Reflectie Herfst 2013.vp
Woord Vooraf In dit herfstnummer van Reflectie heeft een rijke oogst aan materiaal een plaats gevonden. Bijvoorbeeld het artikel van Rudolf Smit over de BDE van Eben Alexander, dat werd genoemd in het “Woord vooraf” van jl. zomernummer, helaas door te grote omvang van alle kopij doorgeschoven naar dit nummer en abusievelijk is het “Woord vooraf”, met die aankondiging erin, niet herzien. Mocht u zich een en ander hebben afgevraagd …. Dan is dit de wijze waarop dit is spaak gelopen. Onze excuses hiervoor. Het herfstnummer dat nu voor u ligt bevat ondermeer diverse artikelen rondom de landdag van de Vrij-Katholieke Kerk op tweede Pinksterdag en de conferentie ‘Het Eeuwig Vrouwe- lijke’ op 6 juli jl. De middagbijeenkomst op tweede Pinksterdag stond inhoudelijk al in verbinding met de conferentie die later in de tijd zou gaan volgen. In een viertal artikelen wordt, hieruit en hier omheen, een grote rijkdom aan uiteenlopende accenten weergegeven; indrukken, kennis en impulsen die nu, binnen de VKK, actueel in de belangstelling staan. Verwant aan deze inhoud is bijvoorbeeld ook de afbeelding op de cover. Deze Sophia, Wijsheid of Vrouwe Wijsheid, is een mozaïek door Ivan Rupnik. Persoonlijk blijf ik de uitstraling van deze vormgegeven Sophia erg waarderen. En het moderne(re) ervan bleef steeds in mijn aandacht han- gen…. Wie is/ was Ivan Rupnik eigenlijk? En wat is de aanlei- ding dat een kerk deze moderne(re) mozaïek op de muren heeft? De kerk is de Santa María la Real de La Almudena , de katholieke kathedraal van Madrid. Op wikipedia valt hierover te lezen: “Ondanks dat de plannen voor een kathedraal in de Spaanse hoofdstad stammen uit de 16e eeuw, begon de bouw van de kerk pas in 1883. De kathedraal werd door Paus Johannes Paulus II gewijd op 15 juni 1993. De kathedraal zou eerst in een gotische stijl worden gebouwd, maar om het gebouw beter te laten aansluiten bij het Koninklijk Paleis is later besloten de neoclassistische stijl te gebruiken. Het interieur is modern (…).” Geen wonder dat het moderne werk van Rupnik hier goed on- derdak is. Maar wie is/ was Ivan Rupnik? Wat verder zoe- ken op internet deed me belanden bij het Aletti Centrum ( ‘www.centroaletti.com ’) in Rome. Rupnik (1954, jezuïet, filosoof, theoloog en kunstenaar, priesterwijding 1985) heeft de leiding van het Aletti Centrum. Het Atelier van het centrum is de ‘werkplaats’ van een groep, mannen en vrouwen, christelijke kunstenaars. “Werkplaats’ tussen aanhalingstekens, men werkt namelijk niet alleen met diverse kunstvormen, maar men vormt een centrum voor gebed, wonen en werken. Daarnaast wordt theologie, liturgie, de Bijbel en spiritualiteit bestudeerd. De wens van het centrum is dat er een nieuwe en frisse ont- moeting van kunst binnen het geloof kan blijven plaats vin- den. Waarbij zo’n ontmoeting alleen kan plaatsvinden in een persoon. Daardoor kan het centrum zo’n plek zijn, geen theorie alleen, maar verwezenlijking en uitwisseling in het scheppen van kunst. En waarbij door de onderlinge specialisaties en vakkennis via dialoog en communicatie met elkaar een stimulerende en verdiepende werking ontstaat. Door in beweging te blijven, in onszelf, en door met wijsheids- tradities en met elkaar, in wisselwerking te staan, worden en blijven inzichten ‘levend’. En kunnen deze inzichten en verworvenheden, als rijke oogst, een voedingsbodem vormen voor verdere groei. Moge de inhoud van dit nummer van