15(2)18

Over Ervin László, de schrijver van het boek Professor Ervin László (1932) is geboren in Hongarije; hij is filosoof en wetenschapper. Hij werd maar liefst tweemaal genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. Hij heeft meer dan vijfenzeventig boeken en ruim vierhonderd artikelen en onderzoeks- rapporten gepubliceerd. Hij is de oprichter en voorzitter van de internationale denk- tank de Club van Boedapest , en van het prestigieuze Laszlo Institute of New Paradigm Research . Reflectie jaargang ı5 nummer 2, zomer 20ı8 18 Voorwoord bij het boek De intelligentie van de kosmos door dr. Jane Goodall Wie zijn wij? en Waarom zijn we hier? zijn vragen die de mensheid al duizenden jaren bezighouden. Is ons uni- versum, inclusief onze eigen kleine planeet, het resul- taat van stom toeval? Zijn wij mensen slechts één van de vele entiteiten die geleidelijk zijn ontstaan in de lange loop van de evolutie op planeet Aarde? Slechts één van de schepselen van vlees en bloed, al zijn we dan schepselen met ongewoon sterk ontwikkel- de hersenen? Of hebben we meer te bieden – een spiri- tuele dimensie, een bewustzijn dat onafhankelijk is van ons fysieke lichaam, onafhankelijk van ons brein, hoe- wel alles op complexe wijze is verbonden? Zijn we het enige schepsel op Aarde dat zich afvraagt wie wij zijn, waarom we hier zijn, en wat de zin van ons leven is? Ik heb vele jaren in het oerwoud doorgebracht, toen ik het gedrag bestudeerde van onze naaste familieleden, de chimpansees . Biologisch gezien verschillen we slechts iets meer dan 1% van hen qua dna -samenstelling (waar- bij het belangrijkste verschil naar verluidt in de geneti- sche expressie zit). Er zijn ook opmerkelijke overeen- komsten in de samenstelling van het bloed en het immuunsysteem en in de anatomie van de hersenen. Er is nu bewijs dat chimpansees veel intelligenter zijn dan de reguliere wetenschap ooit dacht; ze kunnen complexe problemen oplossen, vierhonderd of meer tekens aanleren van de Amerikaanse gebarentaal ( asl ), en die gebruiken voor betekenisvolle communicatie met mensen en zelfs met andere apen. Maar veel andere zoogdiersoorten zijn veel intelligenter dan de meeste wetenschappers tot voor kort bereid waren toe te geven, zodat er nu eindelijk veel belangstelling is voor onder- zoek van het intelligente gedrag van vogels, octopus- sen, bijen – en zelfs voor communicatie tussen bomen. Andere intelligente wezens Chimpansees en vele andere dieren, is nu onze conclu- sie, zijn voelende, intelligente wezens, die in staat zijn vreugde en verdriet, woede, rouw, depressie en andere emoties te voelen. Het is evident dat ze pijn voelen. Net als wij hebben chimpansees een donkere kant en zijn ze in staat tot geweld en zelfs tot een soort primitief oorlogvoeren. Net als wij tonen ze ook compassie en empathie. Zij hebben een bepaald zelfbesef: ze kunnen zichzelf herkennen in een spiegel. Ze kunnen de wen- sen en behoeften van anderen begrijpen. Ze weten dat anderen een ander perspectief kunnen hebben. En het is mogelijk dat ze iets hebben dat ik alleen kan beschrijven als ‘ een gevoel van ontzag voor het wonder van de natuur ’. Ze voeren bijvoorbeeld indrukwekkende en ritmische vertoningen op bij prachtige watervallen diep in het bos; ze kijken toe hoe het water naar beneden valt, en nog verder naar beneden valt en langs ze heen stroomt en verdwijnt. Wat is het dat altijd komt, altijd gaat, altijd hier is? Als ze deze gevoelens konden bespreken, zou daar dan geen animistische religie uit kunnen ont- staan: machtige krachten van de natuur, van water, zon, maan...? Het is de explosieve ontwikkeling van ons intellect – wellicht gedeeltelijk geactiveerd door ons vermogen om te communiceren, om (gesproken of geschreven) woorden te gebruiken voor dingen die niet aanwezig zijn, om plannen te maken voor de verre toekomst, en vooral om ideeën en problemen te bespreken – dat ons onderscheidt van andere dieren. Sommige chimpansees en andere dieren zijn dol op schilderen (dat wil zeggen dat ze tekens op papier zetten in verschillende kleuren en zelfs bepaalde patronen), maar zelfs de meest geta- lenteerden onder hen zouden nooit een Rembrandt of Van Gogh kunnen produceren, of zelfs maar de lachen- de of boze stokfiguurtjes die kleine kinderen op de kleuterschool tekenen. Ze zouden evenmin een relativi- teitstheorie kunnen formuleren of het menselijk genoom ontrafelen. En het is ondenkbaar dat ze zich het hoofd zouden breken over het soort vragen die László in dit boek stelt. De positie van de mens in het geheel Natuurlijk hebben we behalve een grotere intelligentie en een dieper inzicht in bewustzijn ook een hoger moreel besef ontwikkeld. Een besef van goed en slecht gedrag. Mijn begrip van de natuurlijke wereld heeft me laten zien dat er veel dingen bestaan die volgens onze morele criteria wreed zijn – ‘ Nature red in tooth and claw ’, zoals een beroemde frase van Tennyson luidt. Maar we kunnen een carnivoor die zijn prooi doodt en opeet, zelfs wanneer hij het ongelukkige slachtoffer verorbert terwijl het nog in leven is, niet vergelijken met een men- selijk wezen dat opzettelijk fysieke of mentale marte- lingen toebrengt aan een ander levend wezen. Het dier gehoorzaamt alleen maar aan zijn natuurlijke aard. Onze hogere morele waarden en superieur intellect plaatsen ons in een andere positie. We kunnen elkaar kwaad berokkenen in het volle besef dat onze acties pijn, angst en ellende veroorzaken. Alleen deze eigen- schap kan volgens mij worden omschreven als kwaad- aardig. En die moeten we tijdens ons leven bestrijden, in onszelf en anderen.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=