Reflectie 8(3) herfst 2011.vp
Vijf aandachtsgebieden voor spiritualiteit en religie X Gert Jan van der Steen Samenvatting Binnen de VKK in Nederland is de afgelopen jaren een vijftal aan- dachtsgebieden geformuleerd. Zij werden gaandeweg gebruikt voor het ordenen van inzichten en activiteiten. Dit artikel beschrijft hoe de aandachtsgebieden tot stand zijn gekomen, hoe zij gebruikt worden en hoe zij aangewend kunnen worden voor onze eigen ontwikkeling . Veranderende situaties in spiritualiteit en religie We leven in een tijd met een nieuw spiritueel elan, met toenemende aandacht voor zingeving, spirituele groei en integratie. Vergeleken met vroeger is er meer aandacht voor ontwikkeling van het bewustzijn en voor het Vrouwelijk Aspect. Ervaring en uitwisseling daarvan wordt be- langrijker gevonden dan theorie. Natuur en ecologie krijgen welver- diende aandacht. Er is meer behoefte aan groepswerk, men ondergaat meer en meer de lusten en lasten van de mondiale gemeenschap. Vrijheid van denken wordt als normaal gevonden. Vanuit een leven gericht op de toekomst gaat men naar het “leven in het Nu”. Rituelen krijgen meer belangstelling, evenals samenwerking met de engelenwereld; rituelen worden vaker omgeven met spirituele activiteiten. De belangstelling voor openbaringsgodsdiensten neemt af, maar natuurlijke religie blijft of lijkt zelfs te groeien.Door internet wordt veel meer informatie toe- gankelijk; ons blikveld kan meer gaan omvatten en gedetailleerder worden. Ook in VKK Ook binnen de Vrij-Katholieke Kerk in Nederland (VKK) is er een be- scheiden roep om verandering en vernieuwing.De VKK was altijd al sterk in esoterische achtergronden van religie. Nu is er toenemende aandacht voor innerlijke ontwikkeling, nieuwe spiritualiteit, mystiek en gnostiek. Binnen de VKK werd ieder al vrij gelaten in de eigen ontwik- kelingsweg en het eigen denken. Er komt nu meer vraag naar (geza- menlijke) meditatie. Ook wordt meer aandacht gevraagd voor het le- ven, voor meer gemeenschapszin, gemeenschappelijke vormen van religieuze beleving, meer uitwisseling en meer communicatie met de maatschappij. Ten aanzien van de liturgie vraagt men om kortere diensten, meer aandacht voor het vrouwelijk aspect, verdieping van de beleving van de Heilige Mis en affirmatieve vormen. Dit mede in relatie met innerlij- ke ervaring, het leven en wijsheid. Verwerkingsproces in VKK Op verschillende manieren is binnen de VKK geprobeerd om de dis- cussie over verandering en vernieuwing te kanaliseren. In het project “De Tempel grondvesten” en op kerkcongressen werden verschillende thema’s uitgewerkt. In het project “Missie en Visie” werden de uit- gangspunten en doelen van de VKK geformuleerd, met actiepunten die verder aandacht moeten krijgen. De Missie en Visie is het eerste document waarin de vijf aandachtsgebieden worden genoemd en ge- bruikt. Hier volgt een aantal onderdelen uit de Missie en Visie die voor het vervolg van belang zijn. Missie: - De VKK steunt de mens op het pad van geestelijke groei naar vol- maaktheid en stelt de innerlijke ontplooiing centraal, om daarmee het Christusbewustzijn onder de mensheid te laten groeien. Visie: – Het verbinden en integreren van de aspecten: Goddelijke Wijsheid, innerlijke ontplooiing, liturgisch ceremoniële viering, de gemeenschap en het leven zelf; – Het gebruiken van benaderingen op, onder andere, theosofisch, gnostisch, mystiek, spiritueel en esoterisch gebied. De VKK werpt daarmee een eigen licht op het Christendom; Het verstaan van het leven bevorderen: – het bewust maken van het medeschepper