Reflectie Herfst 2013.vp

het bouwen van een innerlijke Tempel, zelf een Tempel wor- den. De rode draad hierbij is de transformatie van de mens. Langzamerhand vergaten de mensen dat ze deel vormden van een Kosmisch Verbond. De priesters vergaten zelfs dat ze de functie hadden om middelaar te zijn, om ‘brug’ te zijn tussen hemel en aarde. Hierdoor raakten de leringen die ze gaven vervormd. Ze waren eigenlijk al bezig de samenhang te verlie- zen tussen God, Mens en Natuur. In wezen is de fysieke, ma- teriële verwoesting van de Tempel een uitdrukking van de mens die zich niet meer richt op de harmonie, die de eenheid uit het oog is verloren, de mens die niet meer zuiver is. De mens is dan vergeten hoe men bedoeld is te zijn; dat men zelf een Tempel is, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Dank zij de riten die in de Tempel worden gevierd en de gebeden die worden gezegd kunnen deze vervormingen wor- den hersteld en kan de mens worden getransformeerd tot een wezen waarin hemel en aarde weer verenigd zijn. Zo wordt de mens een afbeelding van de Tempel; zo wordt zij of hij zelf tot een Tempel gemaakt. En is daardoor ‘brug’, middelaar, tussen hemel en aarde. De informele bijeenkomst op 7 juli De zondagmiddagbijeenkomst vond plaats in de kerkzaal van de kerkgemeente van Sint Michaël en alle Engelen in Naar- den. We zaten in een cirkel met, in de rand van de cirkel, een opening naar het altaar. Het centrum van de cirkel werd ge- vormd door een grote vaas met een weelde aan uitbundig bloeiende bloemen en vier brandende waxinelichtjes, één voor iedere windstreek. Steen uit NMuur Synagoge Er waren zevenentwintig aanwezigen waaronder, behalve Margaret Barker en Annine van der Meer, onze beide bis- schoppen en nog vijf priesters. Priester Ronald Engelse had een uitgebreide vragenlijst op- gesteld, met daarin ook opgenomen zowel eerdere vragen gefor- muleerd door de Clericale Synode als de vragen die tijdens de landdag op 20 mei zijn gebruikt in het middagprogramma. Met het oog op de tijd werd besloten niet verder te gaan met deze lijst maar een vragenronde te houden, zodat ieder van de aanwe- zigen aan de beurt kon komen. De vragen van Ronald’s lijst zullen op een ander moment worden beantwoord. Inmiddels is dit gebeurd en deze antwoorden zullen inclusief de vragen apart nog worden gepubliceerd door het VKIE. Eveneens zal het VKIE de coördinatie van het vervolg op zich gaan nemen. Mar- garet is uitvoerig ingegaan op elke vraag die werd gesteld. Die zondagochtend had Margaret deelgenomen aan de H. Mis. De liturgie had ze eerder ontvangen. Zij heeft de dienst ervaren als een ‘lovely service.’ Over de Bezinning op de Wijsheid was Margaret zeer te spreken. Jammer vond ze het dat dit vrouwelijk aspect zo aan de zijlijn bleef. Margaret advi- seerde ons te blijven zoeken naar manieren om deze in te we- ven in de Heilige Mis. Volgens Margaret is een constructie van buitenaf geen oplossing. Zoiets moet van binnenuit groeien en geleidelijk aan gestalte krijgen, dat vraagt tijd. De dienst zou als het ware een natuurlijke uitwisseling, een geheel, moeten vormen van het mannelijk en vrouwelijke. Beide aspecten moeten weer bij elkaar komen. Zo ontstaat er een harmonieus weefsel en is er eenheid in de vorm van de dienst. Op deze manier is Vrouwe Wijsheid weer in onze aandacht tegenwoordig. Menora Een hulpmiddel is de aanwezigheid van voorwerpen die sym- bool staan voor de Vrouwe Wijsheid. Margaret noemt o.a.: de Menora, de Boom des Levens, brood, water, zalfolie, vuur, wind, adem (ruach; Margaret verwijst naar Genesis 1:2.). Het tabernakel is ook een verwijzing naar de Vrouwe. Anders leren kijken naar de voorwerpen die er al zijn en je bewust worden welke voorwerpen symbool staan voor Vrou- we Wijsheid maakt al een verschil. Margaret oppert de sugges- tie om in de kerkzaal in plaats van het portret van Maitreya een icoon van de Moeder Gods op te hangen. 10 Reflectie 10(3), herfst 2013

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=