Reflectie u een rijke oogst aan inspiratie en aanknopingspunten bieden. In ieder geval: veel leesplezier! Paul van Rooijen - eindredactie ¨ Ssspitueel Column door Aat-Lambèrt de Kwant Vorige week bevond ik mij weer eens op de boot van het be- faamde restaurant Het Gulden Vlies in Alkmaar, door een vriend ooit abusievelijk De Gulden Maagd genoemd. De boot is omgebouwd tot terras waar het goed toeven is, hoewel ik doorgaans op de stoelen langs de gevel te vinden ben. “Je kunt jou daar uittekenen”, zei iemand onlangs en hij kan het weten omdat hij zelf zich daar vrijwel iedere dag laaft aan zijn onafscheidelijke gerstenat. En ook ik zat, gewoonte- mens, weer eens mijn lijfblad te lezen en als spiritueel ‘in- nemend’ persoon genoot ik in afwachting van de bitter- ballen, van de spiritualiën en van het bakje nootjes. Doordat daar ook vrij veel bekenden hun verpozing zoeken is lezen niet altijd mogelijk en leg ik als sociaal voelend man met een zucht m’n krant maar weer neer, want ook als ik gewoon doorlees gaat de monoloog doorgaans gewoon door. Zelfs ‘iPad-ten’ is dan geen aanleiding om er maar even het zwijgen toe te doen. Alkmaarders zijn nu eenmaal gezellig en praatgraag. Ook nu had ik mij weer achter mijn krant genesteld en verheug- de mij op de spiritualiën die mij juist werden aangereikt. In- middels had een mij onbekend persoon een tafel verder plaatsgenomen en ondanks dat dacht ik lekker door te kun- nen lezen.Nee dus. “Bent u Aat de Kwant?” Ik kon niet anders dan deze indringen- de vraag bevestigend beantwoorden. “O, leuk, mijn zus kon u..” “Kon mij? Nu niet meer dan?” “Ja, ze kon u.” Ik deed maar geen pogingen deze grammaticale verspreking te corrigeren. Het schijnt dat veel Zaankanters “kon” zeggen inplaats van “ken”, maar goed… “M’n zus zegt dat u heel ssspitueel bent.” - “Spititueel?” “Ja, heel ssspitiueel. Dat ben je toch?” - “Nou niet dat ik weet.” “Nou, niet zo bescheiden.” - “Maar ik ben helemaal niet spitu- eel, maar je bedoelt wellicht spiritueel?” “Nee hoor, ze zei echt ssspitueel.” Ik gaf het maar op. “En ze zegt ook dat je geratis bent?” - “Geratis?” “Ja, zoiets.” Er ging me een lichtje op. - “Oh. Je bedoelt charismatisch? “ “Ja, dat was het.” - “Nou luister, zeg tegen je zus dat ik noch spiritueel noch cha- rismatisch ben. Ik ben gewoon een stukkieschrijver over spiritualiteit, maar roep niet van de daken dat ik zo spiritu- eel ben. Mensen zijn niet spiritueel, maar leven het en ik leef het ook niet altijd.” “Nou niet zo moeilijk doen hoor! Je kijkt of ik ’n vies woord zeg en ssspitueel.” - “Nou ja, het is wel verworden tot een soort vuilnisvat waar je allerlei troep in gooit”, zei ik, mij tegelijk realiserend dat de man niet helemaal snapte wat ik bedoelde. “Je zegt ‘spitueel’, maar het is spiritueel en dat is een woord dat vaak misbruikt wordt”, zei ik. De man keek me aan of ik gezegd had dat er bier in de Lindegracht stroomde in plaats van water. “Maar geratisch ben je wel?” - “Nou ben ik wel een dagje of wat ouder, maar een kwetsbare oudere (want dat betekent geri- atrisch zijn) ben ik nog lang niet. Omdat ik hier vaak rond hang zou hangoudere wellicht een juistere benaming zijn.” Afijn, de man bedoelde charismatisch, maar in de spiegel starend zag ik nog geen aureool boven m’n hoofd. Nee, ik ben niet spiritueel en niet charismatisch maar probeer dat maar eens duidelijk te maken. 1 Reflectie 10(3), herfst 2013
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=