13(4)16

Reflectie jaargang 13nummer 4, winter 2016 21 Over de auteur Wies Kuiper (1935) is eerstaanwezend priester van de kerkgemeente Zwolle. Zij werd op 5 november 2005 gewijd tot priester. Verder is zij voorzitter van de Clericale Synode. Van beroepwas zij lerares in het middel- baar onderwijs en daarin heeft zij vele jaren beroepsmatig gewerkt. De laatste dertig jaar is haar aandacht vanuit de VKK -gedachte gericht geweest op theosofie, hierin heeft zij veel gestudeerd en lezingen gegeven zowel inNeder- land als daarbuiten. Nog steeds geeft zij leiding aan het theoso- fisch studiecentrum Lanoe (dat betekent ‘leerling’) in Zwolle. – een Vrede die leeft en beweegt in hen die het Zelf kennen als Eén . Dat is van een andere orde, en brengt mij in eerste instantie naar het gebed van de Vrede: Leer ons, o Heer, het Leven dat in ons is en in alle volkeren der Aarde als Uw Eigen Leven te herkennen dat alles bezielt. Dat gebed, dat wij bij iedere dienst uitspreken, gaat over het Goddelijk Leven dat zonder onderscheid in alle volkeren der Aarde aanwezig is. Dat ons uit ons eigen ikje optilt ende afgeschei- denheid opheft door ons in een gezamenlijkheid van Gods Eigen Leven te plaatsen. In dat Goddelijk Leven kunnen wij leven, bewegen en zijn, als een soort kosmische dans op de melodie van de Liefde. Het wordt niet voor niets het Gebed voor de Vrede genoemd. – tot u staat waar de Ene Inwijder wordt aangeroepen . Wat is een inwijder? Gewoonlijk iemand die je de weg wijst of die je dingen leert die je voordien niet kende. Die je even- tueel de nog onbekende of onbewuste delen van of in jezelf leert kennen. Er is eenmooi gezegde: als de leerling klaar is, is de Meester daar . Maar die Inwijder hoeft niet een andere persoon te zijn. Hooguit is die andere persoon iemand die je aanzet tot Zelfonderzoek. Die inwijder kan ook een symbool zijn dat je bewustzijn doet ontwaken en je de weg wijst naar het Zelf, ook wel het Hoogste in je genoemd, je verbindingmet het Goddelijke. Met dat Goddelijk Leven dat we in ons zelf moeten leren kennen. Dat is onze ware Inwijder; dat deel van onszelf dat één is met alle leven, dat is de meest zuivere kracht die ons de weg naar en in ons innerlijk kan wijzen. – tot we Zijn Ster zien stralen . Nu in de kersttijd hebben we het nogal eens over de ster. De ster van Bethlehem. Een lichtpuntje aan een donker nachtelijke hemel, dat de drie koningen of wijzen zagen en volgden. In de symboliek zijn vele vormen van sterren. De meest voorkomende zijn de vijfpuntige en de zespuntige ster. In onze Vrij-Katholieke Kerk is de vijfpuntige ster het meest gangbaar. Het is het symbool van de tot heelheid gekomenmens. De mens die geest, ziel en lichaam tot één geheel heeft gemaakt. En daardoor tot Mens is geworden. Maar er staat: tot wij Zijn ster zien stralen . Met het accent op ‘Zijn’. Is dat een bepaalde ster? Of is dat onze eigen innerlijke ster, die Eén is met het Leven Zelf? Zoals in het voorgaande stukje al werd aangegeven? Of wordt met Zijn ster de Aarde bedoeld? Die als opdracht heeft als een ster te stralen. Zoals Angelus Silesius schrijft in zijn gedicht Zwerver tussen hemel en aarde : ‘ Weet dat het ware licht je dan pas onderkent, als je van binnen zelf tot licht geworden bent. ’ Of als één van de vele uitspraken van Boeddha: ‘ Wees zelf het licht voor uZelve, wees uw eigen grond en toevlucht. Houdt u aan deWaarheid binnen uZelve als aan het eeuwig Licht. ’ Dit wordt ook prachtig verwoord in een gedeelte van de lezing die wij gebruiken bij het feest vanMaria geboorte, uit: De drievormige eerste gedachte (Codex XIII, boek 1, pagina 45): ‘ Jullie zullen heerlijkheidmet de heerlijkheden worden zoals jullie van aanvang af waren, toen jullie licht waren. En ik verborg mij in ieder en ik manifesteerde mijzelf in hen. En alle gedachten die mij zochten verlangden naar mij, want ik ben het die vorm gaf aan het Al, toen het nog geen vormhad. Uit mij komt de Stem voort, ik ben het die de levensadem legt in hen die mij toe behoren. En de eeuwige Heilige Geest heb ik in hen uit- gestort. ’ Er was dus een tijd dat de Aarde Licht was omdat haar be- woners Licht waren; maar door de vormen die omdat Licht heen gebouwd werden is dat Licht getemperd, en daardoor is de Vrede ook niet meer zo vanzelfsprekend. – Terug naar de eerste zin: Er is een Vrede die elk begrip te boven gaat . Hebben we daar nu een beter begrip van? Misschien toch wel. Het heeft te makenmet onze hoogste vermogens, waar de ziel en de geest samenvloeien en niet gestoord worden door de dualiteit van de lagere vormen of vermogens, het fysieke, het astrale of de emoties en het lagere egocentrische denkvermogen. Als we daarboven uitstijgen dan komen we in dat gebied van de Vrede. Dat is ook het gebied waar wij één zijnmet het Leven zelf, mis- schien zou je dát Leven ook Goddelijk kunnen noemen. Angelus Silesius, schrijft in zijn boek Zwerver tussen hemel en aarde : Werd Christus duizendmaal in Bethlehem geboren en niet in u, dan zijt gij toch verloren . Het vorige jaarthema was: Spring in het Licht van de toe- komst . Stel dat je dat zou kunnen, wat gebeurt er dan? Land je dan in het gebied waar vrede heerst? Wat is onze toe- komst? Natuurlijk weten en kennen we die niet. Maar als je de lijn van het verleden doortrekt naar de toekomst kun je er wel een idee van krijgen. Door duizenden jaren heen, tijdens de periode van involutie , is de Godsvonk steeds dieper in de materie doorgedrongen en heeft zichmet al die verschillende lagen bekleed. Nu moeten wij, omdat we aan het begin staan van de evolutie, ons Zelf, onze Godsvonk, langzaamaan uit de lagen terug- trekken. De laatste 2000 à 3000 jaar heeft het accent gelegen op het denkvermogen, op het lagere deel daarvan, op het dualistische denken. Numoeten we verder naar het denken in ‘eenheid’. Niet: ik EN jij , maar: ik Ben jij . Als we gaan zien dat dit het is wat we in de toekomst gaan leren, dat we gaan waar maken, dan kun je zeggen dat bij de sprong in de toekomst je landings- plaats Vrede is. ▪

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=