Reflectie1(3).vp
Schitterende plek Van Geet zegt er meteen bij, dat hij het mooie kerkgebouw op de heuvel in Arnhem een schitterende plek vindt. ‘Als je daar zit, ga je als het ware vanzelf wel geloven...’ Hij legde zich vervolgens toe op de spirituele aspecten van reiki. Zijn leerproces hierin beschouwt hij als belangrijke in- wijdingen. Hij is nu reikimaster. In 1998 zat hij echt in een dip. Hij miste na de Vrijmetsela- rij nog altijd de aansluiting bij een nieuwe inspiratiebron. Maar toen hij op een dag thuis wat spullen aan het oprui- men was, kreeg hij een oud exemplaar van de Beginselverkla- ring van de VKK onder ogen. Door het opnieuw lezen ervan ging voor hem een toch zo voor de hand liggende deur open. ‘Ik wist waar ik moest zijn. Ik heb Frank den Outer opgebeld. We hebben gesproken over toelating als lid van de Kerk. Dat is in augustus 1998 gebeurd. Bij het verlaten van het kerkge- bouw, na de dienst, nam ik twee folders mee. Een ging over de Kings’ Week in Naarden. De andere over de cursus ‘Gouden Licht’ in Den Haag. De Kings’ Week was een prachtige ervaring. Het begon er al mee dat ik vanuit Arnhem de tocht naar Naarden helemaal op de fiets aflegde. Al fietsend kwam ik langs een aantal voor mij kenmerkende punten in het traject, waardoor ik eigenlijk mijn hele spirituele pad bewust opnieuw heb afgelegd. Ik reed door Utrecht waar ik dat eerste gesprek met Wim Hagens heb gehad, door Hilversum waar ik ook heb gewerkt en gewoond. En in Naarden ging er weer een wereld voor mij open. Boven de Garden of Rememberance bij de kerk zag ik drie buizerds zweven. Zij leken mij als het ware te verwelkomen. Later, in Canada, waar ik drie weken heb vertoefd bij een groep Cree Indianen, werd mij verteld dat de adelaar je de weg wijst; de boodschapper van de Goden is. Ik zag het als een teken dat ik op het goede spoor was, daar in Naarden. Het is allemaal wel heel intensief wat je dan meemaakt. Er kwamen veel emoties los en de tranen trouwens ook’. Hij werd er zich toen ook van bewust dat hij wilde werken als altaardienaar. Op 15 december 1998 werd hij in het hoog- koor toegelaten. Zonder het precies te beseffen, werd dit het be- gin van een reeks inwijdingen. Rien wilde zoals hij het zegt: ‘alleen maar dienstbaar zijn aan het altaar’. Water en wijn klaar- zetten, kaarsen aansteken, wierook verzorgen. Verder niets. ‘Maar bisschop Philip belde mij op. Hij wilde mij de kler- kwijding geven. Daar schrok ik van. Wil ik dat wel? Maar ik kon niet iets bedenken waarom ik het niet zou willen. Het werd mij aangeboden, een cadeau laat je toch niet ingepakt staan. Daarna begon er van alles te gebeuren. Ik werd als het ware in mijn kraag gepakt en ik moest aan de gang. Telkens dacht ik: tjee, weer een stap verder. Ben ik daar wel aan toe? Maar ik voelde mij er ook steeds meer mee verbonden. Ik heb in Den Haag de bijeenkomsten van ‘Het Gouden Licht’ ge- volgd. Het was een mooi en intens gebeuren. Veel uitwisseling van ervaringen en contacten. Ik zeg je eerlijk, het is nog steeds voor mij een groot verdriet dat het niet goed is gegaan met de eenheid binnen onze Kerk. Daarom heb ik er alles aan willen doen om de breuk niet te laten plaatsvinden. Toen de breuk er wel kwam, was het allemaal moeilijk en verdrietig’. Pijn en inzicht Intussen was Rien in de cruciale fase gekomen van hogere wijdingen. Er was al een datum vastgesteld voor de diakenwij- ding. Maar de crisis in de Nederlandse kerkprovincie stond niet toe, dat er dergelijke wijdingen zouden worden gegeven. Het was voor