reflectie78(1-2).vp
De Hemel op Aarde dichterbij dan wij denken Joanne Klink Het wordt alsmaar erger op de aarde. Zo was ’t toch niet tien jaar geleden. Vulkaanuitbarstin- gen, tornado’s, aanslagen, verwoestingen, cor- ruptie, criminaliteit. En bij de mensen angst, verlies van dierbaren, kanker, aids, geldgebrek, zelfmoord, zelfs van jonge kinderen. Maar wie goed oplet en misschien ergens woont waar veel mensen langskomen, die zal gezien hebben dat er steeds meer vaders of moeders met een babywagen lopen. Alsof er steeds meer baby’s geboren worden, veel meer dan tien jaar geleden! Wie durft er nog kinderen te krijgen in deze vreselijke wereld? En – de keerzijde – wie durft er nog te incarneren, juist in deze jaren? Zijn dit onze toekom- stige helpers om vrede op aarde te brengen? “De kristallijnen kinderen” zoals ze worden genoemd, die een veel hogere fre- quentie hebben dan wij oudjes? Zelfs al een andere DNA, zoals eens bleek bij een onderzoek. In dit verband moet ik denken aan een verhaal van iemand die eens een spontane regressie beleefde aan ’t beraad vóór zijn geboorte, waar de plannen en opdrachten voor het komen- de leven op aarde worden besproken. Hij herinnerde zich dat hij absoluut weigerde om weer op aarde te incarneren; dat nooit meer! Toen heeft men hem laten zien wat er met deze wereld in zijn tijd van leven zou gebeuren. Als een blad aan een boom draaide hij om; dat wilde hij meemaken, dat was iets geweldigs, daar wilde hij bij zijn… Volgende dimensie Het deed me denken aan het verhaal van een 6-jarige jongen over zijn geboorte. Hij heeft driemaal gezegd dat hij “geen zin had om geboren te worden”! “Daarboven was ’t warm en hier was ’t koud. ”En dat hij toch weer is teruggegaan om te kijken hoe ’t er daarboven allemaal uitzag. “Je hebt daar een fijn spul om je heen dat van licht is gemaakt. Je hebt wel een gezicht, maar je weet niet wat voor gezicht, want als je in de spiegel zou kijken, zou je alleen maar licht zien!” “Op ’t allerlaatst kwam ik terug. Moeder was hier in bed. Toen ik nul jaar was, was ik pas uit de hemel gekomen. Het is daarboven verlicht, allemaal witte mantels en geen huizen en zo.” Een paar jaar later zei hij plotseling: “In het jaar 2004 gaan we naar een volgende dimensie. Op 2 april. Dat komt zo in me op.” Toen ik hem vroeg wat hij bedoelde met die “dimensie”, keek hij me verbaasd aan en zei: “Ik weet toch helemaal niet wat een dimensie is!” In zijn mentaal dagbewustzijn niet, maar wel – in staat van ontspanning – in een dieper bewustzijn. Kin- deren kunnen wel eens iets zeggen in een bepaalde staat van de hersengolven, in alfafrequentie en zijn dat direct weer vergeten. Toen ik hem een keer vroeg: “Heb je dat thuis ook verteld?”, zei hij: “Ik wil wel, maar ik kan ’t niet.” Ze voelen intuïtief aan of de ouders er open voor staan. Ook daarom zou ik alle ouders aanraden om in mijn boek Vroeger toen ik groot was 1 te lezen hoe juist de allerkleinsten, zeg: vóórdat ze naar de kleuterschool gaan, nog veel blijken te we- ten, over God, geboorte en dood en vooral over reïncarnatie. “Ik zou nog wel eens klein willen zijn”, zei een meisje, “want dan herinner je je nog alles.” Of: “Ik kom uit het vergeetland.” En als ze geboorte en dood tekenen, is geboorte zwart en het sterven goudkleurig-zalig. Kleine kinderen zijn wijzer dan wij. Ze zijn ook de therapeu- ten van hun ouders: “Mamma, je bent goed zoals je bent.” “Je moet je eigen levenspad volgen.” Toen ik ongeveer in 1995 een jongetje vroeg: “Hoe denk je dat de wereld er over twintig jaar uitziet?”, reageerde hij heel resoluut: “Nee, dat is al over tien jaar! Dan hebben we geen zuurstof meer nodig. En alle dieren zijn tam. Die kun je zo- maar aaien. Ik zie doorzichtige steden en UFO’s die opstijgen en landen. Er gebeuren geen ongelukken meer. En als je er- gens naar toe wilt, alleen met goede gedachten, dan ben je er in een oogwenk. En we gaan niet meer dood.” Op mijn vraag: “Heb je dat thuis ook verteld?” “Nee, ze zouden me toch niet geloven.” Het is frappant dat hij dezelfde dingen zegt als er de laatste decennia wordt doorgegeven “van boven”. Dat dieren niet meer agressief zullen zijn, want agressie heeft te maken met angst; dat we ons met gedachtekracht kunnen voortbewegen; dat er geen tijd meer zal zijn en dat er geen ziekte, ouderdom of dood meer zal zijn. En dat we plotseling zullen ontwaken in “de vijfde dimensie.” Een uittocht uit de derde dimensie van de materie. En ook een einde aan de dualiteit van goed en kwaad, licht en donker. Wensdromen? Zijn dit geen sprookjes of wensdromen, omdat we zo in de penarie zitten? Waarom dan al die ellende in de wereld? Het zou ook zo kunnen zijn, dat er vanuit de hemel met een bezem in de eeuwenoude put van onze wereld wordt geveegd, zodat alle modder boven komt. En dat al die ellende, collectief en persoonlijk, betekent dat we betrokken zijn in “de grote ver andering” waarover ik in 2000 een boek vol citaten heb gepubliceerd. Want het is adembenemend hoeveel boodschap- pen de laatste decennia aan de mensheid worden doorgegeven via zogenaamde “channels.” 2 28 Reflectie 1 (1-2) september 2004 Algemeen
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=