Reflectie Herfst 2013.vp
De Landdag 2013 Drie vragen centraal in het middagprogramma Frank Kouwe De afgelopen drie jaar is er in onze Kerk een toename in de aandacht voor het vrouwelijk geestelijk aspect of aanzicht. Sinds Pa- sen 2013 is er een herziene liturgie in gebruik die (iets) minder mannelijk is. Op 6 juli 2013 organiseerde de Kerk samen met de Academie Pansophia een congres over het thema ‘Het Eeuwig Vrouwelijke’. Aansluitend werd op 7 juli in de middag een bij- eenkomst gehouden waarin werd stilgestaan bij de vraag wat de inzichten van het congres concreet kunnen betekenen voor onze Kerk. Ook in de Clericale Synode wordt bij dit onderwerp stilgestaan. Bijvoorbeeld de bijdrage van de kerkgemeente Utrecht tij- dens de Kerkennacht op 21 juni 2013 had als thema “Het vrouwelijk aanzicht van God”. En tijdens de Landdag op tweede Pinksterdag van dit jaar is in de middag met de aanwezigen in de vorm van een workshop gewerkt aan drie vragen. Twee ervan hadden te maken met het vrouwelijk aanzicht en de derde met het feest van de dag: Pinksteren. De vragen 1 — Op welke wijze kunnen we het vrouwelijk aanzicht van God in de liturgie vergroten? 2 — In de catacomben van Rome werd het volgende opschrift gevonden: ‘Ik moet eerst een Maria worden opdat Christus in mij geboren kan worden.’ Wat betekent deze uitspraak voor u? 3 — Wat betekent Pinksteren voor u? Zeven groepen In totaal zijn zeven groepen met deze vragen aan de slag gegaan. De aanpak in de workshop was in grote lijnen als volgt: brainstorm, dialoog (geen dis- cussie), luisteren naar elkaar en je la- ten inspireren door de ander tot meer inbreng, verrijken van elkaars op- brengst door er iets aan toe te voegen of uit te werken. Op deze wijze konden de vragen in de re- latief korte tijd die beschikbaar was op een intensieve wijze verkend en beantwoord worden. Er was echter geen tijd om de suggesties verder uit te werken in meer concrete voorstellen voor verandering. Voor de lezer zal dat misschien een wat onvoldaan gevoel geven, maar als zij/hij het leest vanuit de wetenschap dat het allemaal prille, spontane ideeën en opvattingen zijn, kan dat de eigen creativiteit tot invulling van wat hem/haar hier wordt aangereikt, stimuleren. Weergave In onderstaand artikel geef ik weer wat er die middag is opge- schreven. Ik heb geprobeerd daaraan inhoudelijk van mijzelf niets toe te voegen en niet mijn mening en interpretatie te ge- ven. Met de bedoeling dat wat er is gezegd te laten zijn wat het in zichzelf is. Uitspraken die iets met elkaar gemeen heb- ben, heb ik gegroepeerd. Om de leesbaarheid te bevorderen heb ik verbindende tekstdelen geschreven. De eerste vraag De eerste vraag over het vrouwelijk aanzicht in de liturgie le- verde relatief veel ideeën op. Uit de veelheid heb ik een top drie van opvattingen benoemd waarvoor een eerste aanzet tot uitwerking werd ondernomen. — De eerste opvatting is dat het vrouwelijke het vormaan- zicht van God is. Door wijzigingen aan te brengen in de vorm van de liturgie en minder woorden te gebruiken, wordt het vrouwelijk aanzicht vergroot, zo werd naar voren gebracht. Door dit te doen ontstaat er meer stilte en sereniteit waardoor het vrouwelijke wordt versterkt. Ook werd bij het vormaan- zicht genoemd het verlagen van het tempo van de Mis. De ge- dachte die hierbij werd neergelegd, is dat daardoor dat wat zich wil uitdrukken in de Mis de kans krijgt (“het ‘theatrale’ zichzelf laten uitdrukken”, werd er gezegd). Een andere sug- gestie die werd gedaan, was elkaar de hand geven of elkaar omhelzen om zo de gemeenschap te ervaren en het ‘wij’ te versterken. Het ‘wij’ als de gemeenschap, gelijk te stellen met het vrouwelijke, en gelijk te stellen met de gemeente. 3 Reflectie 10(3), herfst 2013 Rozen in de liturgische kleur van de dag
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=