alle betrokkenen een periode van pijn en ook van groeiend inzicht. Rien zelf nam in de zomer van 2003 een time-out. Hij stond opnieuw in tweestrijd. Door alle onrust was er veel twijfel. Het beeld van de strenge dominee van vroeger dook weer op. Moest Rien diaken en mogelijk later priester worden en de mensen gaan vertellen over goed en kwaad en over hoe zij moeten leven? Een dienst doen in de gemeente dat gepreek houden...? Op een vrijdagmiddag ging hij naar de kerk in Arnhem, stak de kaarsen aan bij het Mariabeeld, legde de knielkussens naast elkaar in het hoogkoor en ging op de grond liggen, vast besloten er niet meer vandaan te gaan voor hij zou weten en ervaren wat hij moest doen. Toen hij na twee uur opstond, wist hij dat hij in staat zou zijn het eventuele priesterschap op zich te nemen. Er was sprake van een nieuwe heelheid. De diakenwijding vond plaats op 11 januari 2004. De datum voor de priesterwijding werd al spoedig daarna vastgesteld, 20 november 2004 in de kerk in Naarden. ‘Het is indrukwekkend geweest om te ervaren hoe je in die laatste fase voor de priesterwijding wordt voorbereid. Niet al- leen door mensen die je leren hoe je moet celebreren, maar door schijnbaar toevallige omstandigheden. Ik vertelde al over het priesterkruis en de reiskelk van Edmund Huster. Maar er is nog iets bijzonders gebeurd. Via via ben ik in bezit gekomen van een priesterkelk die eigendom is geweest van een aalmoezenier van het Canadese leger die, na geland te zijn in Italië met zijn regi- ment in de slag bij Arnhem belandde. Deze Captain Derwent Owen van het Royal Canadian Westminster Regiment heeft zijn kelk aan een predikant in Drenthe geschon- ken en uit de nala- tenschap van diens familie kwam die kelk bij mij. Uitgerekend in Arnhem, waar in de oorlogsjaren zoveel is gebeurd, ga ik die kelk nu weer gebruiken! Toen ik de kelk in ontvangst nam, was hij oud en groen uitgeslagen. Maar hij is opnieuw verguld en ge- wijd. Een kostbaar geschenk, voor mij hét symbool van bevrij- ding; waardig om de communie mee uit te reiken.’ De band met Canada blijft trouwens bestaan. Afgelopen oktober verbleef Rien, zoals gezegd, enkele weken in een Ca- nadese plaats met de veelzeggende naam Hope, ongeveer hon- derd kilometer oostelijk van Vancouver. Het was een soort retraite, een meditatieve reis. Hij verbleef bij de Cree Indianen en leerde van hen hoe mens en natuur één kunnen zijn. ‘Ik heb een rituaal meegemaakt waarbij je leert afstand te doen van alles wat je in het verleden nog niet goed hebt afge- handeld. Pas als je die fase van afhandelen hebt afgesloten, ben je fysiek en mentaal schoon en kun je aan iets nieuws be- ginnen. Eigenlijk was dat nieuwe al begonnen, maar het kwam daarmee in een bepaalde bedding. Van die indianen heb ik er- varen hoe belangrijk het is Moeder Aarde te eren en in ere te houden. Het vrouwelijke aspect in de Schepping is daar heel sterk aanwezig. Hoewel wij hieraan in onze Kerk ook aan- dacht geven, middels onze verering van Onze Lieve Vrouwe, zou ik toch willen dat er meer elementen hiervan in de H. Mis zouden worden opgenomen. Tot nu toe is dat uitsluitend in de Meditatie op de Wijsheid of de Mariawijding te vinden. Dat nu in onze Kerk vrouwen steeds meer een gelijkwaardige plaats gaan innemen in het ceremoniële werk vind ik goed, maar het zal er om gaan hoe wij de verschillen tussen het mannelijke en vrouwelijke aspect een plaats geven. Die zijn namelijk naar 6 Reflectie 1(3), december 2004
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=