13(2)16

Reflectie jaargang 13nummer 2, zomer 2016 16 4 Mei duurt 2 à 3 uur, 5 mei een volle dag. Daarna gaan we weer gewoon aan het werk. ‘ Opa, vertel eens wat over de oorlog? ’ Er zijn nauwelijks opa’s en oma’s over die er toen bij waren en hun stemnog kunnen laten horen. Nog even en dan kunnen alleen nog hun verhalen naverteld worden uit een vergeten briefje. Wat men wel altijd zal blijven laten horen, denk ik, is: ‘Opdat we nimmer zullen vergeten!’ ‘ Opa, wat moet ik nimmer vergeten? ’ ‘De Grote Oorlog’ en al haar drama’s kun je lezen in Lou de Jong’s gigantische levenswerk. Maar ‘de Kleine Oorlog’ en al haar drama’s staan daar niet in. Families die elkaar de rug toekeerden, want er was iemand die een verkeerde keuze had gemaakt. Vaders enmoeders die uit elkaar raakten, kinderen die werden nagejouwd omdat ze verkeerde ouders hadden of een moffenmoeder . Angst voor verklikkers, die iets over jouw thuis wisten en dat de straat vertelden. Zelfs die correcte brave buurman was er één van. De tot dan vredige straat was plots veranderd, er was onrust, de straat was onveilig terrein voor sommigen geworden. Je kon worden nagejouwd enmet keien bekogeld. De kerkgangers én de kerkvader deden de deur dicht voor de ‘ fouten ’ uit de straat. Ook de baboe , omdat ze bij die ‘foute’ mevrouwwerkte, ont- kwamniet aan een pak slaag van jouw ‘eigen’ Nederlandse buurtgenoten. ‘ Opa, is het dát wat ik nimmer mag vergeten? ’ Maar ook dat er nu nog altijdmensen zijn die de NSB’ers zeggen en de Moffen en de Jappen en de Joden en de laatste tijd komen daar nog bij de Moslims en de Marokkanen enz.’ Er zijn er die niet kúnnen vergeten. Het zij hun vergeven wanneer hun dit niet lukt, niet lukt zich te bevrijden van verdriet of soms haat doordat zij het ‘duivels onmenselijke’ hebbenmeegemaakt. ‘ Opa, wat betekent voor jou de Bevrijding? ’ Ik dacht dat dat 15 augustus was, maar ikmerkte na lange tijd dat dat niet waar was. Het kwampas toen ik besloot niet meer over een Jap te spreken. Ik besloot voortaan Japanner te zeggen en hem te zien als een normaal mens uit een andere wereld. Toen ik daarna een Japanner sprak, voelde ik een bevrijding, er was een juk weggevallen uit mijn ziel. Ik denk dat op dat moment het gebed van het Onze Vader heel erg dichtbij kwam: ‘Ver- geef mij mijn schulden gelijk ook ik vergeef mijn schuldenaren...’ Op 4mei wordt met de woorden ‘ Opdat wij nimmer vergeten ’ het accent steeds op de herinnering aan de oorlog gelegd. Zou het helpen als op 4mei met die woorden het accent nu eens op onze ziel gericht zou worden, opdat we die niet vergeten? Bevrijding kun je alleen beleven van binnenuit, door vergeven in de stilte van 2 minuten. Dus geen Jap meer of Mof , maar iedereen weer... mens , daarna gaan we weer gewoon aan het werk. Levenslessen Levenslessen staan in de Bijbel. Hier zou ikmet nadruk zeggen: ‘ Opdat we die nimmer vergeten! ’ 1 De zaaier , met een kleine z geschreven, dus ieder mens kan het zijn, hij selecteert niet, hij kijkt niet om, hij zaait op alle soorten gronden. Is dit niet symbolisch ‘liefde voor alle mensen’? 2 De barmhartige , die op zijn pad een gewonde vindt, hem op zijn ezel laadt en hem in de herberg laat verzorgen, vraagt niet wie deze mens is of welk strafblad hij heeft. Is dit niet naastenliefde? 3 De discipel, die Jezus verraadt en wiens oor afgeslagen wordt door een woedende medediscipel. Jezus raapt het oor op en plakt het terug op zijn plaats. Symbolisch in woorden: ‘ Mijn broeder, je hebt de lessen uit onze leerschool maar half gehoord, half begrepen. Ga en begin nog eens opnieuw aan te kloppen aan de poort van onze tempel! ’ Is dit niet de ware liefde van de meester in ons? Mogen in die betekenis de levenslessen van 4 en 5 mei niet slechts 2 à 3 uur plus een volle dag duren, maar ‘nimmer vergeten’ worden. n 4 mei en 5 mei Twee dagen over oorlog en vrede, over angst en vertrouwen, over verraad en veiligheid Jan Tiernego Over de auteur Jan Tiernego werd geboren op 4 november 1934 in Batavia, zijn vader was Nederlander enmoeder Duitse. Hij vertelt: het begon voor mij met oorlog en evacuaties: in 1937 uit Sjanghai via Hongkong terug in Batavia, onder Japanse bezetting, en in 1946 naar Nederland. De term ‘moffenkind’ is me bekend, evenals de voor ons gesloten kerkdeuren. Mijn geloof heeft me nooit verlaten. Trouwdemet Annelies deHaan in 1964, zij stierf plotseling in 2004. Werd in 1974 gedoopt en overtuigd lid bij de VKK. Drie zonen en vijf kleinkinderen. Als weg- en waterbouwer gewerkt bij afvalwaterprojecten in binnen- en buitenland. Zin van het levenmet levenskunst en geloof, hoop en liefde samen in één vijver; ik streef ernaar.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=