Reflectie1(3).vp

Boekennieuws Lambèrt de Kwant Een bijzonder dagtekst Aandacht voor de dagteksten voor 2005, zoals die werden sa- mengesteld uit toespraken van mysticus en leraar, Omraam Mikhaël Aïvanhov, over wie ik al eerder schreef. Een aanra- der! Ik bezit al enkele jaargangen en heb de ervaring dat elke dag een tekst bevat waarmee je de dag in kunt, ofwel de dag aan kunt. Ik sla de dagtekst open van 30 januari, en… laat die nu precies betrekking hebben op wat Ervin László cs zeggen: “De mens, een microkosmos die de spiegel is van de ma- crokosmos, is de bewaarder van het totale kosmische geheu- gen. Hij bezit de archieven van het universum, de archieven die in de levensboom symbolisch worden voorgesteld door de sephirah Daäth, de kennis. Daäth is de oorspronkelijke mate- rie, de oermaterie, waarover God bij het begin van de schep- ping zijn adem blies om haar vruchtbaar te maken. Juist omdar zij de substantie van de Schepping is, is de materie in staat om deze herinnering te dragen. En de geest maakt die herinnering wakker door de materie te beroeren, zoals een zuchtje wind de snaren van de eolusharp doet trillen. Enkel de stilte in ons schept de voorwaarden waaronder deze oorspronkelijke herin- nering in ons wakker wordt.` Zo biedt elke dag een tekst, waarmee je dag weer door kunt, zo is mij ervaring. Omraam Mikhaël Aïvanhov: Dagteksten. Uitg. Prosveta, 2003. ISBN 1571-2524. Tel.033-25345575 Een alternatieve visie op menselijke zingeving. Gabriël Spileers is bij onze zuiderburen geen onbekende en was daar vaak op de buis te zien. Hij studeerde godsdienst- wetenschappen en bestudeerde meer dan veertig jaar paranor- male fenomenen en hun verband met wetenschap, filosofie en religie. Dertig jaar geleden stichtte hij de werkgroep de Braid- kring ter bevordering van de kennis van deze verschijnselen en publiceerde een boek over hypnose. In zijn dit jaar verschenen boek Niet te geloven, wel te be- grijpen, een rationele en alternatieve visie op de menselijke zingeving , toont Spileers zich een geestdriftige pleitbezorger voor een fundamentele, menselijke zingeving. Zo worden pa- ranormale fenomenen, voortbestaan na de dood, bijnadooder- varingen, reïncarnatie, godsbegrip, holisme, en esoterie behandeld. Opmerkelijk voor een godsdienstwetenschapper. Het gaat hier niet om abstracte kennis alleen, maar om een doorleefd inzicht met een uitgesproken visie. Spileers is spiri- tueel ingesteld, noemt zich paranormaal en heeft van binnenuit een levenslange studie verricht naar deze fenomenen, maar koppelt dit alles aan een logische redenering. Met zijn boek legt Spileers de basis voor een nieuw denk- en, zoals dat ook door Lászó cs wordt verdedigd. Een basis voor een nieuw denken van de 21 e eeuw, met een ruime en fundamentele visie die het klassieke denkpatroon overstijgt. In zijn inleiding wijst Spileers op de vele fenomenen die in zijn boek aan de orde komen, fenomenen die absoluut niet gangbaar zijn en op het eerste gezicht tegenstrijdig lijken met de wetenschap. Hij noemt zichzelf een vrijzinnig sacralist, wat erop neer komt, dat hij het sacrale op een vrije, niet dogmati- sche wijze wil onderzoeken. Dus niet op gezag van Kerk of paus of wie dan ook. “Ik stel voorop dat het ‘heilige’ onder- zocht kan worden door experimenten op het vlak van reïncar- natie, contact met overledenen en bijna-doodervaringen.” Zijn hele leven heeft hij ook als spreker ervaren, dat som- migen het paranormale niet willen aanvaarden als een geestes- wetenschap. Zo vroeg men hem tijdens een debat met het Humanistisch Verbond, of hij nog in kaboutertjes gelooft. Spileers prijst zich gelukkig, dat “we tegenwoordig alles kun- nen onderzoeken, zonder op de brandstapel terecht te komen. Voor het ‘vuur’ waarmee wetenschappelijke fundamentalisten al- les willen verbranden, hebben wij geen angst. We verwarmen ons alleen aan het enthousiasme van het vrije onderzoek.” Spileers gaat de polemiek niet uit de weg en daagt zijn tegenstanders regelmatig uit. Een dikke pil, dit boek, 440 bladzijden, maar wel heel lees- baar en informatief, al zijn vele feiten die hij noemt bekend en door anderen beschreven. Soms draaft deze gedreven man ook wat door, maar kennelijk is dat nodig om een paradigmaveran- dering op gang te helpen brengen. Gabriël Spileers. Niet te geloven, wel te begrijpen. Een rationele en alternatieve visie op menselijke zingeving. Mens en Cultuur, Gent 2004. Hoe een skepticus een doorgeving kreeg. Hoewel doorgevingen ook binnen onze redactie niet onomstre- den zijn, zijn er binnen de VKK ook leden en bezoekers die zich hiermee bezighouden en erover lezen. Wel ben ik van mening, dat een kritische houding geboden is. Ik werd geattendeerd op twee bijzondere boeken van een man die zelf heel kritisch was over gechannelde informatie. Hij vindt channelen maar een twijfelachtige bezigheid. Tom Kenyon is musicus, wetenschapper, schrijver en psychothera- peut. “In onze psyche”, zegt hij “ zijn stromingen, waarin een mengelmoes van dingen voorkomen, soms interessante, soms waardeloos, maar soms ook volkomen vreemd. Soms wordt er in het channeling-net iets onomstotelijk waardevols ontvan- gen, maar vaak is dat vermengd met een heleboel rotzooi.” Eind jaren zeventig had hij zijn eerste ervaring met chan- nelen. Een vriend van hem was medisch onderzoeker aan de Universiteit van Duke. Ze deden een aantal informele onder- zoeken naar dit verschijnsel. Aangezien hij in zijn psychothe- rapiepraktijk van hypnose gebruik maakte, besloten ze te kijken naar wat hij zou ‘doorkrijgen’, wanneer hij onder hyp- nose was. De eerste de beste avond maakten ze contact met een reusachtige intelligentie, die ze eufemistisch “Grote Vent” noemden. Grote Vent gebruikte een verheven taal, typererend voor gechannelde entiteiten of intelligenties. Hij had het over mogelijke aardeveranderingen en over het feit dat alles in het universum met elkaar verbonden is. Geen opmerkelijk gege- ven dus, want dit roepen ze allemaal! 41 Reflectie 1(3), december 2004

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=