15(2)18

Over dr. Jane Goodall Dr. Jane Goodall, officieel: Valerie Jane Morris- Goodall, (1934) is een Britse antropologe en biologe, gespecialiseerd in ethologie en prima- tologie. Ze is bij het grote publiek het meest bekend door haar veertigjarige studie van het sociale en familiale leven van chimpansees, waarbij ze ook jaren tussen de dieren woonde. Ze is ambassadeur voor de Verenigde Naties sinds 2002. In januari 2006 ontving Goodall voor haar inspanningen unesco ’s zestigste verjaardagsmedaille. Reflectie jaargang ı5 nummer 2, zomer 20ı8 19 Eigenlijk is het onze intentie om goed te doen, om de Gouden Regel te respecteren door anderen te behandelen zoals wij zouden willen dat ze ons behandelen , een aan­ sporing die je in vergelijkbare vorm in zowat alle grote religies tegenkomt. En je kunt gemakkelijk inzien waar- om dit zo zou moeten zijn. Maar we krijgen ook de oproep ‘ heb je naaste lief als jezelf ’, en dit heb ik lange tijd in twijfel getrokken: hoe kon ik mezelf liefhebben, met al mijn onvolmaaktheden, mijn soms egoïstische of onvriendelijke gedrag? Totdat ik uiteindelijk besefte dat het ‘ zelf ’ dat ik moest liefhebben de zuivere, spirituele vlam was die zich in elk van ons bevindt, die verbonden is met het Ene Bewustzijn van het universum. En dat wat wordt liefgehad, kan groeien. Het is heel duidelijk dat er in de loop van de miljarden jaren van evolutie van het leven op planeet Aarde een geleidelijke tendens is geweest om steeds complexere en meer coherente vormen van leven te creëren. En dankzij het werk van briljante wetenschappers kan nu worden aangetoond dat dit geen kwestie van toeval kan zijn geweest. Theoretisch natuurkundige Fred Hoyle zei dat de waarschijnlijkheid dat er nieuwe soorten ont- staan door een toevallige mutatie van hun genen verge- lijkbaar is ‘ met de kans dat een orkaan die over een schroot- hoop raast en passant een werkend vliegtuig in elkaar zet .’ En dus moeten we aanvaarden dat er een Intelligentie is die het proces bestuurt, dat het universum en het leven op Aarde worden geïnspireerd en geïnformeerd door een ongekende en onkenbare Schepper, een Opperwezen, een grandioze Spirituele Macht – of de Intelligentie die, zoals dit boek laat zien, intrinsiek is aan de kosmos. We kunnen slechts ontzag voelen wanneer we denken aan de vele briljante geesten die in de loop der eeuwen tot de conclusie zijn gekomen dat er inderdaad een Schepper is, de Ene die de oerknal of ‘ Big Bang ’ veroor- zaakte die het universum schiep. Het is een feit dat het universum wordt beheerst door regels, en dat dit wis- kundige regels zijn die velen ertoe hebben gebracht in een Ultieme Intelligentie te geloven. Richard Feynman, winnaar van de Nobelprijs voor kwantum-elektrodyna- mica, zei het zo: ‘ Waarom de natuur mathematisch van aard is, is een mysterie... Het feit dat er überhaupt regels zijn, dat is een soort wonder. ’ De schepping is geen toeval Francis Collins was directeur van het menselijk genoom- project (en is momenteel directeur van de National Institutes of Health ). Hij stond steeds meer versteld over de complexiteit van ons dna – dat in wezen, legt hij uit, een programma van 3.000.000.000 letters is dat elke cel instrueert om zich op een bepaalde manier te gedragen, een volledige handleiding die bestaat uit chemicaliën die ons lichaam vertellen hoe het zich moet ontwikke- len. Het staat vast, schreef hij in The Language of God , dat alleen een ontzagwekkende Intelligentie ervoor kon zorgen dat deze complexe handleiding in elke mense- lijke cel terecht kwam... Tot voor kort waren filosofen en wetenschappers niet in staat om te bewijzen dat het inderdaad klopte wat ze geloofden. De gangbare wetenschap bestrijdt het idee van een spirituele oppermacht in het universum nog steeds, maar László wijst erop dat deze wetenschappers de werkelijke significantie van de complexe natuurwet- ten en natuurverschijnselen niet hebben begrepen. Hij beroept zich op de nieuwste bevindingen op het gebied van kosmologie, fysica en de biowetenschappen om het idee te ondersteunen dat er een Doel ten grond- slag ligt aan de schepping van het universum, dat het bewustzijn zich ontwikkelde via wetenschappelijk aan- toonbare processen, en dat geest en spirit aantoonbaar buiten en onafhankelijk van het fysieke lichaambestaan. Hij bespreekt bijna-doodervaringen en heeft indrukwek- kende voorbeelden verzameld van buitenlichamelijke en andere transcendente ervaringen. ( Ik had zelf een trans- cendente ervaring door contact met de geest van iemand die fysiek dood was .) En hij bespreekt oosterse religies die geloven in de reïncarnatie van geleidelijk evoluerend bewustzijn in opeenvolgende fysieke lichamen van vlees en bloed. Ik groeide op in een christelijk gezin en zag het bestaan van God als iets vanzelfsprekends. Dit geloof werd versterkt tijdens mijn jaren in het oerwoud, toen ik de onderlinge verbondenheid van levensvormen ontdekte, het verbazingwekkend mysterie van de natuur. En ik werd er een onderdeel van. Ik leerde uit eigen ervaring dat de natuur en ik één bewustzijn vormden. Eigenlijk denk ik dat ik het op een of andere vreemde manier altijd heb begrepen. Ik zat nog op school toen ik het volgende gedicht schreef: De oude wijsheid Wanneer de nachtwind de dennenbomen laat kraken En de bleke wolken glijden over de donkere hemel, Ga dan naar buiten, mijn kind, ga naar buiten en zoek Je ziel: het Eeuwige Ik. Want alle grassen die ritselen aan je voeten En elke vlammende ster die hoog boven je schittert, komen samen en ontmoeten elkaar in jou, het Eeuwige Ik. Ja, mijn kind, ga de wereld in; loop langzaam En stil, doorgrond alles, en al gaande Zal je ziel, het Universum, Zichzelf kennen: het Eeuwige Ik. En toen, een paar jaar later, nadat ik een prachtige erva- ring had met een eend, werd dit het laatste couplet: De mooie duinen; de ondergaande zon; De eend – en ik; Eén Spirit beweegt tijdloos Onder de hemel. Op missie in een wereld die een puinhoop is Nadat ik het oerwoud had verlaten en de hele wereld ging rondreizen om te praten over de noodzaak om het milieu, de dieren in het wild en de biodiversiteit te be- schermen, ontmoette ik steeds meer mensen – vooral middelbare scholieren en universitaire studenten – die de hoop leken te hebben verloren. Ze waren meestal gewoon apathisch, maar sommigen waren depressief of boos, soms zelfs gewelddadig. Ze peinsden over wat

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=