zijn van de mens. Doelen: – Integratie van religie met eigentijdse spirituele benaderingen. Nut van een kader Gaandeweg het verwerkingsproces bleek het nuttig om een kader te hebben waarin alle onderwerpen kunnen worden geplaatst en geïnte- greerd, voor het leggen van verbanden en het verduidelijken van tegen- stellingen. Een dergelijk kader moet aan een aantal eisen voldoen. Het kader moet waardevrij zijn, dat wil zeggen dat het in neutrale termen wordt geformuleerd. Het moet eenvoudig te begrijpen zijn, met een mini- mum aantal factoren die niet in elkaar kunnen worden uitgedrukt. Het moet ook plaats bieden voor ontwikkeling en groei en nieuwe inzichten kunnen laten ontstaan. Verder moeten mensen het zelf kunnen uitbrei- den met eigen onderwerpen en ideaalbeelden kunnen plaatsen. Ander- zijds moet het kader ook aansluiten bij wetenschappelijke indelingen. Bestaande kaders Waar vind je nu een geschikt kader? De laatste twintig jaar hebben een aantal grote overzichtswerken opgeleverd ten aanzien van spiritualiteit, mystiek en ontwikkelingspsychologie. De indeling van die werken geeft een bepaald houvast. Zo zijn er in Nederland verschenen: “Encyclopedie van de Mystiek, fundamenten, tradities, perspectieven” (1) en “Spirituali- teit, vormen, grondslagen, methoden” door Kees Waaijman (2). Verder heeft Ken Wilber in de Verenigde Staten veel werk verzet om tot een al- les omvattend systeem te komen voor de beschrijving van ontwikkeling en spiritualiteit (3) . Uiteindelijk is binnen de VKK gekozen voor een com- binatie van de ideeën van Waaijman en Wilber. Waaijman was hoogleraar Spiritualiteit aan de Radbout Universi- teit. In zijn beschrijvingen van spiritualiteit maakt hij vaak gebruik van de driedeling: natuurlijk, menselijk en goddelijk leven. Hij maakt een duidelijke verbinding tussen mystiek en spiritualiteit. Hij richt zich op alle godsdiensten maar ontleent zijn voorbeelden vooral aan de Chris- telijke traditie. Ken Wilber is van huis uit informaticus, maar verbreedde zijn we- tenschappelijke aandacht tot psychologie, filosofie en religie, daarvan vooral oosterse vormen. Hij verwelkomt het new-age denken maar ful- mineert tegen de oppervlakkigheid daarvan. Centraal staat bij hem de ontdekking dat veel denk- en ontwikkelsystemen op elkaar af te beel- den zijn, maar dat er twee fundamentele onderscheidingen zijn die moeilijk overbrugbaar zijn: die tussen subjectief en objectief en die tus- sen “ik” en “wij”. Tezamen vormen deze onderscheidingen vier kwa- dranten waarin Wilber alle uitingsvormen van ontwikkeling weet te plaatsen. De vier kwadranten kunnen nog worden teruggebracht tot de onthutsend simpele trits “ik”, “wij” en “het”, de grondslag van elke taal- grammatica. Fig.1 geeft de vier kwadranten aan. Het is onbelangrijk in welke volgorde de rijen en kolommen geplaatst zijn. Subjectief Objectief ("Het") "Ik" I II "Wij" III IV Fig. 1 – vier kwadranten Een essentiële constatering van Wilber is, dat op elk moment en overal deze kwadranten aanwezig zijn, maar dat ons objectieve bewustzijn zich altijd maar met één kan bezighouden. Je kunt niet altijd subjectief bezig zijn, en ook niet altijd objectief. Je kunt ook niet altijd met jezelf bezig zijn, maar ook niet altijd met de ander(en). Het is de afwisseling die ons verder brengt. Je kunt dat visualiseren als een spiraalbeweging die door alle kwadranten heen gaat en langzaam omhoog stijgt. Fig. 2, Spiraalsgewijze ont- wikkeling door verbreding, verdieping en verbinding 28 Reflectie 8(3) najaar 2011
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=