Reflectie1(3).vp

“Spirituele groei werkt langs heel verschillende sporen” Interview met Rien van Geet, een nieuwe priester in de kerkgemeente Arnhem We zullen het nooit zeker weten, maar Rien van Geet (65) is er zelf van overtuigd, dat zijn grootouders vanuit de ongeziene wereld goedkeurend neerkeken op hun kleinzoon, toen deze op 20 november de priesterwij- ding ontving. Immers, als vijfjarig jochie stond Rien al op een stoel een preek te hou- den waar alleen zijn zusje van drie braaf naar luisterde. En ging hij in zijn jeugdjaren al niet zeer gemotiveerd met zijn uit Tholen afkomstige opa en oma naar de kerk, soms wel twee keer op zondag? Dat het er in die dagen streng aan toe ging in hervormde kringen in het Zeeuwse, hinderde de jonge Rien niet. Zijn spirituele groei heeft in de achter hem liggende jaren veel omzwervingen ge- kend. ‘Zoiets verloopt langs allerlei sporen’, zegt hij, als hij thee inschenkt in zijn flat in Arnhem-Zuid. ‘Toch, als ik naar het verle- den kijk, heeft het schijnbaar onontkoombaar tot dit priester- schap geleid. Ik heb lang getwijfeld, ik wist niet of ik het wilde; en wat belangrijker was: of ik het kón, priester zijn. Vergeet niet, ik was negentien toen ik met de Vrij-Katholie- ke Kerk in aanraking kwam. En ik kom al meer dan 25 jaar in de Arnhemse kerk. De uiteindelijke stap om daadwerkelijk de opleiding te gaan volgen en ten slotte de lagere en de twee ho- gere wijdingen te ontvangen, is niet eens zo lang geleden gezet’. Rien van Geet heeft, zoals elk mens in zijn tienerjaren, ge- twijfeld aan alles wat met God en geloof te maken had. ‘Zo vanzelfsprekend het voor mij was om als kind naar de kerk te gaan en zo fijn als ik het vond om de sobere diensten bij te wonen – zo vreemd en raadselachtig werd het geloof voor mij toen ik in de puberteit kwam. Ik had een heel ander beeld van God en van de mensen, van leven en dood en van schuld en boete dan datgene wat ik altijd in de kerk had horen vertellen. Enerzijds beschouwde ik God als de Bron van Liefde, maar je hoorde alleen maar over zonde en boete. Vergeving was wel mogelijk, maar schuldgevoelens hadden de overhand. Daar kon ik geen kant mee uit’. Koortsachtig op de fiets Een keerpunt voor Rien van Geet was de ontmoeting met Wim Hagens. Hij was 19 jaar en leerde Hagens kennen via de pad- vinderij in Utrecht. ‘Een merkwaardige man, die opvattingen had die mij gelijktijdig vreemd, maar toch ook bevrijdend en vertrouwd voorkwamen. Hij bleek priester in de Vrij-Katholie- ke Kerk te zijn. Ik zou op een avond bij hem langs gaan om over het geloof te praten. Maar ik moest de afspraak afzeggen, want ik had twee en veertig graden koorts en voelde mij be- roerd. ‘Toch komen’, zei Hagens onver- stoorbaar. ‘Het gaat wel over tegen de tijd dat je hier bent.’ Rien stapte op de fiets en reed door Utrecht. ‘Gek genoeg was ik inderdaad niet ziek meer toen ik aanbelde. Het werd een heel interessant gesprek, maar toch merk- waardig allemaal. Het resulteerde erin dat ik op een zondag in Naarden naar de Vrij-Kat- holieke kerk ben gegaan.’ Voor iemand die in zijn jeugd gewend was geraakt aan kerkdiensten in een sober strak regime met preek en psalmen, was de dienst in Naarden een feestelijk soort thuis- komen. Engelen, wierook, orgelspel, een mooie hoogkerkelijke dienst, het geheel maakte diepe indruk op Rien van Geet. Er was ook een jonge misdienaar in de kerk in Naarden. Zijn naam was Edmund Huster. Het zal niemand verbazen dat Rien door de jaren heen altijd een bijzondere band met Edmund heeft gehouden. (Na Edmunds overlijden ontving hij onder an- dere het priesterkruis en de reiskelk van Edmund. Alleen al het in de hand nemen van dit priesterkruis maakt bij Rien bijzon- dere gevoelens los.) Die kerkdienst in Naarden bleek een keerpunt te zijn in de spirituele zoektocht. De dag daarna kocht Rien in een winkel met tweedehands boeken het boek over de Chakra’s van Char- les Webster Leadbeater. Wat daarin stond, opende Riens ogen. ‘Het was of ik antwoord kreeg op al die vragen waar ik al zo lang mee worstelde. Ik kreeg een andere kijk op het leven, hier en hierna. Toen ik daarna het boek ‘De wetenschap der Sacra- menten’ las en ook diverse boeken van Annie Besant, vielen de dingen als ‘t ware op hun plaats. Ik voelde mij aangetrokken tot ceremonieel werk, en in de Vrijmetselarij vond ik daar veel van terug. Vijf en twintig jaar was ik lid van de vrijmetselaarsloge. Je krijgt ‘t daar in de loop der jaren aardig druk mee. Je hebt weinig tijd voor iets anders of om uit te kijken naar andere inspiratiebronnen. Tijd dus om ruimte te maken voor nieuwe ervaringen. Inmiddels was ik getrouwd en we hadden een zoon. Ik kon nu meer tijd en aan- dacht aan mijn gezin besteden’. Al die jaren was Rien van Geet wel een trouw bezoeker van de Vrij-Katholieke kerk in Arnhem, waar hij inmiddels was gaan wonen. Lid worden van de VKK ging hem nog te ver. ‘Je verbindt je aan iets en vervolgens ga je aan zo’n ge- bouw werken, het dak repareren of goten schoonmaken, of je met organisatorische zaken bemoeien; dat soort dingen. Daar was het mij niet direct om begonnen’. >> 5 Reflectie 1(3), december 2004

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=