Reflectie 8(1) voorjaar 2011.vp

Advent na Kersttijd Johan Pameijer Over het besneeuwde Twentse landschap loeien de midwinterhoorns. Een stille zondagmorgen zonder kerk. Sneeuwval maakte het onmogelijk om het kerkgebouw in Raalte te bereiken. In de zilvergrijze sfeer van deze winterochtend probeer ik na te denken over de zin van Advent. Op zachte sloffen is de kersttijd nader geslopen. Fier dragen de gazons en het geboomte van de stad de tere bruidsluiers van sneeuw. Maar achter het zwijgende decor begint nieuw leven zich te roeren, zoals een ets de noeste arbeid van de maker verbergt. Voorbij de roerloze bomen roert zich een oude traditie. De roep van de midwinterhoorns verjaagt het boze en verwelkomt het kerstkind, op dit moment nog even ongerept als het sneeuwdek. Onbeschreven verspreidt zijn belofte zich over onze aardbol, die gezwind door het universum snelt. Onopgemerkt draait de planeet haar rondjes, als een schaatser op jacht naar een baanrecord. Waarheen is de Aarde op weg, waar voert ons de tijd naar toe? Veel gebeurt buiten onze waarneming. Alles stroomt, zei de oude Heraclitus en hij had gelijk. Ondanks de winterse ver- starring heerst overal beweging. Zelfs de Advent beweegt. Een stilstaande Advent is een levenloos fossiel van achter- haald herdenken. Een blik in de dikke Van Dale leert wat Ad- vent in feite betekent: Aankomst en Nadering! De Kerk adop- teerde het Latijnse begrip in verband met de nadering van het kerstfeest en de “komst des Heren”. Nu het vertrouwde gezoem van de midwinterhoorns is ver- stomd, dringt zich bij mij een klemmende vraag op… Wanneer eindigt de Advent? Om een antwoord te vinden kun je de ratio beter uitschakelen. Geen geredeneer alstublieft. Laat het gevoel spreken. Geef je fantasie een kans. Fantasie is niet zomaar de inbeelding van een fantast. In fantasie spreekt het mythische bewustzijn, dat ook de “geboorte van Bethlehem” heeft verzonnen. Fantasie wijst vaak op een diepere waarheid, een waarheid die onbe- reikbaar is voor de zintuigen. Tegelijkertijd herinner ik mij een prikkelende uitspraak van Susan Smit. “Volwassenen denken dat zij niet kunnen to- veren, en dan kunnen ze het ook niet meer,” schrijft ze in haar boek “Wijze mannen” . Dat boek gaat over mannen met een sprankelende en vooral spirituele fantasie. Voor mij de manier waarop je de Advent dient te benaderen. Fantasie is de boor die een betoverende wereld ontsluit. Lezers van populaire boe- ken over de subatomaire domeinen kunnen dat bevestigen. Universele communicatie Elektronen, de minuscule deeltjes die met de snelheid van het licht rondom de kern van een atoom slingeren, reageren van grote afstanden op elkaar. In hun vreemde domeinen spelen afstanden evenmin een rol als de tijd. Hun wonderlijke syn- chroniciteit ondersteunt de realiteit van fenomenen als telepa- thie en helderziendheid. Telepathie tussen menselijke breinen en helderziendheid naar verleden en toekomst toe doorbreken evenzeer de ijzeren wetten van tijd en ruimte. Uiteindelijk wijst de synchrone communicatie tussen de minuscule elektro- nen op het bestaan van een gigantisch netwerk dat het hele universum doordringt. Het beruchte World Wide Web is daar kinderspel bij. Misschien mag ik een stapje verder gaan. Elk atoom in ons lichaam resoneert met elk atoom in het universum. Onze ver- trouwde, stoffelijke stabiliteit lost op in intelligente energie- velden van kosmische omvang. Als je daarover nadenkt, besef je dat het over triljoenen maal triljarden atomen gaat die allemaal met elkaar verbonden zijn in een alomvattend communicatief web. Het holisme is een wetenschappelijke poging om dit onuitspreekbare wonder in een woord te vangen. Ons brein is evenzeer een hologram als het totale universum en beide hologrammen – brein en kos- mos – zijn intensief verweven met elkaar. Kind van de kosmos De verzamelde wetenschap is de magie van het leven op het spoor. De mens is zeker geen afgezonderde entiteit op een ge- ïsoleerde planeet. De samenhang tussen mens en kosmos is een beproefd gegeven van alle tijden, getuige de incarnatie op Aarde van een godenzoon als Jezus. Met talloze wonderlijke uitspraken zinspeelde Jezus op zijn kosmische oorsprong. Met twijfelloze zekerheid herkende hij in de mens een kind van het universum. Zijn kosmische bewustzijn, de Christus, is het archetype van onze goddelijkheid, de hemelse droom van onze universe- le identiteit. De bijbelse mythologie confronteert ons evenzeer als alle andere religieuze mythologieën van de wereld, met de bovenzintuiglijke oorsprong van ons bestaan. Wij mogen dan aan de Aarde gebonden zijn, begiftigd met een vertroebelde waarneming, ons uitzicht op het universum verheft ons uit die verstikkende atmosfeer. De klank van de midwinterhoorns wordt gedempt door een dik wolkendek. Is er meer sneeuw op komst? Het zou zomaar kunnen. In gedachten schuif ik het hemelse gordijn opzij. De blauwe lucht omhelst de Aarde. Behalve de Zon is er geen ster te zien. Zelfs de Ster van Bethlehem ontbreekt. Is dat de wer- kelijkheid, vraag ik mezelf. Is het onmetelijke zwerk werkelijk zo leeg als mijn ogen mij voorspiegelen? Sterren stralen overdag Langzaam verandert het decor. De hemel verdonkert en een voor een verschijnen ze, de planeten, de sterren en de sterren- beelden. Nu de Zon achter de horizon verdwijnt, ontsteekt het universum zijn miljarden lichtjes. Mijn volgende vraag: waar waren al die lichtende hemellichamen toen het daglicht heerste? Het antwoord: ze waren er toen ook, maar wij zagen ze niet. 11 Reflectie 8(1) voorjaar 2011

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=