bestaan van een non-lokale verbinding tussen de hersenen en het bewustzijn van verschillende mensen. In het voorjaar van 2000 werd dit corpus van bewijzen deskundig onder de loep genomen en geëvalueerd in een verzameling verhandelingen, uitgegeven door de normaal zeer conservatieve American Psychological Association, onder de redactie van Etzel Cardena, Steven Jay Lynn en Stanley Krippner. In hun Varieties of Anomalous Expe- rience: Examining the Scientific Evidence bespreken zij halluci- naties, synesthesie, heldere dromen, buitenlichamelijke erva- ringen, paranormale ervaringen in het algemeen, ervaringen van mensen die menen door buitenaardsen te zijn ontvoerd, erva- ringen uit vroegere levens, bijnadoodervaringen, ervaringen met paranormale genezing en mystieke ervaringen. De auteurs zijn het erover eens, dat dit soort ervaringen niet van tafel kan wor- den geveegd als zijnde denkbeeldig, of als symptomen van een geestesziekte. Ze komen veel vaker en algemener voor dan tot nu toe werd aangenomen en hebben een reële uitwerking op mensen die deze ervaringen opdoen. Alleen hebben de weten- schappers er nog geen definitieve verklaring voor kunnen for- muleren. Die conclusie is kenmerkend voor de stand van zaken in het bewustzijnsonderzoek. Verschijnselen die verwijzen naar een onderlinge verbin- ding tussen de hersenen en het bewustzijn van verschillende mensen, worden steeds minder betwist, maar ze zijn niet aan- merkelijk beter doorgrond. Of zoals de pionier in het onder- zoek naar veranderde bewustzijnstoestanden, Russell Targ, het formuleerde: ‘het zijn allemaal verschijnselen’. Het vinden van een zinvolle verklaring ervoor ligt zo ver buiten de gren- zen van het bonafide wetenschappelijke onderzoek, dat het onderzoek naar die verschijnselen is afgeschoven naar het domein van de parapsychologie, terwijl de verschijnselen zelf als paranormaal worden afgedaan. Er zijn echter indicaties, dat de academische gemeenschap, op zijn minst onder deze ter- men, bereid is er serieuzer onderzoek naar te doen. De Univer- siteit Utrecht en de universiteit van Edinburgh, in Schotland, beschikken over leerstoelen in de parapsychologie, en vanaf 2004 heeft ook de universiteit van Lund in Zweden een leer- stoel voor parapsychologie, hypnologie en helderziendheid. Leemte Hier rondt Ervin Laszlo zijn zeer gedetailleerde overzicht van de raadsels waarmee de hedendaagse wetenschappen zich ge- confronteerd zien af, samen met de ‘fabels’ die proberen ze te verduidelijken. De raadsels zelf zijn reëel en laten zich niet zo- maar wegwuiven. Ze wijzen op een leemte in de theoretische architectuur, aan de hand waarvan klaarblijkelijke verschijnse- len worden onderzocht. Op zijn beurt wijst die leemte op de noodzaak tot het actu- aliseren van deze theoretische bouwsels: we zullen ze moeten aanvullen of, als dat niet mogelijk is, grondig transformeren. Zijn boek toont aan, zoals hij zelf zegt, dat deze raadsels schreeuwen om een herziening van een paar van de meest fun- damentele wetenschappelijke veronderstellingen inzake de aard van de werkelijkheid. In het licht van de gemeenschappelijke trend, die zich in de belangrijkste van deze fabels aftekent, draait het hier om de realiteit van een specifieke vorm van infor- matie: subtiele, maar effectief werkzame ‘informatie’. Informatie van deze soort is een fundamentele factor in het universum, die als zodanig erkenning dient te krijgen. Zij wordt gedragen en instandgehouden door een fysisch reëel en universeel natuurlijk medium: het vacuümveld dat hij de naam A-veld gaf. Mijn conclusie na lezing van dit boek is dat we ervaringen van mensen serieus moeten nemen, inclusief hun doorgevin- gen en boodschappen van engelen en gidsen, al blijft een kri- tisch onderzoek naar hun ervaringen en beweringen natuurlijk geboden. De Skepsis-critici vegen die bij voorbaat van tafel, maar je kunt er ook wetenschappelijk onderzoek op loslaten, zoals dat door Laszlo en McTaggart als wetenschappers gedaan wordt. Ervin Laszlo: Kosmische Visie. Wetenschap en het Akasha – veld . Ankh-Hermes, 2004. * * * Orchidee — foto: Rudolf H. Smit 39 Reflectie 1(3), december 2004

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=