Reflectie Herfst 2013.vp
Het Gelaat van de Geliefde Rachel Sonius Een artikel naar aanleiding van het boek “Het Gelaat van mijn Gelief- de”, de mooiste liefdesgedichten van Rumi. Verzameld en naverteld door Wim van der Zwan. Uitgeverij: Altamira-Haarlem. € 7,95. ISBN: 978-94-013-0102-2. Tevens verkrijgbaar als e-book. “Laat in de smeekbede en het losmaken je egoïsme sterven, opdat de adem van Jezus je nieuw leven kan geven, net zo mooi en gezegend als hijzelf.” (Masnavi –Rumi-(1207-1273)) Iemand stelde eens een vraag of het “Gelaat van de Geliefde” bij de soefi’s hetzelfde is als “Gods Aangezicht”. Degene die werd verwacht te antwoorden was wat ze noemen een soefi, maar was van oudsher ook bekend met de christelijke religie en kende wel zeker de uitdrukking ‘Gods Aangezicht’. Inner- lijk gingen alarmbellen rinkelen. Op het eerste gezicht zou “ja” een passend antwoord zijn. Want het woord ‘gelaat’ komt overeen met ‘aangezicht’. Maar wellicht was er onderscheid te maken in de innerlijke beleving. Wellicht dat “Gods Aan- gezicht” zich meer afspeelde in de hemelen; hoopvolle, devo- tionele stille ogen gericht op het verre Doel in aanbidding; en dat “Het Gelaat van de Geliefde” zich meer afspeelde in een vurig verlangen God die Liefde is te kennen volgens innerlijk ontwikkeling. Maar dat waren invullingen. De wegen tot God zijn vele…en in het grote geheel van verscheidenheid, gaat een ieder die God wil kennen zijn eigen weg, volgens zijn of haar eigen afstemming en ontwikkeling. Wij spreken veel over eenheid, de broederschap der mens- heid, eenheid met God, wij zijn allen één. Is dit een utopie? Laten we het er op houden dat eenieder, bewust of onbe- wust daarnaar op zoek is. Dat een ieder, bewust of onbewust zijn of haar eigen plekje zoekt in het grote Geheel en zich daarmee zoekt te verbinden. En dat degene die ‘gevonden’ heeft daarover niet spreken kan. Misschien kunnen we zeggen, dat de mystiek een middel is. Want mystiek is iets ‘persoon- lijks’. Het enige Wezen, dat God wordt genoemd in de Chris- telijke religie, is verbonden met het menselijk wezen dat wij zijn…en in het woord ‘wezen’ ligt de verbinding. Zo kan het dat Rumi spreekt van de nieuw leven gevende adem van Jezus, ‘net zo mooi en gezegend als hijzelf’. Wat te zeggen over soefi’s en over hun mystiek, hun poëzie, hun Qawwals (een soort troubadours) die zingen over het ver- langen naar vereniging met hun Geliefde en de pijn van de af- gescheidenheid daarvan. Die de ene God aanbidden, die alle vormen, voorstellingen en beelden, ideeën te boven gaat, maar uiteindelijk daarin opgaan door middel van de liefde. God her- kennen in de Schoonheid van het Universum, en in alles wat in dat Universum, gezien en ongezien, leeft. Alle schoonheid kan bij de soefi liefde opwekken, maar steeds zal hij zoeken zich te verenigen met die bestendige, onveranderlijke liefde van zijn Geliefde door de religie van het hart. Voor de soefi is God Liefde, Minnaar én Geliefde. Deze zoektocht hiernaartoe wordt beschreven door met name Perzische dichters als Rumi, die gebruik maken van symbolen, vergelijkingen of metaforen en parabels. Met als doel van deze zoektocht, dat we het ge- heim van de liefde ontdekken. Wat te zeggen over deze zoe- kers naar waarheid, die leerling worden van een Meester, als door een magneet tot hem/haar aangetrokken? Waardoor hun hart zo wijd wordt dat het het hele Universum kan bevatten? En daarin het Gelaat van hun Geliefde ervaren? Er valt misschien nog wel iets te zeggen naar aanleiding van het boek ‘Gelaat van mijn Geliefde’ waarin de mooiste liefdesgedichten uit de Masnavi van Rumi zijn verzameld en naverteld door Rumi-kenner Wim van der Zwan. Hoewel, over de gedichten valt niet veel te zeggen, die moeten worden ervaren. Als we het hebben over Rumi, gaan onze gedachten vrijwel meteen naar Turkije, naar Konya; dan herinneren wij ons de wervelende, om zichzelf draaiende derwisjen en het monotone ritme van de muziek en dit alles in een perfect even- wicht. Rumi was zich bewust van het feit dat alles in het Uni- versum in beweging wordt gezet door liefde. “Alles wordt in beweging gezet door liefde, liefde zonder begin of einde – De wind danst door toedoen van de sferen De bomen dansen door de wind.” Over het Pad van de Soefi en het Soefisme zijn vele uitspraken gedaan. Er zijn er die denken dat het gaat om een Islamitische sekte of over een oosterse religie, die onder dezelfde noemer als het Hindoeïsme of de Zarathoestrische godsdienst te rang- schikken zou zijn. Maar het Soefisme is geen godsdienst, noch een sekte. Soefisme kent geen bekeringsdrang of ‘zoeken naar zieltjes’ en vraagt geen materiële vergoeding aan hun leerling- en. Ook is het geen godsdienst, want een godsdienst kent dog- ma’s en doctrines, een geheel van officieel gevestigde overtui- gingen die we moeten onderschrijven om er deel van uit te maken. Soefisme kent geen enkel dogma. Wel spreekt zij over de grote waarheden die de basis van alle religieuze geloven van de wereld zijn: Het bestaan van de goddelijkheid, van de onzichtbare wereld en de onsterfelijkheid van de ziel. Een leerling op dat pad zal nooit gevraagd worden van godsdienst te veranderen. Hij/zij zal zelfs aangemoedigd worden bij zijn of haar eigen oorspronkelijke godsdienst te blijven, tenzij hij/ zij zélf zich aangetrokken voelt tot een andere godsdienst, maar dat is meer uitzondering dan regel. Soefisme is ook geen –isme. Het is een weg, een kunst, een levenskunst. Een manier van leven die veel vraagt van iemand die dat pad wil gaan. Het begint met er veel van en over te wil- len weten. Dan schiet het wortel, zo diep dat je een discipel bent geworden. Het woord discipel geeft al aan dat het geen vrijblijvend pad is. De reis in de diepte van jezelf vraagt, net 21 Reflectie 10(3), herfst 2013
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=