Reflectie Herfst 2013.vp

Zonde bestaat niet Eleonore Kemperink Dit is een wel heel duidelijke uitspraak over een onderwerp waarover in alle toonaarden werd en wordt gesproken. “Zonde be- staat niet” is een uitspraak uit het Evangelie van Maria Magdalena. In dit Evangelie is Jezus in gesprek met Maria Magdalena, Petrus en Jacobus. En het is Petrus die aan Jezus vraagt: “Omdat U ons alles heeft uitgelegd, zeg ons nog dit: wat is de zonde van de wereld?” Petrus begrijpt kennelijk dat het de zonde is die ons terug- houdt van onze ware bestemming. Wel, wij hebben een hekel aan het woord ‘zonde’. Het riekt naar alle beweringen over hel en verdoemenis. Wij vinden het een woord dat neerdrukt en dat is niet zo gek, omdat het ook nog eens een hele wereld van moraal over goed en kwaad in zich draagt. Als we gaan kijken naar het oorspronkelijk woord dat ver- taald is in ons woord ‘zonde’, dan vinden we het woord ‘biesja’. Een woord uit het Aramees, de taal die in de tijd van Jezus in Palestina werd gesproken. En dat woord ‘biesja’ heeft een veel mildere lading en draagt zeker geen oordeel over goed en kwaad in zich. Het woord betekent letterlijk ‘onrijp- heid’ en ‘onwetendheid’. Kijk, en dan krijgt alles ineens een heel andere betekenis en gevoelswaarde. Geen enkele veroor- deling, hoogstens een aansporing om ‘grotere’ kennis op te doen, om te willen leren, om inzicht te verkrijgen en verder te groeien. En in het gedeelte van het Evangelie van Maria Magdale- na dat we bijvoor- beeld in de periode na Pasen hebben ge- lezen zegt Jezus ook heel duidelijk: “Zon- de bestaat niet”. “Maar”... gaat Hij verder... “jullie zijn het die de zonde ma- ken ”. En het woord ‘maken’ is hierin heel belangrijk, denk ik. Want hoe doen we dat dan? Dat doen we, zegt Jezus, “om- dat we doen wat in wezen gelijk staat aan overspel, dat wat men ‘de zonde’ noemt”. Nu, het woord ‘overspel’ en wat het voor ons nog altijd inhoudt is wel zeker één van de dingen die de mens het meest veroordeelt en het meest zondig noemt. We leggen het woord ‘overspel’ uit als diegene begeren die jou niet toebehoort en daar in daad aan toegeven. En als we daar nu eens een kleine verandering in aan- brengen? En het woord overspel duiden als dat gene begeren wat jou niet toebehoort, dan komen we wellicht dichter bij wat Jezus bedoeld kan hebben. Want is het niet zo dat wij, levende in de stof, in onze lage- re persoonlijkheid, voortdurend datgene het meest begeren wat ons niet wezenlijk toebehoort? Wat niet hoort bij wie wij in wezen zijn?! Wij zijn niet onze baan, we zijn niet onze sociale status, we zijn niet ons verleden, we zijn niet ons verhaal, we zijn ook niet ons karakter. Maar.....meestal identificeren we ons er wel mee. Jezus noemt het in het Evangelie: “Jullie houden van wat jullie misleidt”. En daarom ga je dood, en daarom wordt je ziek, zegt Hij. We geloven in tekort, we geloven in vergankelijkheid, we weten dat het niet klopt, maar we weten nog niet zo goed hoe we dat moeten laten. Toch roept Jezus ons op vol te houden en moed te tonen tegenover de vele misleidingen die ons omrin- gen. Want Hij weet als geen ander dat in al die vormen het we- zenlijke van de dingen schuilgaat. En dat is de moeilijkheid. We moeten door de vorm heen naar het wezenlijke van de dingen. Daar moeten we ons bewustzijn op richten. De stof is slechts de verpakking die ons kan afleiden van waar het wer- kelijk om gaat. Dit te doen vraagt om inkeer, vraagt om naar binnen te gaan, om naar binnen te kijken. Het vraagt om bezinning om wat er diep verborgen leeft. Het vraagt om te zoeken naar inzicht zodat we niet langer onwetend en onrijp zijn om dan de juiste keuzes te kunnen maken. — Het vraagt om stil te zijn en te luisteren. — Het vraagt om stil te zijn en te kijken. — Het vraagt om stil te zijn en te weten. — Het vraagt om te leren kijken met de ogen van je hart. Als je dat doet zie je andere dingen, hoor je andere dingen, er- vaar je andere dingen en zie je in de wereld van de verleidin- gen en misleidingen een andere wereld. — Een wereld van liefde. — Een wereld vol goddelijkheid. Eleonore Kemperink (1951) In 1987 lid geworden van de VKK, stam- mend uit de RKK, waar ik ook verschillende activiteiten begeleidde. Vanaf 1994 actief aan het altaar, hetgeen uiteindelijk tot mijn priesterwijding heeft geleid, die in 2007 in Naarden plaatsvond. Sinds 12 mei 2013 ben ik eerstaanwezend priester van de kerkgemeente Arnhem. * * * 16 Reflectie 10(3), herfst 2013 Schutsmantel van Maria

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=