Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp

Kosmologen houden het bestaan van werelden waar meer di- mensies heersen en wormgaten die verbindingen tussen werel- den leggen voor mogelijk en verschillende natuurkundigen hebben geopperd dat het wormgat identiek is aan de tunnel uit de bijna-doodervaring die naar een andere wereld leidt. De vijfdimensionale ziel die op het vierdimensionale blok- universum terugkijkt kiest nu voor het terugkeren naar de ei- gen sfeer via een wormgat, een tunnel. De vlucht of val door een tunnel, waarbij aan het einde het licht van de andere we- reld – het thuis van de ziel – wenkt, eindigt bij het bereiken van die wereld. Een plaats van licht, kleuren, muziek en prachtige landschappen waarmee de ziel zich, thuisgekomen bij liefde, vertrouwen, begrip, kennis, wijsheid en goddelijke aanwezigheid, vanzelfsprekend vertrouwd voelt. Grens, terugkeer en onuitspreekbaarheid Als het haakje waarmee de vijfdimensionale ziel zich aan de stoffelijke wereld heeft verbonden te vroeg heeft losgelaten, de reis door de beelden op de wereldlijn nog niet af is, dan zal dit nu duidelijk worden. De ziel komt een grens – water, mist, muur, deur, berg, o.i.d. – tegen waardoor beseft wordt dat bij overschrijden geen terugkeer naar het vierdimensionale blok- universum mogelijk is of een medeziel wijst hier op. Er is een vrije keuze tussen afmaken van wat werd onderbroken en on- afgemaakt achterlaten. De weg terug gaat gepaard met pijn over het te korte be- zoek aan het thuis van de ziel en het vooruitzicht weer in de mist van een lagere dimensie te moeten treden. Wat bij de res- terende reis door de stofbeelden mee wordt genomen is de herinnering aan het vijfdimensionale thuis, het weten dat de reis moet worden afgemaakt en soms ook flarden van wat bui- ten het blokuniversum in het blokuniversum kon worden ge- zien. Dat binnen de beperkingen van vier dimensies niet naar buiten kan worden gebracht wat vijf dimensies betekenen is logisch. Het laat zich vergelijken met een Platlander die ‘Hoogland’ ervoer. Terug in zijn tweedimensionale wereld ‘hoogte’ begrijpen, omschrijven en aan mede-Platlanders overbrengen is onmogelijk, of hooguit beperkt mogelijk . In het statische vierdimensionale blokuniversum leggen uit de vijfde dimensie afkomstige zielen dynamisch hun zelfgeko- zen paden door driedimensionale beelden op wereldlijnen af. Zo ervaren ze in de stof. Uittredingen en andere elementen uit bijna-doodervaringen treden op als de binding van de ziel met de stof verbreekt. Daarmee onderstrepen buitenlichamelijke ervaringen en bijna-doodervaringen het bestaan van de vijfde dimensie en de relatie daarvan met het blokuniversum. Bespreking Het bestaan van het blokuniversum maakt het noodzakelijk dat de ziel bestaat! In artikelen over het blokuniversum ben ik deze constatering niet, of niet voldoende duidelijk uitgespro- ken tegengekomen. Er wordt bijvoorbeeld op gewezen dat in het blokuniversum verleden, heden en toekomst niet bestaan, je dood bent terwijl je leeft en je leeft terwijl je dood bent, er een oerknal is maar die geen begin vormt omdat het blokuni- versum in één keer – inclusief oerknal – ontstaan moet zijn. Dat het buiten de stof bestaan van de in de stof ervarende ziel het onontkoombare antwoord is op de vraag hoe in deze stati- sche wereld dynamisch kan worden ervaren blijft echter onbe- sproken. Het afscheid nemen van het reductionistische materi- alisme zal velen huiverig maken. Buitenlichamelijke ervaringen en bijna-doodervaringen – al- thans elementen daarvan – vinden hun verklaringen in het be- staan van de ziel en het blokuniversum. Ze zijn hier niet aan de orde, maar verwacht mag worden dat (een aantal) paranormale verschijnselen ook langs deze weg kunnen worden verklaard. De negatieve bijna-doodervaring is niet besproken, ik zal dit nu kort doen. Bijna-doodervaringen met een negatieve in- houd wijzen m.i. op het terugkijken van de niet langer aan de eigen wereldlijn gebonden ziel op een nare vierdimensionale beeldenreeks die niets met die ziel te maken heeft. Er liggen meer afgerolde speelfilms op tafel dan de eigen speelfilm en er wordt toevallig een reeks beelden uit een horrorfilm opgepikt. Misschien komt er zelfs een ongewenste tijdelijke binding met zo’n beeldenreeks tot stand. Ervaringen waarbij men in de tun- nel bleef hangen wijzen m.i. op een onvolledige ontkoppeling van ziel en stof (de vierdimensionale wereld). Het lijkt er dus op dat bij negatieve bijna-doodervaringen (vooral) sprake is van een mismatch of een storing die inhoudelijk niets met de betreffende ervaarder te maken heeft. Conclusie Einstein en Minkowski hebben de wereld duidelijk gemaakt dat tijd een dimensie is van de vierdimensionale ruimtetijd waarin geen differentiatie in verleden, heden en toekomst be- staat. Tijd pint de drie ruimtelijke dimensies vast binnen een statisch blokuniversum waarin alle gebeurtenissen gelijkwaar- dig zijn en tot in de kleinste details vastliggen in driedimensio- nale beelden. 8 Reflectie 11(1), voorjaar 2014

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=