Reflectie Herfst 2013.vp
De Heilige Mis in kosmologisch perspectief, hoe vrouwelijke en mannelijke symbolen daarin werken X Gert Jan van der Steen Deze lezing is gehouden tijdens de Conferentie “Het eeuwig vrouwelijke” op 6 juli 2013, en wordt, vanwege de omvang, gepubliceerd in twee delen. Dit is deel 1 van de lezing. Deel 2 verschijnt in het volgende nummer van Reflectie. De presenta- tie met illustraties staat op www.vkk.nl/download/ GJvdS_Heilige Mis.pdf Inleiding De Heilige Mis wordt door sommigen als te mannelijk erva- ren. In deze lezing wordt nagegaan welke symbolen in de Hei- lige Mis een mannelijk of vrouwelijk karakter hebben. Dat ge- beurt aan de hand van begrippen uit de kosmologie. Het zal blijken dat er meer vrouwelijke dan mannelijke symboolwer- kingen zijn aan te wijzen. Heilige Mis in de VKK De Heilige Mis in de Vrij-Katholieke Kerk (VKK) is opge- steld door Charles Leadbeater, uitgaande van de Tridentijnse Mis. De Heilige Mis heeft een kosmologische component. Zo’n verbinding tussen kosmologie en liturgie is niet uniek. Zo wordt in de Joodse religie ingezien dat wij zuiver moe- ten handelen om de Kosmos in evenwicht te houden. Daardoor zal er kracht en zegen verspreid worden in onze wereld. De oude mysteriescholen kenden het adagium: “Wie de geheimen van de schepping wil leren kennen verheffe zijn stem in de lofprijzing tot God.” Leadbeater heeft in “Een Christelijke Gnosis” een duide- lijk beeld gegeven van een tegelijk theosofische als christelij- ke kosmologie. Dit beeld kan geünificeerd worden met de ab- stracte kosmologie van (de later levende) Dion Fortune in “The Cosmic Doctrine”. Bijzonder in haar (geïnspireerde) kosmologie is dat zij een Kosmische fase aangeeft die vooraf gaat aan de schepping van ons Universum. Daarmee is een meer evenwichtige duiding van het mannelijke en het vrouwelijke mogelijk dan in de kosmologie van Leadbeater. Vanuit deze gecombineerde kosmologie wil ik de woord-, beeld- en handelingssymbolen duiden zoals die voorkomen in de Heilige Mis. In deze kosmologie speelt vanaf het allereerste begin het mannelijke en vrouwelijke een hoofdrol. Een moeilijkheid bij esoterische kosmologie is wel dat de beschrijvingen het mentale overstijgen. De beschrijvingen zijn metaforisch en moeten voor een goed begrip eigenlijk meebeleefd worden. Kosmologie in grote lijn In het begin is er vanuit het ongeopenbaarde een beweging in een rechte lijn (mannelijk). De lijn buigt af en vormt een cirkel (vrouwelijk). Binnen de cirkel vormt zich de Kosmos. Er ontstaan de Ring Chaos die aanzet tot beweging naar de rand van de Kosmos, en de Ring Kosmos die aanzet tot bewe- ging naar het centrum. Beide ringen (mannelijk) werken tege- lijk eeuwig door, met eigen fasen (getijdenwerking). Uit beiden komt voort de Ring Niet Verder (vrouwelijk, de “Moeder” of de “Vrouwe”) die stabiliseert en compenseert. Het eeuwig mannelijke en vrouwelijke zijn nu in functie. Po- ëtischer gezegd: de eerste twee Ringen zijn de spoelen waar- mee de Vrouwe haar kleed, de Kosmos, weeft. Binnen de Kosmos ontstaan zeven gebieden (sferen) die in elkaar zijn genest. Door instroming vanuit het ongeopenbaarde ontstaan elementaire deeltjes, “atomen” in chaotische bewe- ging. Door getijdenwerking van de Ringen Chaos en Kosmos worden vanuit de atomen langzaamaan grotere onderdelen ge- vormd die organismen worden. Organismen reizen door de Kosmos en worden steeds min- der chaotisch, complexer, leren en voegen onderlinge reactie- patronen toe aan geheugen (Wijsheid, “Sophia”). Het geheu- gen zorgt voor vermindering van chaos. Een volmaakt geworden organisme kent de gehele Kosmos (volmaakte Wijsheid) en wordt een Logos. Op een impuls van de Ring Chaos vormt de Logos een eigen sfeer (Universum) en reflecteert daarin de Kosmos, met lokale Ringen en Sferen. Deze eerste emanatie is de Heilige Geest. De reflectie vindt plaats in de Moeder van de Kosmos. Hierdoor ontstaat ook de Moeder van het Universum (“Sop- hia” op meerdere niveaus). In het Universum worden de Kos- mische wetten gespiegeld, doordat zij inherent zijn in de na- tuur van de Logos. Dit zorgt voor een opheffende werking op reeds aanwezige lagere organismen binnen het Universum. Deze organismen worden zich vaag bewust van de Logos, gaan samenwerken en scheppen hun omgeving. De schepping wordt gestabiliseerd door de Moeder van het Universum. De Logos (de Vader) ervaart het vage bewustzijn en ema- neert door de compensatiedrang van de Moeder vanuit Zijn hoogste niveau Liefde (de Zoon, als tweede emanatie) die or- ganismen samenbindt tot grotere eenheid. De Moeder hand- haaft en verzorgt de organismen (compensatie vanuit Wijs- heid). De organismen gaan, door de werking van de Zoon, op weg naar de Vader (pelgrims). De Vader komt de pelgrims tegemoet (de 3e emanatie). Gevorderden (hiërarchieën) onder- steunen beginners. Ontwikkeling versnelt. Hierdoor kan het Universum (de schepping) uiteindelijk één worden met de Vader en wordt de Vader zich ten volle be- wust van de schepping die gedragen wordt door de Moeder. Door de volledige bewustwording van de Vader zal nieuwe schepping ontstaan op een manier die voor ons nu onkenbaar is maar die wij dan zullen ervaren. De Kosmos blijft creatief. Er treden steeds nieuwe Kosmi- sche fasen op van ontwikkeling wanneer alles tot voltooiing lijkt te zijn gekomen. Heilige Mis in grote lijn Op eenzelfde manier kan de Heilige Mis beschreven worden, met dezelfde metaforen. Door de Heilige Mis ondersteunen wij het werk van de Zoon. 13 Reflectie 10(3), herfst 2013
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=