Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp

het Platland-verhaal wel begrijpen is dat beperkingen in een lagere dimensie niet hoeven te bestaan voor wie vanuit een ho- gere dimensie waarneemt. Uittredingen Dat het besef uit-het-lichaam of zelfs dood te zijn verwarring kan opleveren is nauwelijks opmerkelijk te noemen. Dat ver- volgens over het algemeen erg gewone situaties worden ge- zien en beschreven is dat wel. Niet wat wordt gezien, maar hoe het wordt gezien is wat bijzonder is. Alles tegelijk, boven, onder, voor, achter, 360 graden, tegelijkertijd vanuit meer plaatsen, door materialen heen, inzoomend. Er bestaan blijk- baar geen beperkingen en het punt van waarneming kan on- middellijk worden verplaatst. Wat hier aan de hand is wordt door ‘Platland’ duidelijk. Als we de plattegrond van een woning tekenen dan tekenen we in feite een tweedimensionaal huis. Daarin kunnen we een twee- dimensionale bewoner denken. De bewegingen van deze Plat- lander worden begrensd door de getekende lijnen die muren, meubels, etc. voorstellen. Hij kan een kamer slechts binneng- aan via de opening die we in een lijn hebben gelaten om een deur aan te geven. Zijn zicht wordt beperkt door de door ons getekende lijnen. Daarachter kijken of het geheel van bovenaf zien is voor de Platlander niet weggelegd. Wij ‘Hooglanders’ hebben deze beperking niet en kunnen in één oogopslag de ge- hele tekening met alle kamers en meubels – en daarachter – volledig overzien. Door vanuit een volgende dimensie waar te nemen wordt als het ware vanaf de uitkijktoren het ‘platte’ doolhof gezien. Een dergelijke dimensiewissel is wat de bijzondere waar- nemingen tijdens uittredingen (BDE en BLE) mogelijk maakt. De ziel is niet langer gebonden aan de vierdimensionale ruim- tetijd en ervaart de beelden op de wereldlijnen niet langer van binnenuit. Die worden nu van buitenaf gezien. Daarbij zijn vele beperkingen verdwenen die aan de waarneming waren opgelegd. Dit verklaart waarom mensen die een uittreding hadden - waarbij het niet uitmaakt of dit onderdeel van een bijna-dood- ervaring was of op zichzelf stond - vertellen dat ze zichzelf (wij weten nu: de beelden op de vierdimensionale wereldlijn) tegelijkertijd van alle kanten (panoramisch, 360graden waar- neming) konden zien en het gevoel hadden overal tegelijk te zijn (non-lokaliteit). Er wordt gerapporteerd dat tot op de kleinste details kon worden ingezoomd, muren en plafonds geen barrière vormden en onmiddellijk - gelijk met het opko- men ergens anders te willen zijn - naar iedere andere plek kon worden gereisd, waarna die als waarnemingspunt werd geno- men (8) . Beperkingen die de wereld waaraan men gewend is oplegt waren verdwenen. Daarbij blijkt de uitgetredene – de ziel – bepaalde fysische eigenschappen te hebben en te ondervinden. Dit is op grond van het door middel van elektromagnetisch velden binden van de ziel aan de stof ook te verwachten. Zo worden kleuren en licht gezien, worden geluiden (inclusief spraak en muziek) ge- hoord, wordt (lichte) weerstand gevoeld bij het door de stof gaan (muren, plafonds) en wordt het eigen lichaam en dat van anderen waargenomen (9). Dat tijd daarbij geen rol (meer) speelt verbaast natuurlijk niet. Tijd behoort immers tot het vierdimensionale blokuniver- sum waar geen verleden, heden en toekomst zijn. Het zijn de door het blokuniversum reizende zielen die zich door hun rei- zen door beelden op wereldlijnen de illusie van stromende tijd verschaffen. Als het blokuniversum is losgelaten en vanuit de vijfde dimensie wordt geschouwd dan heeft de dimensie tijd geen ervaringswaarde meer. Er is nu de eeuwigheid van de vijfde dimensie. Als er pijn en angst waren dan zijn die verdwenen en hebben plaats ge- maakt voor rust, vrede en gevoel van geluk. In Oost-Neder- land heeft men het over ‘uit de tijd komen’ waarmee sterven wordt bedoeld. Een ware volkswijsheid. Terug- en vooruitblik Buiten het blokuniversum gekomen kijkt de ziel terug op de bewandelde wereldlijn. De afgerolde speelfilm ligt op tafel en wordt volledig gezien. Dit is wat in de bde de terugblik – de levensfilm of het levenspanorama – wordt genoemd. Het voor- bije leven – de beeldenreeks in het blokuniversum – wordt door de ziel overzien en beoordeeld. Op elke keuze wordt te- ruggeblikt. De gevolgen van elke keuze worden ingezien. Het effect ervan op anderen, op hun reis door het blokuniversum, wordt nu duidelijker dan dit tijdens de reis kon zijn. De beel- den op de afgerolde speelfilm zijn niet meer te veranderen, er is alleen nog lering uit te trekken voor een volgend optreden. Het zal geen verbazing wekken dat een vooruitblik op het eigen resterende leven of dat van anderen mogelijk is (ook in bredere zin kan de toekomst worden gezien) en dat over speci- fieke of onuitputtelijke kennis kan worden beschikt. Van bui- tenaf ziet de ziel immers het blokuniversum in zijn volledig- heid. Niet alleen de eigen, ook andere wereldlijnen worden ge- zien en de illusie van verleden, heden en toekomst die optreedt bij het reizen door het blokuniversum is verdwenen. Wat in de toekomst zou liggen zijn nu naastliggende beeldjes van afge- rolde speelfilms die op tafel liggen. Tunnel, licht en landschap Verondersteld wordt dat tussen werelden korte verbindingen mogelijk zijn, zogeheten wormgaten (wormholes). Zo’n wormgat heeft ‘monden’ in beide werelden met daartussen een ‘tunnel’. (zie afbeeldingen op de volgende pagina) 7 Reflectie 11(1), voorjaar 2014 Uit: Flatland, A Romance of Many Dimensions door Edwin Abbott Abbott (1884)

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=