Reflectie 10(4) 2013 winter.vp
Abraham was met zijn vader Terach vertrokken uit Ur toen hij 70 jaar was, zij gingen naar Haran, dat gezien vanuit Ur ten NW daarvan ligt, zo ongeveer op de grens van Turkije. Uit historisch onderzoek is gebleken dat op een gegeven moment de havenplaats Ur, in die tijd een handelsplaats met veel scheepvaart aan de monding van de Eufraat met de Perzische Golf, door de tijd heen flink was dichtgeslibd. Na verloop van tijd lag Ur kilometers ver van de zee en verloor zijn functie als havenplaats. Er trokken heel veel mensen weg. In de delta tussen de Eufraat en de Tigris woonden de Su- meriërs. Het schijnt dat de originele bewoners van het gehele gebied Semieten waren, die het land vanaf het begin van het vierde millennium binnentrokken vanuit wat nu ZW Iran is. Later kwamen er volkeren uit het noordelijke deel. De laatsten die binnenkwamen (ongeveer 3600 voor het jaar Nul) waren de Sumeriërs, een volk van begaafde en creatieve mensen. Het waren geen Semieten, maar kwamen uit het gebied ten noor- den van de Kaukasus of de Kaspische zee, het gebied rond het Aralmeer. Een deel van die mensen trok verder naar Noord India. Het gebied onder Bagdad was Sumerië, het gebied bo- ven Bagdad werd later Akkat genoemd. De bewoners werden later Babyloniërs of Mesopotamiërs genoemd. Mesopotamie De Sumeriërs waren hoog ontwikkeld, hadden een eigen schrift, het spijkerschrift, dat met een afgesneden veer in natte klei werd geschreven. Er zijn vele van die kleitabletten (onge- veer 10x8 cm) gevonden, waaruit blijkt dat zij handelsafspra- ken op schrift vastlegden, dat zij een betaalmiddel hadden, maar ook mythische verhalen vastlegden, die veel overeen- komst hebben met de verhalen in het OT (o.a. zondvloed, spraakverwarring). Er zijn hele bibliotheken gevonden met kleitabletten in kruiken. Helaas wordt daar nu met mijnen en bommen veel vernield. Het was een volk van landbouwers, zij legden dijken aan en land bevloeiingssystemen. Ze bouwden heiligdommen etc. Abraham en zijn familieleden trokken van de Middelland- se Zee tot de Eufraat, maar daar niet voorbij in de richting van de Tigris. Het waren veehouders die trokken van Haran in het noorden naar het zuiden tot Beercheba en van Hebron tot Egypte. Bijzonder is dat in het boek Genesis staat dat zowel Abrahams vader Terach en zijn grootvader Nahor naast de Israëlische ook een Akkadische naam hadden. Gustave Doré: Abraham reist naar het land van Canaan] Jozef, de zoon van Jacob, zoon van Izaak, zoon van Abraham, die wel ‘de dromer’ werd genoemd en door zijn broers aan rondtrekkende handelaren was verkocht, kwam in Egypte te- recht. Hij verwierf daar een hoge positie. Hij was het die door droomuitleg het gebeuren van die zeven vette en zeven magere jaren had voorspeld. Hij liet de Israëlieten (zijn eigen familie dus) in Egypte toe, nadat er in het hele gebied hongersnood was en Egypte nog voorraden had. Na 430 jaar sinds Jozef de Israëlieten in Egypte liet wonen, voerde Mozes hen er van- daan, na de beroemde 10 plagen en de doortocht door de zee. Mozes is ongeveer in 1525 voor het jaar Nul geboren. Hij was 80 en Aäron 83 toen zij met de Pharao onderhandelden over het vrijlaten van de Israëlieten. Dat gebeurde circa 1525–80 = 1445 voor het jaar Nul, het jaar van de uittocht. Jozef liet hen dus in 1445+430= 1875 voor het jaar Nul toe in Egypte. Jacob leefde 147 jaar, en Jacob kwam zijn zoon in Egypte op oude leeftijd opzoeken, stel 130 jaar, dan was Jacob geboren in 2005 voor het jaar Nul. Izaak was dan van 2065 voor het jaar Nul en Abr(ah)am van –2165. We gaan een stukje verder terug in de tijd van de derde ce- der. Dan moeten we ergens Noach tegenkomen. Uit de gege- vens in het boek Genesis en ook uit de Sumerische literatuur moet het ongeveer 400 jaar voor Abraham zijn geweest, dus ca. 2560 voor het jaar Nul, dat Noach met zijn zonen Sem, Cham en Jafet met hun vrouwen etc. in de ark gingen. Voor die tijd kom je in heel rare leeftijdgegevens terecht. Noach was namelijk al 400 jaar oud toen hij zijn eerste zoon kreeg. En zijn totale leeftijd was 950 jaar. Zijn vader La- mech werd 777 jaar, diens vader Methusalem 969, diens vader Henoch 962, diens vader Mahalaleël 898, diens vader Kenan 910, diens vader Enos 905, diens vader Seth 912 en diens vader Adam 930 jaar. In het boek Genesis wordt precies aangegeven op welke leeftijd zij hun kinderen kregen, en met een klein rekensom- metje kun je dan nagaan, dat bij die watervloed Methusalem nog maar net overleden was. De mensen van voor de zondvloed hadden iets bijzonders, zij werden heel oud, en er is dan ook nog ergens sprake van reuzen. Wat je trouwens in allerlei geschriften, ook de Sumeri- sche en de Griekse bijvoorbeeld, tegenkomt. 9 Reflectie 10(4), winter 2013
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=