Reflectie 10(4) 2013 winter.vp

8 Reflectie 10(4), winter 2013 Belangrijk voor de Joden was dat ze vanaf dat moment weer de Klaagmuur, het enige restant van de oude Tempel, konden bezoeken. Tot nu, 2013, is het nog steeds een roerig gebied, Nog steeds zijn de bewoners sterk verankerd in hun denkbeel- den en is er weinig ruimte voor andere zienswijzen. Wat zou een ceder, die in het jaar Nul in zijn laatste levensjaren was, allemaal hebben meegemaakt? Deze ceder is dan zo’n 2200 jaar voor het begin van onze jaar- telling ontsproten. We starten voor deze ceder zo’n 200 jaar voor het begin van de jaartelling. Het traditionele beeld van de Essenen, waar Jezus toe be- hoord zou hebben, is door het ontcijferen van de Dode Zee- rollen in een ander daglicht komen te staan. De gemeenschap die zo’n twee eeuwen voor het jaar nul, in de tijd van de Mak- kabeeën, het gebied van Qumran bewoonde was verre van vredelievend. Qumran was meer een vesting dan een klooster- gemeenschap. Deze gemeenschap had veel macht over het hele toenmalige gebied, en zeker ook in Jeruzalem. Ze waren ook heer en meester in Masada, wat een echt fort was van meerdere verdiepingen, en ze waren in staat heel Judea op te jutten om een aanval tegen de Romeinse overheersing te ont- ketenen, die een grote legermacht stuurde en dat hielden ze dan nog 7 jaar vol. Wel met een soort guerrillatactiek. Wie waren er machtig in die tijd? In elk geval de priesterklasse. Dat waren in die tijd de Levie- ten, die afstamden van Aäron (de broer van Mozes). De ande- re, de wereldse macht of het vorstenhuis, lag bij de afstamme- lingen van David, die behoorden tot de stam Juda. Zowel de priesterklasse als de heersersklasse werden gewijd en gezalfd en daarom Messias genoemd (gezalfde). In 333 voor het jaar nul werd Palestina veroverd door Alexander de Grote en vervolgens door Griekse bevelhebbers geregeerd. Het leefklimaat was redelijk vrij, en de priesters kregen ook een wat vrijere en meer Griekse stijl. Maar als re- actie hierop kreeg je natuurlijk een groep die zich verzette te- gen het niet precies naleven van de wetten van Mozes, en het ontheiligen, naar hun idee, van de Tempel. In het eerste boek van de Makkabeeërs bleek de maat vol. Een Griekse officier wilde een Joodse priester een offer la- ten brengen op een heidens altaar. Dat was de druppel die de emmer deed overlopen (zie 1Makk.2:26). Het gevolg was dat ene Mattathias opriep tot revolutie. Hij trok het land door, en riep iedereen die zich voor het Verbond (van Mozes met God) wilde inzetten, op om hem te volgen. Dat was het begin van de Zeloten. Zijn volgelingen gingen later op de heuveltoppen in de woestijn wonen, en waarschijnlijk ook in Qumran. Wij kennen allemaal de verhalen van Johannes de Doper, die ook zulk een leefwijze had. Nog even verder terug in de tijd. In 587 voor het jaar Nul overmeesterden de Babyloniërs het land en velen werden weggevoerd in de zogenaamde Babylo- nische ballingschap (587-538 voor het jaar Nul). De Tempel werd door de Babylonische koning Nebukadnezar II verwoest. In Babylonië kwam men in contact met de daar wonende vol- keren o.a. de Syriërs, Babyloniërs en Sumeriërs en leerden hun goden en ontstaansmythen kennen, bijvoorbeeld het Gilgamesh-epos. In 538 voor het jaar Nul, na de ballingschap, tijdens de regeer- periode van de Perzische koning Cyrus, herstelde de priester- klasse zich. Men is teruggekeerd, de herbouw van de Tempel werd gestart en in 518 voor het jaar Nul afgerond. Het was ook in die tijd dat het Oude Testament gaandeweg op schrift werd gezet. Heel veel verhalen uit de Sumerische geschriften kwamen er ook in terecht. En nog weer verder terug in die tijd van die tweede ceder. Op de plaats waar nu Jeruzalem ligt bouwden de Kanaän- nieten een stad, Jebus. Het Zuidelijke deel werd in 1850 voor het jaar Nul ommuurd. Het schijnt dat David die plaats in het jaar 1000 veroverde. Vandaar de naam: Stad van David. Hij wilde er een Tempel bouwen en kocht daartoe een stuk grond op de berg Moria; die berg lag in de stad. Dat stuk land was eerst een soort dorsvloer. Uiteindelijk heeft zijn zoon Salomo die eerste Tempel ge- bouwd, met behulp van vele ceders. Nu gaan we nog maar even een ceder verder terug, dat is dan de derde En komen dan zo ongeveer 4000 voor het jaar Nul. Men denkt dat de streek waar Jeruzalem ligt vanaf het jaar 4000 voor het jaar Nul bewoond is geweest. Archeologen hebben vastgesteld dat er voor die tijd geen bewoning is geweest die resten in de aarde heeft nagelaten. Hoe zag het er toen in die omgeving uit? Het land tussen de Middellandse Zee en de Dode Zee met de Jordaan en verd- er naar het oosten met de Eufraat werd bewoond door rond- trekkende nomadenstammen en veehouders, zoals bijvoor- beeld Abraham. Schilderij door James Jacques Joseph Tissot

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=