Reflectie 8(3) herfst 2011.vp

Ook tijdgenoten van Wilber hebben kaders ontworpen om fasen van psychologische, sociologische en spirituele ontwikkeling te kunnen be- schrijven. Wilber heeft zijn systeem met die van anderen weten te inte- greren. De centrale gedachte is dat er niveaus van ontwikkeling zijn waar elk mens doorheen gaat. Het bereiken van een niveau is blijvend. Anderzijds zijn er niveaus van bewustzijn die je af en toe ervaart, maar waaruit je ook weer terugvalt. Het is jammer dat Wilber geen expliciete esoterische benoemingen geeft van niveaus. Frank Visser (4) heeft geprobeerd dit wel te doen. Ook de beschrijving van religieus bewustzijn blijft oppervlakkig. Wilber komt niet veel verder dan ervaringsreligie, met vooral noties uit het Boeddhisme, en geen openbaringsreligie. Scheppingsprocessen ontbreken vrijwel. De laatste jaren nodigt hij echter anderen uit om religieuze gezichtspunten toe te voegen aan zijn model. Wij zullen van Wilber overnemen het fundamentele onderscheid tus- sen subjectief en objectief en tussen “ik” en “wij”. Deze vormen de vier kwadranten. Daarnaast nemen we van hem over niveaus en ontwikkeling. Het is een van de moeilijkste dingen om subjectief en objectief met elkaar te verbinden, dus tegelijk te ervaren. Vergelijk dat met de Indi- sche bewustzijnservaring: “ik ben dat”. Dit geldt ook voor het subjectie- ve “ik” en “wij”. Het is echter verrassenderwijs de fundamentele op- dracht die we van Jezus meekrijgen: verbind binnen met buiten, en verbind beneden met boven, het menselijke bewustzijn met het God- delijke bewustzijn. Verbind jezelf met de ander. Doe dit vanuit het hoogste beginsel: de liefde. De totale verbinding zal uiteindelijk gebeu- ren door de spiraliserende ontwikkeling door alle kwadranten heen. Hoe hoger men in bewustzijn stijgt, door verschillende niveaus heen, hoe meer de grenzen vervagen en er een echte eenheid begint te da- gen. Dan word je een meer geïntegreerd, heel mens en wordt door jou de kosmos geïntegreerd. Stadia daarin zullen we permanent bereiken, in tijdelijke momenten zullen we glimpen opvangen van hogere stadia. Vorming van de aandachtsgebieden Wilber geeft aan dat voor een bepaald gebied waarvoor men een com- pleet overzicht wil bereiken het ieder vrij staat om de kwadranten te vullen met eigen onderwerpen. Onze aandacht gaat dan uit naar de onderwerpen die binnen de VKK leven. Tijdens het proces van discussie binnen de VKK werd aanvankelijk aan drie aandachtsgebieden gedacht: “wijsheid“, “innerlijke ervaring“ en “liturgie“. Echter, gaandeweg zijn daaraan toegevoegd: “leven“ en “gemeenschap“. Men ervoer deze vijf als op zichzelf staand en niet tot elkaar herleidbaar. Dit doet vermoeden dat zij kandidaten zijn om in verschillende kwadranten te worden ondergebracht. De keuzen voor “innerlijke ervaring“ en “gemeenschap“ zijn niet moeilijk: het “ik” en “wij” gedeelte van “subjectief”. “Leven” en “wijsheid” zijn duidelijk “objectief”, maar wat moeilijker toe te kennen aan alleen maar “ik” en ”wij”. Dit is een moeilijkheid die Wilber ook overkomt, re- den waarom hij het objectieve van “ik” en “wij” soms eenvoudig samen- trekt tot “het”. Er is echter een reden om toch tot een toekenning in ver- schillende kwadranten te komen. Aan het leven hebben wij persoonlijk deel, “ik”. Wijsheid staat typisch ten dienste van iedereen, “wij”. Ten- slotte, een liturgie wordt meestal uitgevoerd door een groep mensen, “wij”, die daarbij hun hele wezen inzetten, “subjectief”. De onderwerpen zijn verzameld aan de hand van publicaties en van enquêtes. Zij dienen ondergebracht te worden onder één van de aan- dachtsgebieden. Onderwerpen zijn soms breed en hebben associaties met andere onderwerpen. Toch is er een karakteristiek te vinden waar- om zij als afzonderlijk onderwerp worden genoemd. Deze karakteris- tiek bepaalt de keuze. Op deze manier kunnen de vier kwadranten als