7(1)10

Uitstekend boekje over de bijna-doodervaring Jim van der Heijden: Het Kleine Bijna-(bij)-de-Dood Boekje; Fragmenten uit de praktijk . Verhalen en meningen over echter dan echte belevenissen Uitgave Elmar, februari 2010, ISBN 978 90390 1990 4. Prijs € 9,95. Op één van de openingspagina’s van dit boekje staat dat het is opgedragen “aan hen die terugkwamen, door- drongen van het bestaan van een ech- ter dan echte andere wereld.” Welnu, als er één boekje over de bijna-dood- ervaring (BDE) is dat ik van harte wil aanbevelen aan belangstellenden, dan is het wel deze zeer recente uit- gave die werd geschreven door Jim van der Heijden – BDE’r en medewerker van Merkawah, stichting voor en door bijna-dood- ervaarders. Want wat is er zo bijzonder aan? De kern zit in de titel: het is een boekje van niet meer dan 80 pagina’s, maar in dit beknopte verband zitten bijzonder veel feiten en inzichten verpakt. Hier is een wetenschappelijk geschoolde aan het woord, die de gegevenheden van de BDE op een rijtje zet en becommentarieert in klare taal en met kennis van zaken, zonder wijdlopig te worden. Op zich is dat al voldoende, maar het boekje biedt een extra waarde in het gegeven dat de auteur zelf een zeer diepgaande BDE had meegemaakt tijdens een levens- bedreigende ziekte. Deze combinatie: ervaringsdeskundigheid en wetenschappelijke deskundigheid, is een zeldzaamheid waar- mee we ons slechts gelukkig kunnen prijzen. Twee delen Het boekje bestaat na een voorwoord uit twee delen. Het eer- ste deel behandelt de Praktijk met de volgende hoofdstukken: Ergens anders geweest, Van iedereen en alle tijden, Situatie en elementen, Verandering, Verwerking en hulp. Het tweede deel, Opvattingen, bevat de hoofdstukken Bijna-dooddoeners, Onderzoek, Bewustzijn, Werkelijkheid en Mensbeeld, en het boekje sluit met een Woord achteraf. Het eerste hoofdstuk van Deel 1 bevat de verhalen, geheel of gedeeltelijk, van mensen die een BDE hebben ondergaan. Ook de auteur zelf heeft dus een diepgaande BDE gehad en daarvan verhaalt hij eveneens, maar wel als de hekkensluiter van twaalf andere verhalen die allemaal (met toestemming van de betrokkenen) zijn overgenomen uit Terugkeer, het kwar- taaltijdschrift van Merkawah. Deze verhalen vertonen veel variatie waardoor de lezer een goede indruk krijgt van de vele vormen waarin de BDE zich kan voordoen. En dat is wel zo goed want inmiddels heeft zich bij het grote publiek het beeld postgevat dat een BDE alleen maar iets van doen heeft met “tunnels en licht”. Door deze verhalen wordt duidelijk dat een BDE wel iets meer is dan die twee termen, tunnel en licht, doen vermoeden. In de daarop volgende hoofdstukken behan- delt hij alle belangrijke aspecten van het fenomeen BDE, zo- dat de lezer een goed idee krijgt van wat de BDE is en wat die teweeg kan brengen. In wezen eenzelfde soort overzicht zoals die gegeven wordt door de Merkawahfolder, maar dan uitge- breider en diepgaander. Op één extra gegeven moet wel gewe- zen worden. De auteur gaat uit van een beperkte definitie van de BDE, namelijk: Met een bijna-doodervaring (BDE) wordt een ervaring be- doeld in een veranderde bewustzijnsstaat tijdens een reële le- vensbedreigende situatie. Deze definitie is korter dan die gegeven in de Merkawah- folder, omdat daarin de BDE ook wordt gekoppeld aan niét - levensbedreigende situaties zoals diepe stress, diepe meditatie of zomaar spontaan optredend. Strikt genomen ben je dan niet aan de rand of zelfs over de grens van de dood geweest. De auteur maakt echter heel duidelijk dat bewustzijnservaringen als de drie zojuist genoemde absoluut niet minder indrukwekkend en levensveranderend kunnen zijn als de BDE als gevolg van een levensbedreigende situatie. Hij wijdt daar een vrij lange para- graaf aan die eindigt met: “Het belang van de BDE-achtige er- varingen voor de bijna-doodervaring en omgekeerd is dat ze el- kaar ondersteunen en elkanders plausibiliteit doen toenemen.” De auteur blijkt verder een meester van de beeldspraak te zijn. Wat zou u zeggen van deze: “De bijna-doodervaring is als onverwacht voor een gebouw staan en daar naar binnen strui- kelen, overweldigd worden door de imposante hal, zien wat er achter sommige deuren is die open staan, maar niet voorbij de receptie mogen en even later naar buiten gebonjourd worden.” “Bijnadooddoeners” In Deel 2 komt de theorie aan bod, onder de titel “Opvattingen”. Zowel voor de BDE’rs als voor de geïnteresseerde buitenstaan- der is deze sectie uiterst nuttig. Voor de BDE’rs omdat die naar deze teksten kunnen verwijzen mochten ze in aanraking komen met lieden die ze overladen met kritische vragen. Voor de bui- tenstaanders omdat die in kort bestek een bevredigend antwoord kunnen vinden op hun mogelijk kritische stellingname. Het fijne van dit boekje is dat Jim van der Heijden heikele kwesties van een mooi kort antwoord voorziet, waar nauwelijks een speld tussen te krijgen is. Die kwesties, en hun “verklaringen” welke veelal worden aangevoerd door skeptici, worden door de auteur schitterend omschreven met de term “Bijnadooddoeners” … en waarom? “Het zijn geen pogingen om de BDE te verklaren, maar manieren om ervan af te komen.” Waarvan akte! Zo zegt hij over het eeuwig terugkerende argument: Zuurstofgebrek en CO2-vergiftiging — Gebrek aan zuurstof (hypoxia) of teveel aan kool-dioxide (CO2) zouden hallucina- ties opwekken. Onderzoeken hebben geen van beide kunnen bevestigen. Proeven met kooldioxide wekten geen BDE-achti- ge verschijnselen op. De cardioloog Sabom mat zelfs een bo- vengemiddeld bloedzuurstofgehalte tijdens de reanimatie van een patiënt die een bijna-doodervaring had. Ook leidt zuur- stoftekort tot een troebel bewustzijn en verlies aan herinnering wat haaks staat op de heldere beleving in de bijna-dooderva- ring en de uitstekende herinnering daaraan. Verder zagen we eerder dat tijdens diepe meditatie, waarbij zeer regelmatig wordt ademgehaald en van zuurstofgebrek geen sprake is, bui- ten het lichaam kan worden getreden. Helderder dan dit kan het haast niet. 26 Reflectie 7(1) voorjaar 2010

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=