Reflectie Herfst 2013.vp
Boekeninfo – Uitgelicht: Dr Eben Alexanders geruchtmakende boek "Na dit Leven" Rudolf H. Smit In het vierde kwartaal van 2012 ver- scheen een boek op de Amerikaanse markt, dat heel snel nummer 1 werd op de bestsellerlijst van de New York Times , maar dat ook veel stof deed op- waaien. Geen wonder, met een titel als deze: Proof of Heaven (In Nederland uitgegeven als Na dit Leven) . De schrij- ver is de hersenchirurg Dr. Eben Ale- xander III (de derde), een medicus met jarenlange ervaring en opgeleid aan de Harvard Medical School – de beroemde Harvard Universiteit dus. Tevens een man met een enorme staat van dienst, ook als wetenschapper op zijn gebied – het aantal van wetenschappelijke publicaties dat op zijn naam staat, of waaraan hij had meegewerkt, is niet op één hand te tellen. Bovendien gaf hij aan diezelfde Harvard Me- dical School les aan aankomende chirurgen. Derhalve is hij niet zomaar de eerste de beste neurochirurg. Behalve dat, een medi- cus die, zoals hij het zelf zegt, wel gehoord had van bijna-dood- ervaringen (BDE) maar die op grond van wat hem was geleerd daaraan geen serieuze aandacht had geschonken. Net als zoveel medici stond hij skeptisch tegenover de BDE hoewel hij er, zo- als hij zelf zegt, geen punt van zou hebben gemaakt als een pati- ënt hem zo’n verhaal zou hebben verteld. Hij zou het hebben af- gedaan met een vriendelijk klopje op de schouder van de patent en er verder weinig over gezegd hebben. Maar... toen overviel hem een gebeurtenis die zijn leven totaal op de kop zette en zijn inzichten over de BDE geheel zou veranderen. Eben Alexander’s bacteriële meningitis In het najaar van 2008 werd hij op een morgen wakker met een vreselijke hoofdpijn die in korte tijd erger en erger werd. Zijn vrouw en zonen waren vreselijk ongerust en wilden hem laten opnemen. Hij hield de boot af, hopende dat het wel over zou gaan. Maar het ging niet over, het werd juist erger en er- ger, en tenslotte werd hij met grote snelheid naar het zieken- huis vervoerd. Bij aankomst was hij in coma geraakt. De diagnose van zijn eigen ziekenhuisartsen was: een bacteriële meningitis (= hersenvliesontsteking). Dat was een hard gelag voor zijn vrouw en zonen want zo’n aandoening is in de negen van de tien gevallen do- delijk. Blijft de patiënt in leven, dan wacht hem, zoals de medi- sche statistieken laten zien, hoogstwaarschijnlijk een verder bestaan als een kasplantje… De toekomst zag er dus bij- zonder slecht uit. De dagen verstreken, en de toestand van Eben verslechterde met de dag. Er was geen spoor van verbetering. Zijn coma bleef diep. Tenslotte, na een week stond men het op het punt het harde besluit te nemen: stekker eruit. Toen gebeurde iets dat slechts als een medisch wonder kan worden omschreven: Eben werd opeens wakker, en keek de twee mensen bij zijn bed aandachtig aan. Uiteraard gaf dat een enorme schok. Iedereen kwam binnen en het was duidelijk dat Eben weer bij bewustzijn was. Het was ook duidelijk dat iets hem hinderde. De behandelende dokter zag wat het was: hij haalde het beade- mingsbuisje uit de mond van de patiënt, die even naar adem snakte, en toen luid en duidelijk zei: “Dank U!” en even daar- na: “Alles is goed.” En nog eens: “Maak je geen zorgen, alles is goed.” En tenslotte, een vraag aan alle aanwezigen: “Wat doen jullie hier allemaal?” Waarop één van hen riposteerde met: “Wat doe JIJ hier?” In de dagen daarna herstelde Eben snel, tot grote blijd- schap van zijn gezin en zijn doktoren. Toch verliep het niet helemaal soepel. Er waren momenten van verwardheid, hallu- cinaties, “gek gedrag” en, opvallend maar niet verwonderlijk, geheugenverlies over de dagen voordat hij was geveld. Zoals werd gediagnostiseerd: hij had last van een Intensive-Care- Psychose, iets wat bij verblijf op een intensive care blijkbaar niet ongewoon is. Desondanks herstelde hij volledig, en hij was zich bewust van de zeer ongewone situatie waarin hij had verkeerd, zoals de CT-scans van zijn eigen brein en de overige medische ge- gevens overduidelijk lieten zien. De ruimten tussen brein en schedelwand, alsook de ruimten tussen de hersenplooiingen waren geheel gevuld met pus als gevolg van de hersenvlies- ontsteking. Hoe hij daar levend van af was gekomen was en blijft een raadsel. Veel belangrijker echter was de zeer diep- gaande BDE die hij gedurende zijn coma had ondergaan en waarvan hij zich stukje bij beetje weer helder bewust werd. Een BDE van een helderheid en schoonheid die, zoals gebrui- kelijk trouwens volgens de BDE-literatuur, nauwelijks te be- schrijven was. Het was notabene zijn jonge zoon die hem aan- ried daarvan alles op te schrijven alvorens alles te gaan lezen wat hij maar kon vinden over BDE’s. Eén besef bleef daarbij overheersen: de zeer wonderlijke ervaring die hij had meege- maakt gedurende zijn periode in coma was ‘ultra real’, dus uit- zonderlijk echt, of zoals veel BDE’rs dat hebben ondervonden en uitdrukken: echter dan echt. Eben Alexanders BDE Eerst bevond hij zich in het donker – het was een modderige maar transparante donkerte waar hij doorheen kon kijken. Hij was zich bewust van zijn persoon, maar het was een bewust- zijn zonder geheugen of identiteit, net als in een droom waarin je weet wat er om je heen gebeurt, maar je geen idee hebt wie of wat je bent. Hij wàs er gewoon, zonder lichaam, hoewel hij zich daarvan, de afwezigheid van zijn lichaam, zich eerst niet bewust was. 25 Reflectie 10(3), herfst 2013 Eben Alexander III
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=