volgt gevuld worden (fig. 3). De onderwerpen voor het leven zijn afkomstig van Waaijman. Immers, zij werden gemist door leden van de VKK. Het is achteraf ver- bazend te zien op hoeveel manieren zij verbonden kunnen worden met onderwerpen in andere kwadranten en daarmee nieuwe ontwikkelings- wegen kunnen aanduiden. Verdiepen en verbinden Binnen elk kwadrant kunnen niveaus worden aangegeven en verfij- ningen van onderwerpen. De menselijke geest is een meester in het onderscheiden en verfijnen van dingen. De neiging van mensen is om met hun bewustzijn actief te blijven in het kwadrant waarin zij goed zijn. We hebben gezien dat het veel moeilijker is om de grens over te steken en verbindingen met andere kwadranten te maken. Het kan een advies zijn om de grens over te steken wanneer maar enigszins de neiging daartoe opkomt. Het betekent een verruiming van bewustzijn. Tussen de onderwerpen in verschillende kwadranten kunnen vele verbindingen worden gemaakt. Voorbeelden daarvan zijn: inwijding-dood, transformatie-heiligen, mysteriën-symboliek, liturgie-kosmologie, chakra’s-liturgie, mys- tiek-engelen-lagen van werkelijkheid (dat zijn er drie). Soms ziet men een verbinding niet, soms is die vaag. Voor een ander kan die sterk le- ven. Wij hebben allemaal onze blinde vlekken en lacunes. Het is dan stimulerend om met elkaar uit te wisselen. Verbinding met Godsbeelden Ontwikkeling kan men in religieuze termen duiden als een reis naar God, een pelgrimstocht. De stadia in die bewustwording zou je kunnen omschrijven als: “aanraken van”, “bewust worden van“, “uitwisselen met“ en “meewerken met“. Aldus zou je de volgende onderwerpen vol- gens hun aandachtsgebied kunnen beschrijven, waarbij het eerste sta- dium van “aanraken van” steeds vervangen kan worden door een van de daaropvolgende stadia: – Mystiek: het aanraken van God als de Al-Ene; – Esoterie: het aanraken van tijdloze Wijsheid, uitgedrukt in tijdgebonden interpretaties en presentaties; – Spiritualiteit: het aanraken van de Heilige Geest die werkt in alle levensvormen; – Christendom: het aanraken van Christus in de ontwikkeling van alle levensvormen. Gnosis kan dan geduid worden als de verbinding tussen innerlijke erva- ring en wijsheid. Je zou dan kunnen zeggen dat gnosis als verbinding een rijkere vorm is dan deze twee onderwerpen apart, terwijl de diep- gang wellicht minder is. Mystiek en esoterie completeren dan gnosis. Opgedane ervaringen met de aandachtsgebieden Tijdens sommige kerkcongressen, lezingen, gemeenteavonden en bij- eenkomsten van de opleiding voor de geestelijkheid werd het boven- staande globaal besproken en werd aan de deelnemers een werkvel uit- gereikt met daarop figuur 3 tezamen met de volgende vragen (in de meest uitgebreide vorm): – Met welke onderwerpen ben ik het meest bezig? – Welke verbindingen tussen welke onderwerpen leven voor mij het meest? – Welke onderwerpen en verbindingen zou ik in de VKK meer willen ontwikkelen? – Hoe kan de VKK daarbij helpen? – Welke vormen zouden daarbij gebruikt kunnen worden? (Artikelen, lezingen, cursus sen, werkgroepen, werkboeken etc.) – Welke bijdrage zou ik zelf kunnen leveren? 29 Reflectie 8(3) najaar 2011 Subjectief Objectief ("Het") "Ik" I – innerlijke ervaring : - chakra’s - mystiek - inwijding - transformatie - dieptepsychologie … II – leven : - menselijk leven: geboorte, groei, het huiselijk leven, het huwelijk, liefdadigheid, dood, piëteit, de naaste - natuurleven: rivieren, heuvels, planten, bomen, dieren - goddelijk leven: deva’s, engelen, heiligen, goden "Wij" III – gemeenschap: - spirituele gemeenschappen - mysteriën - … V liturgie: - ceremoniële magie - liturgie IV – wijsheid : - geïnspireerde teksten - esoterische filosofie; lagen van werkelijkheid - symboliek - kosmologie - mythologie … Fig. 3 – kwadranten met aandachtsgebieden en onderwerpen

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=