Reflectie 12(3) herfst 2015

ONGRIJPBAAR Een licht en stil geluk dat ik als kind gekend heb komt weer boven af en toe Ik weet niet hoe Mijn leven lang heb ik ernaar verlangd Er zijn geen woorden voor Het is er steeds geweest Het is nooit weg geweest En toch nog niet te vatten Ongrijpbaar als het is is het mij telkens weer ontglipt ijler dan de lucht die onze adem is of als water waar een boot op drijft ons vloeiend door de handen glijdt Vervlogen vlagen van voorbij geluk soms vluchtig in gedichten afgedrukt zijn mij slechts bijgebleven van wat ik als een kind verlangd heb in mijn leven VLINDER VOOR EEN DAG* De zomer lijkt over zijn hoogtepunt heen Er fladdert daarginder nog een dolende vlinder Waar gaat hij toch heen? Wat wil hij nog vinden nu warme zomerse winden wijken voor onbestemd weer? Ons nietige ik is graag machtig Maar het is niet zo krachtig Het is kwetsbaar en klein als een vlinder kan zijn Frêle als een vlinder die leeft met de dag Even wat fladderen mag tot hij heen gaat naar ginder Fladdert wat rond in de regen glanst als de zon schijnt Een onbetekenend leven Toch een deel van het Zijn Fladdert wat rond in het Zijn Onbeduidend en klein gaat hij op in het Zijn kent geen ik en geen mijn Zou het niet zalig zijn vrij van een ik en een mijn kwetsbaar en klein mogen zijn in het alom aanwezige Zijn? *De vlinder is het symbool van de ziel Zie bijv. de Taoïstische wijsgeer Tswang Tse: “Ben ik Tswang Tse die droomt dat hij een vlinder is of ben ik een vlinder die droomt dat hij Tswang Tse is?” Gedichten van Piet Ransijn

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=