Reflectie1(3).vp

Zonde bestaat niet Reint Gaastra De mens wordt innerlijk verteerd door schuld- en zondebesef. ‘Ik deug niet’ is de diepgewortelde aanname. Maria en Jezus maken in het boek ‘Over de Goddelijkheid van de Mens’ duidelijk, dat zonden in hun visie niet bestaan en dat mensen geen zondige wezens zijn. Mijn echtgenote Gabriela en ik woonden nog niet zo lang samen, toen wij in 2000 virtueel ‘bezoek’ kregen van ‘spirituele meesters’. Gabriela had sinds haar jeugd contact met ‘de hoge- re sferen’, dus helemaal vreemd keken we daar nu ook niet van op, maar toen zij zich bekend maak- ten als Maria, Jezus en Magdalena waren ook wij sprakeloos. Na- dat wij van de eerste verbazing bekomen waren, kreeg Gabriela de eerste boodschappen van hen door, een zeer bijzonder, won- derbaarlijk en ontroerend moment. Zij vroegen ons expliciet, of wij ons samen beschikbaar wilden stellen voor het doorgeven van een boek dat de in onze ogen mooie, maar ook controversiële titel ‘Over de Goddelijkheid van de Mens – Openbaringen van Maria, Jezus en Maria Magdalena ’ moest dragen. Na een enerverend bezoek aan Jeruzalem in de zomer van 2000, nog voor de laatste periode van ernstige schermutselingen tussen Palestijnen en Joden, begonnen wij eind augustus 2000 in onze werkkamer aan de ‘doorgeefsessies’. Met kaarsen aan en af- beeldingen van Jezus en Maria in onze directe nabijheid kwamen de eerste Openbaringen bij Gabriela ‘binnen’. Zij sprak ze uit en ik legde de doorgevingen vervolgens vast in de computer. Heftige boodschappen Het lijkt simpel, maar het was niet altijd even gemakkelijk, zeker in het begin niet. De vernieuwende boodschappen, die wij voor de mensheid mochten ontvangen, kwamen vaak zo heftig bij ons ‘binnen’ dat wij regelmatig na een kwartier al moesten stoppen, omdat wij zo ‘geraakt’ waren. Soms lag ik misselijk en hyperventilerend op de grond, doordat de openba- ringen mij in een heftig verwerkingsproces met allerlei licha- melijke verschijnselen brachten. In werkelijkheid kwamen wij alle twee in een ingrijpend transformatieproces terecht, waarin wij werden geconfronteerd met onze overtuigingen en aanna- mes en ons ‘ongeloof’ die een werkelijk accepteren van de Goddelijke Openbaringen in de weg stonden. Deze innerlijke blokkades moesten eerst in onszelf worden opgeruimd, voord- at we ons voor honderd procent voor de niet mis te verstane boodschappen open konden stellen. Het was ook nogal wat, dat we te horen kregen. Een korte opsomming: Maria Magda- lena is altijd de partner van Jezus geweest, Maria maakt duide- lijk dat zij het kind Jezus niet als maagd heeft ontvangen en dat seksualiteit heilig is, de mens draagt de drie-eenheid Va- der, Zoon en Heilige Geest in zichzelf, de mens is ook Godde- lijk, de ware betekenis van de kruisiging, Jezus is niet voor onze zonden gestorven en zonde bestaat niet! Hoezo, zonde bestaat niet? Vroeg ik mij af. Natuurlijk bestaat zonde wel. Kijk maar naar al die oorlogen, al die verkrachtingen, moorden, terreuracties en al die manipulaties. Dat kan toch al- lemaal niet zomaar. Bovendien voelde ik mezelf ook een zondig wezen met al mijn verkeerde gedachten, aannames en handelingen. Ik deugde niet. Of toch in essentie wel? Een dilemma waar ik toch maar het beste Jezus zelf over aan het woord kan laten. In Openbaring 20 uit ons boek zegt hij: “Het is belangrijk voor de mensheid om te weten dat zonde, zoals mensen dit be- grip interpreteren, niet bestaat. Wel is er bij jullie sprake van in- nerlijke pijn die het gevolg is van jullie verblinding en ver- vreemding van jullie ware aard. Het bewustzijn van velen is niet afgestemd op het zijn van een Goddelijk wezen, het is afge- stemd op de in jullie denken bestaande splitsing tussen het spiri- tuele en het materiële. Wanneer mensen het spirituele en het materiële niet met elkaar kunnen verenigen, ontstaat innerlijke pijn en een onvervuld gevoel.” Maria fysiek bevrucht en toch niet zondig Wie ben ik om aan de woorden van Jezus te twijfelen, maar ik heb toch altijd geleerd dat wij als zondige wezens geboren worden. Door Maria als maagd heilig te verklaren was auto- matisch elke vrouw die een kind baarde dat fysiek verwekt was zondig, was elke man die haar beminde en bevruchtte een zondaar en deugde elk kind – dat uit geslachtsgemeenschap was geboren – niet. Zo ontstond in tweeduizend jaar christen- dom en Europese beschaving na Jezus een aanname die de mens bij voorbaat als zondig bestempelde. Maria zei hier zelf over in Openbaring 11: “Via mijn beeld van moeder Maria werd in de Bijbel, in het Nieuwe Testament, een moederlijk ideaalbeeld gepresenteerd dat in wezen niet van deze Aarde is. Ik zou bevrucht zijn door de Heilige Geest, maar niet seksueel met een man verbonden zijn geweest. Die aanname heeft een bepaalde mate van eenzaamheid met zich meegebracht, het vrouwelijke principe wordt namelijk als onrein beschouwd; het mag er in wezen niet zijn. Alleen maar gedeeltelijk, name- lijk als moederlijk aspect. Deze splitsing heeft weliswaar, in termen van menselijke ontwikkeling en evolutie, een functie gehad, maar nu is het tijd voor eenheid en integratie. Een vrouw die zich in mij spiegelt, raakt nog steeds in verwarring. Als zij moeder wil zijn, moet ze wel ‘onrein’ worden door zich met een man te verbinden en dat maakt ook de man onrein. Men voelt zich dan vaak op diep niveau schuldig over het ver- wekken van een kind door middel van seksueel contact. Die energie van schuld wordt echter tegelijkertijd aan het ongebo- ren kind meegegeven. De aanname is dan: ‘Wij vrouwen deu- gen niet en jij dus ook niet.’ 34 Reflectie 1(3), december 2004

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=