Reflectie2(3&4).vp

Innerlijke vrede Pffff… Ik heb geprobeerd de visie van deze neurobioloog sa- men te vatten, maar het is niet het eenvoudigste deel uit het boek van Windrider. Het boek is verder heel toegankelijk en prettig leesbaar, vooral als het om het zoeken naar verlichting gaat van Kiara Windrider zelf. Hij heeft verlichting altijd be- schouwd als het einde van zijn spirituele reis, als de ultieme verworvenheid. Nu ziet hij in, dat het slechts een nieuw begin is. Maar… wat gebeurt er nadat de piekervaringen zich stabili- seren? Hoe ziet de “normale’ werkelijkheid er daarna uit? Wat is het verschil met zijn normale werkelijkheid van voor de verlichting? Volgens Windrider is het als het wakker worden uit een droom; het besef dat hoewel de droomwerkelijkheid overeenkomsten vertoont met de wakende realiteit, deze toch heel anders is. Toch, zo zegt hij heel eerlijk, zijn alle dingen hetzelfde. “Omdat ik niet geïdentificeerd ben met een onve- randerlijk zelf, betekent dat nog niet dat ik een andere druppel bewustzijn ben die zonder identiteit ronddobbert. Ik ben nog steeds Kiara, dezelfde herinneringen, dezelfde mengelmoes van persoonlijkheden, maar Kiara zit niet meer gevangen in een tredmolen van mentaal gekakel en geklets. Ik had al een aardige dosis innerlijke vrede; mijn werk, mijn relaties waren al heel bevredigend en ik had het gevoel dat ik een grote bij- drage leverde aan de wereld. Die dingen zijn niet veranderd.” Wat wel is veranderd, zijn zijn motivaties. Hij doet niet langer moeite om in vrede te zijn, relaties te laten slagen of de wereld te veranderen. ”Het is meer een moeiteloze manier van leven, gebaseerd op de erkenning dat ik niet langer de leiding heb, dat er een goddelijke volmaaktheid in het spel is, die mijn ver- mogen dingen te begrijpen of te controleren vér overstijgt, en dat ik gewoon een hol rietje ben dat dienstbaar is aan dit god- delijke spel…” Elders herinnert Kiara eraan dat verlichting niets ander is dan het loskoppelen van de geest. De stilte is de klank van deze loskoppeling. De donkere nacht van de ziel als inwijding Hoewel het boek mij getroffen heeft, zal ik niet naar India ver- trekken om daar die “diksha, de energieoverdracht ” te ont- vangen. (zie bespreking in rubriek Uitgelicht). Ik denk ook niet dat dit nodig is. Door het lezen van het boek gebeurde er al iets met me, ook al beweer ik niet nu verlicht te zijn. Ik streef er ook niet meer zo naar. Ik ben zojuist toegetreden tot een beweging waar ook veel met mensen gebeurt, en ik wacht gewoon af wat ik zal gaan meemaken. Begin jaren ’90 trad ik toe tot Subud, een internationale spirituele beweging waar je door twee keer per week een gezamenlijke oefening (de lathi- han ) te doen de goddelijke kracht kon ontvangen. Ik ben twaalf jaar lid geweest en ben er twee jaar geleden mee ge- stopt. Ik ben nog steeds niet verlicht, hoewel er wel veel met me is gebeurd. Er is veel inzicht, zicht in, en veel mildheid ge- komen, ook waar het mijzelf betreft. Niet meer van die harde oordelen over mijzelf en die wa- ren niet mals! Ik leerde, dat door zo negatief naar mijzelf te kijken, ik ook relativiteit zou aantrekken zoals dat ook gebeur- de. Toen mijn zelfbeeld positiever werd, trok ik ook andere mensen aan. Het gelijke trekt het gelijke aan. Nog niet verlicht dus, althans, naar mijn weten. Toch is die hunkering er nu en dan nog: om een beter, zuiverder mens te worden. Ook de nacht van de ziel ervaren. Een van de gemeenschappelijke thema’s in tal van spirituele tradities is de oplossing van het bestaande zelfbeeld en gods- beeld, voordat je het ware zelf en God kunt ervaren. De mid- deleeuwse mysticus Meister Eckhart gaf dit weten weer in zijn gebed: “Heer bevrijd me van u zodat ik u werkelijk kan vin- den.” Christelijke mystici noemden deze overgang van het verliezen van jezelf om de absolute waarheid te vinden de “donkere nacht van de ziel.” Joannes van het Kruis sprak van het donkere licht, dat hem wenkte. Het licht ervaren in het donker, in de duisternis. Veel mensen ervaren een crisis en verlies tijdens hun reis door de nacht van de ziel, maar komen vaak niet volledig verlicht uit deze ervaringen. Toch kan het een inwijding zijn... Volgens Opitz is het dikshaproces de allereerste manier die deze overgang voor de hele mensheid mogelijk maakt. Misschien heeft hij gelijk, maar ik denk dat er vele wegen zijn die ons door die donkere maar vaak noodzakelijke nacht van de ziel kunnen leiden, zo- als ik elders in mijn artikel “De donkere nacht bij Johannes van het Kruis” beschrijf. En we zullen ook steeds weer die nacht blijven ervaren: geen dag zonder nacht, geen licht zonder schaduw. Ik kan nog zo hard rennen, m’n schaduw raak ik niet kwijt. Ik leer het leven, ook mijn spirituele reis, steeds meer te aanvaarden zoals het is. Ook de confrontatie met eigenschap- pen die ik zo graag zou willen veranderen. Met Kiara zeg ik: hoef niet zonodig te veranderen; het leven verandert mij. Ik hoef niet naar India om verlicht te worden, maar kan op een zonnig terras met een glaasje wijn genieten van het uit- zicht op zee en mij tegelijk laten raken en ontroeren door een mooi boek, zoals dat van Kiara Windrider. Zo’n moment kan ik ook ervaren als ik ‘s zondags een VKK-dienst bijwoon. Dit is leven in het hier en nu en misschien zijn zulke kost- bare momenten, momenten van verlichting. Eén moment van verlichting. Daarna moet ik verder. Daar- na ben ik niet los van gevoelens van afgescheidenheid, die mij weer eraan herinneren dat ik nooit afgescheiden ben. Ook ge- voelens van ergernis, boosheid, gekwetstheid ervaren. Ik realiseer mij, mét Kiara Windrider, hoe vaak ik de mis- vatting huldig, ja koester, dat verlichting ook directe heiligheid betekent. Neen dus! Deze gevoelens komen en gaan zoals de Bhaga- vad Gita zegt: Contact met materie geeft slechts gevoelens van koude en warmte en van plezier en pijn, O Zoon van Kuntî. Die gevoe- lens komen en gaan en zijn onbestendig, verdraag hen met ge- duld, Bhârata! De materie beroert slechts de zintuigen, welke gevoelens ze ook teweegbrengen, laat het komen en gaan. Blijf geduldig, wat werkelijk is, dat blijft. Gevoelens zijn als wolken aan de hemel; ze ontnemen je even het zicht op de zon, maar ze verdwijnen ook weer. Ik hoef ook geen gevoelens en verlangens te onderdrukken; ze komen en gaan. Ik wacht ook niet op het moment dat zich biologische ve- randeringen in mijn hersenen voordoen, zoals Opitz die be- schrijft. Ik wil best geloven dat dit zich bij een toenemend aantal mensen, inclusief mijzelf gaat voordoen, maar het zal niet direct merkbaar zijn. 2 Reflectie 2(3&4), december 2005

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=