Reflectie 10(4) 2013 winter.vp

In de afbeelding zien we een heel klein stukje van de wereld- lijn van de blauw-rode man. In de werkelijkheid van het blok- universum zou het gaan om een wereldlijn die diens gehele le- ven omvat en waarbij ieder punt op de wereldlijn een volgen- de fysische toestand van de blauw-rode man bevat. Dit geldt ook voor onze vierdimensionale levens. Onze wereldlijnen be- ginnen bij ons ontstaan en eindigen bij onze dood en bestaan uit een oneindig aantal beelden, één voor ieder van onze op- eenvolgende toestanden. Het blokuniversum bevat een ontelbaar aantal wereldlijnen die onveranderlijk vastliggen. Het verleden is niet weg en de toekomst is er altijd geweest. Dit houdt in dat de inhoud van het blokuniversum gedetermineerd is, alles ligt er tot in de kleinste bijzonderheden vast. En weer kan de vergelijking met de filmrol worden gemaakt waarop het verhaal van de film vastligt. Wie nu denkt dat dit alleen maar een theorie is en niets te maken heeft met de werkelijkheid heeft het mis. De realiteit van het bestaan van het blokuniversum volgt uit het keer op keer juist bevinden van Einstein’s speciale relativiteitstheorie en het gegeven dat Minkowski’s opvatting over het univer- sum, als zijnde een vierdimensionale wereld waar de tijd niet in stroomt, als enige in overeenstemming is met de speciale re- lativiteitstheorie (2) . Er bestaan geen verleden, heden en toe- komst, er is een statische eeuwigheid. Deze positie heet ‘Eternalisme’ (gelijkwaardig bestaan van verleden, heden en toekomst) en staat tegenover het onhoudbaar geworden ‘Presentalisme’ (alleen het heden bestaat) (3) . De binding Op een filmrol staan statische, tweedimensionale beelden. Er is pas een verhaal als wij – vanuit een hogere dimensie – er iets mee doen. Dat is de afzonderlijke beelden in een zeker tempo en in één richting te bekijken. Zo komt het verhaal voor ons tot leven en er lijkt zelfs tijd in te ontstaan. Daarbij blijft de filmrol zelf onveranderd een reeks van statische, tweedi- mensionale beelden. We zagen dat in het blokuniversum alles onveranderbaar vastligt. Het is een statische wereld, net als de filmrol. Op overeenkomstige wijze kunnen reeksen van statische driedi- mensionale beelden van vierdimensionale wereldlijnen in het blokuniversum worden gebruikt om de verhalen van die we- reldlijnen tot leven te brengen en te ervaren. En net als bij de filmrol behoort de ‘ervaarder’ niet tot het object, maar ervaart komende vanuit een hogere dimensie. Immers, als de ervaar- der tot de wereld zou behoren die wordt ervaren dan zou de ervaarder bij één beeld horen. Een tweedimensionaal beeld in het geval van een beeldje op een filmrol en een driedimensio- naal beeld wanneer het een beeld op een wereldlijn betreft. Er zouden dan evenveel ervaarders zijn als er beelden op een filmrol of beelden op een wereldlijn zijn. Het als continuïteit ervaren van de film of de wereldlijn toont aan dat de ervaarder daar buiten staat. Vijfde dimensie Dit herkennen we als kijker naar een film. Dat dit een toepas- selijke metafoor is voor de wijze waarop we vanuit een vol- gende – de vijfde – dimensie de verhalen in het blokuniversum tot leven brengen beseffen we niet voldoende. Toch is dit hoe dynamiek wordt gekregen in de wereldlijnen – de verhalen – die zich in het stoffelijke, gedetermineerde en statische blok- universum bevinden. Vanuit een dimensie boven het blokuni- versum worden wereldlijnen gevolgd en ervaren. Alleen zo ontstaat de illusie dat het blokuniversum leeft, groeit en veran- dert terwijl in werkelijkheid deze gedetermineerde, statische wereld van de stof onveranderd blijft. Het veel aangehangen materialistische reductionisme is dus een onjuiste opvatting van de werkelijkheid. De werkelijk- heid is dualistisch, vanuit de onstoffelijke vijfde dimensie wordt ervaren in de vierde dimensie. Dit gaat dieper dan het kijken naar en het identificeren met – een karakter uit – een film, er is sprake van een innige binding met de wereldlijn die wordt gevolgd. Het onstoffelijke heeft zich binnen de stof – de beeldenreeks – verankerd aan de stof en identificeert zich met de stof – de beeldenreeks. Zo zijn we tijdelijk bewoners van twee werelden wanneer we door de beelden van een wereldlijn onze weg afleggen tussen geboorte en dood. Tijdens die reis ervaren we het leven als dynamisch en de toekomst als onbe- kend. Dit terwijl de wereldlijn van ieder leven in het blokuni- versum – de vierdimensionale werkelijkheid – statisch en be- kend is. Na afloop zijn we terug in de echtere – echtheid neemt toe met elke volgende dimensie – werkelijkheid, die van de vijfde dimensie. Essentie of ziel Het wezenlijke van ons dat niet stoffelijk is, niet tot het blok- universum behoort maar dat bezoekt, kennen we onder vele benamingen. Die worden niet eenduidig gebruikt en kunnen daarom aanleiding vormen voor onbegrip en verwarring. Plato’s verdeling in twee zijnssferen, die van het stoffelijke lichaam (dat zich in het blokuniversum bevindt) en die van de onstoffelijke ziel (die tot de vijfde dimensie behoort), is nog altijd van toepassing. Ook zijn voorstelling van het lichaam als kerker van de ziel komt dicht bij de innige binding met een wereldlijn. Jammer genoeg zijn Plato’s opvattingen door ande- ren geannexeerd waardoor aan het woord ‘ziel’ allerlei inter- pretaties zijn komen kleven en de hier beoogde betekenis uit het zicht raakt. Dergelijke bezwaren gelden ook voor bena- mingen die als synoniem voor ‘ziel’ worden gebruikt zoals ‘geest’ en ‘zelf’. Het tegenwoordig veel gebruikte ‘be- wustzijn’ heeft zulke bezwaren (nog) niet, maar is inhoudelijk onjuist omdat het slaat op de werking van onze onstof- felijke essentie en niet op die essentie zelf. Voor ons doel kan ‘essentie’ alleen samen met ‘onstoffelijk’ worden ge- bruikt en dat is te lang. Daarom zal ik 24 Reflectie 10(4), winter 2013 Plato

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=