reflectie zomer 2013.vp
Jezus staat op het punt om zijn inwijding te krijgen. Het is Zijn laatste taak. Alles afleggen. Het blijkt dat hij helemaal al- leen is, in het voorportaal van de Stilte. Je moet deze reis ma- ken met de wil om te dienen, niet uit zelfzuchtige overweging- en. Hij geeft zich over, geen enkel begeerteaspect is meer aan- wezig: “Vader laat deze beker aan mij voorbij gaan, maar niet mijn wil maar de uwe geschiede”. Metafysisch staat Getshemané voor de strijd die plaats vindt, als men zich gewaar wordt van de waarheid. Het is de plaats waar men het zelfbewustzijn opgeeft en tot nieuw gees- telijk leven komt. De immense Stilte van Getshemané kunnen wij bijvoor- beeld ook ervaren als het altaar op donderdagavond ontluis- terd is. Alles is weg, de bloemen, de altaarkleden, de kaarsen, en de deur van de tabernakel staat open. Tot zover de bijdrage door Pr. Parcival van Gessel over de Hof van Gethsemané. Goede Vrijdag Goede Vrijdag is de meest sobere dag in het kerkelijk jaar. ’s Ochtends werd stilgestaan bij de Verering van het Kruis, een sober, eenvoudig maar diep verstillend rituaal. Pr. Christiaan de Moraaz Imans leidde hierover ’s ochtends, na de kerkdienst van de Prime en het ontbijt, een bijeenkomst. Zijn bijdrage: Wat is het ‘goede’ aan deze vrijdag? De gangbare betekenis van de dood van Jezus en van Goe- de Vrijdag ligt in het offer dat Jezus volgens de evangeliën heeft gebracht (bijvoorbeeld Marcus 10:45 – “de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen” . Het gebeuren van het sterven en de opstanding in drie da- gen komt je ondermeer ook tegen in het oude Egypte. Dit pro- ces wordt gezien als een volledige weg van inwijding. Pas als je dat werkelijk kunt doormaken, ben je echt bevrijd van de dood. Bevrijd van ‘vergetelheid’. De dood is dan uit te leggen als het volledig los zijn van de materie (vergetelheid). Dit thema kom je ook regelmatig in de Nag Hammadi-ge- schriften tegen. We hebben gelezen uit het Evangelie der Waarheid (1) : “Zoals het fortuin van de overleden huisheer verborgen blijft zolang diens laatste wil nog ongeopend is, zo ligt ook het Al verborgen zolang de Vader van het Al onzichtbaar is (2) , Hij die zijn eigen oergrond is, en uit wie alle ruimten voortko- men. Om dit testament te openen is Jezus gekomen. Hij werd aan het hout genageld en zo heeft hij de wilsbeschikking van de Vader aan het kruis gehangen. O, zulk een grote lering! Hij verlaagt zich tot de dood hoewel het eeuwig leven hem om- kleedt.” “Nadat Hij deze vergankelijke lompen (3) had afgelegd, be- kleedde Hij zich met de onvergankelijkheid die niemand Hem ooit ontnemen kan. Nadat Hij in de lege domeinen der angsten was doorgedrongen, heeft Hij zich voortbewogen tussen hen die naakt waren door vergetelheid. En hij verkondigde tegelij- kertijd wat in het hart is van de Vader, om dit aan hen te on- derwijzen die de lering zullen aanvaarden. Want hij is immers gnosis (4) en volkomenheid.” In het volbrengen van de wilsbeschikking van de Vader, “niet mijn wil geschiede…”, geeft Christus zich met Geest – Ziel – Lichaam over aan de Vader. Juist op dat kruispunt wat het kruis ook voorstelt, wordt boven gelijk aan beneden. Deze voorstelling is wat wij ook met elkaar ervaren in de Completen (dienst) van de Verering van het Kruis. In deze dienst wordt het altaarkruis voor het ta- bernakel geplaatst en gaat de geestelijkheid in processie door het middenpad van de kerk met drie kniebuigingen terug naar altaar. Bij de eerste kniebuiging zingen we: Heilig zijt / Gij, O God . Bij de tweede kniebuiging: Heilig zijt / Gij, O Machtige. Bij de derde kniebuiging: Heilig zijt Gij, O On/sterfelijke, stort Uw Liefde over ons uit. Dan wordt gezongen het lied: “Neem op uw kruis; tel schande niet noch luister naar wat hoogmoed zegt. Hij heeft de kruisweg afgelegd opdat uw ziel het Licht zou zien.” Op de afbeelding hierboven, staat het ontluisterde altaar. Op deze wijze ervaren we letterlijk de aanwezigheid van de dood en daardoor de afwezigheid van Christus. Dat wordt door ons ervaren door het open deurtje van het met paars beklede taber- nakel en het geheel kale altaar. Verder hebben we in deze bijeenkomst uitgewisseld wat de volle overgave van de ziel, en op dat moment het scheuren van de voorhang in de tempel kan betekenen. Het zichtbaar wor- den van het ‘onzichtbare’ en dat de aarde schudde. Het meest wezenlijke moment, het mysterie van Pasen wordt zo geopen- baard, is de conclusie. De gebruikte verwijzingen in de bijdrage van Pr. Christi- aan de Moraaz Imans zijn achtereenvolgens: (1) - Codex I, Boek 3, pagina 20 en 21; (2) - Het unieke wezen, dat uit zich- zelf stamt; (3) - Het stoffelijke lichaam; (4) - Kennis, innerlijk weten. Tot zover de bijdrage door Pr. Christiaan de Moraaz Imans. ’s Middags was er een workshop met als titel: Mijn leven in perspectief. Een werkvorm waarin uitwisseling plaatsvond over ieders eigen inwijdingsweg. Deze workshop werd geleid door Pr. Parcival van Gessel. Zijn bijdrage over deze middag: Pr. Parcival noemde zelf een aantal voorbeelden van situaties in zijn leven, wat duidelijk ervarings- en leerpunten waren. Zoals het moment dat hij zijn “priesterbezieling” ontving in de crypte van de San Miniato Al Monte in Florence, toen hij 16 jaar oud was. Pas veel, veel later herkende hij het als een Priesteropdracht, maar de “drive” was gekomen op dat mo- 10 Reflectie 10(2), zomer 2013
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=