Reflectie Herfst 2013.vp
als een reis naar een ander land, waar je een voettocht wilt gaan maken, om een goede uitrusting en wellicht ook training. En om een gids die je door het onbekende landschap leiden kan. En zo is het ook met de innerlijke reis. Wie de keuze maakt deze reis te gaan maken, dient een aantal zaken in het oog te houden: de waarheid van de school, de capaciteiten van de leraren, je eigen capaciteit en je eigen wil. Het is een indi- vidueel pad waarop vele mogelijkheden liggen, maar waarop we onze eigen weg moeten vinden, te midden van alledaagse omstandigheden die het pad vormen. Het zijn juist die alle- daagse omstandigheden waarover Rumi vertelde. De waarheid ligt in de diepte van je hart. Voor een mysticus, en dus ook voor de soefi, is het echter niet noodzakelijk te geloven aan veronderstelde waarheden, zoals voorgesteld in een godsdienst. Zij kunnen wél een opstap zijn tot het ontwikkelen van vermogens om zelf antwoorden te vin- den op existentiële vragen. Tot de Soefi’s behoren ook dege- nen die geen godsdienst aanhangen, maar wel spiritueel zijn ingesteld. Hoe dan ook, vanuit welk vertrekpunt dan ook, staat de wil, aangewakkerd door verlangen, vooruit te komen in ontwikkeling. De enige grenzen zijn wij zelf. Het doel is dus persoonlijke ontwikkeling en kennis van het onzichtbare en zichtbare universum. Wij bestaan immers uit een stoffelijk lichaam en een ziel. Persoonlijke ontwikke- ling en de kennis van het zichtbare en onzichtbare universum gaan hand in hand en vormen samen één doel . Een soefi tracht te begrijpen wie hij is. En als hij weet wie hij is, kent hij het hele universum. Weten wij wie wij zijn? Waarmee vereen- zelvigen wij ons? Met ons werk, met onze naam, met de kle- ren die wij dragen ? Ben ik wat een ander denkt dat ik ben? Ben ik mijn gevoelens, mijn gedachten? Ben ik wat ik in de spiegel gereflecteerd zie? Ons meest ware zelf is als het Gelaat van de Geliefde dat zachtjes glanst, als een parel is verscholen in de schelpen van ons hart. Rumi ontmoette zijn Shams op een marktplaats in Konya en schreef daarover de volgende regels: “Sinds de vonk van de liefde in mijn hart ontvlamde Verslond ze alles in haar gloed. Ik zette boeken en verstand aan de kant En leerde gedichten, liederen en gezang.” En toen Shams op onverklaarbare wijze verdween, en Rumi hem ondanks zijn langdurig en wanhopig zoeken niet vond, schreef hij de volgende regels: “Waarom zou ik zoeken? Ik ben het zelfde als hem. Zijn essentie spreekt door mij. Ik heb naar mijzelf gezocht”. Over het Gelaat van de Geliefde wordt door Minnaars nauwe- lijks gesproken. Het wordt ook niet uitgelegd, maar kan slechts met een lyrische liefdespoëzie, getuige de voorgaande verzen, worden aangestipt. Van de weg naar éénwording toe kan echter wel iets wor- den gezegd. En voor die eenwording is het noodzakelijk een relatie met het voorwerp van aanbidding aan te gaan. Die rela- tie kan ontstaan uit het volgen van Erediensten, mediteren, het verkrijgen van kennis over God door bestudering van boeken, het in het hart sluiten van een Profeet of wereldleraar, of Meester die ons voorging op het pad, en ons de juiste richting wijst. Maar het begin, de bestendiging en de ontwikkeling van deze relatie komt bovenal voort uit een blijvend verlangen naar volmaakte, in en tot eenheid brengende liefde. Liefde, die onlosmakelijk verbonden is met het soefisme, de religie van het hart. Wanneer men boven menselijke liefde is uitgerezen, ont- springt de goddelijke liefde. “Liefde is de werkplaats van alle mysteriën. Aards of hemels, Alle liefde leidt naar het hogere”. Het mysterie van ons leven en het verlangen dit mysterie te be- noemen, te ervaren en te beleven laten zich niet vangen in re- denaties. Om tot het mysterie door te dringen, kunnen we sym- bolen gebruiken als de beste manier om deze mysteriën inzich- telijk te maken. Maar ook zijn symbolen de beste methode om de ideeën van een Leraar door te geven. Het is eigenlijk als een spreken zonder te spreken. Het is als schrijven zonder te schrijven. Het symbool kan worden gezien als een oceaan in een druppel en als een straal van de zon. Shams-i Tabrizi zegt: “Toen de Zon Zijn gezicht liet zien, verschenen alle aangezichten en vormen van alle werelden. Zijn schoonheid liet hun schoonheid zien; in Zijn helderheid straalde alles uit: door Zijn stralen zagen en kenden en be- noemden wij hen.” Dit is wat Rumi weerspiegeld zag in Shams, wat zich in hem weerspiegelde als leerling van Shams. En die hij ‘werd’ nadat Shams verdwenen was. De gedichten van Jelal-ud’Din Rumi hebben op de mensheid een enorme indruk gemaakt. Rumi was hoog opgeleid en bezat de gave van het woord, maar zijn ziel wachtte op haar verlich- ting die zich pas voltrok in het laatste gedeelte van zijn leven. Een man in lompen, zonder enige herkenbare trekken van de algemene en gevestigde omgangsvormen, sprak hem aan op de markt in Konya, terwijl Rumi daar op zijn ezel reed, vergezeld van zijn leerlingen. Een man die zijn boeken en manuscripten weggooide en zei: ”Heb je nu nog niet genoeg van lezen en studeren? Bestudeer het leven in plaats van een boek”. Shams, die Rumi’s studenten jaloers maakte, want hun Le- raar besteedde geen aandacht meer aan hen, door nog slechts Shams te volgen. Dit volgen van Shams was de geboorte van Rumi’s ziel. Alles had Rumi opgegeven: zijn positie als een gerenommeerd leraar, en uiteindelijk ook de fysieke aanwezig- heid van Shams. Maar door de eenheid die hij had bereikt met het hart van Shams, zag hij alles wat de Leraar had onderwe- zen en waarover hij had gesproken. Het Gelaat van de Geliefde straalde voor Rumi in al zijn volheid in Shams-i-Tabrizi. En zo kan Rumi spreken over “Het Gelaat van mijn Geliefde”… De taal van soefi-dichters stijgt vaak uit boven de beperkingen van lichamelijke, stoffelijke, aardse liefde naar verheven, god- delijke liefde. En is daarom m.i. ontdaan van elke vingerwij- zing naar een (aardse) voorliefde voor mannen, vrouwen, wijn, of taveernebezoek. De Wijn (Mee) is de nectar die de Ene zelf 22 Reflectie 10(3), herfst 2013
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=