Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp

Jonathan Black: De Heilige Geschiedenis Hoe engelen, mystici en andere bovenaardse wezens onze wereld gestalte gaven Voorwoord De verhalen die in dit boek zijn bijeengebracht en opeenvolgend wor- den verteld, vormen tezamen een soort van volksgeschiedenis van de wereld. Maar meer nog dan dat zijn ze op verschillende niveaus werk- zaam. Ze maken deel uit van een mystieke traditie. In veel verhalen worden dramatische gebeurtenissen beschreven die zich niet in de stoffelijke wereld, maar in het rijk der goden, engelen en andere spirituele wezens afspelen. In veel verhalen worden men- sen gevolgd die onverwacht te maken krijgen met goden en engelen, reizigers tussen de werelden die doorschieten naar alternatieve werke- lijkheden. Deze verhalen maken wellicht inzichtelijk hoe het voelt wan- neer het spirituele rijk inbreekt in de dagelijkse gang van zaken, wan- neer spirituele wezens doorkomen, wanneer we plotseling een aanwe- zigheid voelen of wanneer we, misschien onopzettelijk, een wereld betreden die anders is, die ondersteboven is en binnenstebuiten. Veel van deze verhalen sluimerden lang in het collectieve geheu- gen, maar kunnen ook vandaag de dag ons bloed nog sneller doen stromen, omdat ze staan voor grote veranderingen in de spirituele evolutie – of, in moderne termen, keerpunten in de evolutie van het bewustzijn. Volgens de mystieke traditie is deze evolutie het ontvouwen van een goddelijk plan. Grote spirituele wezens leiden ons van tijdperk tot tijdperk, gefaseerd, lokken ons uit de tent en helpen ons evolueren. Als we vechten, als we liefhebben, als we tot het uiterste worden beproefd en een soort van overwinning ervaren in een soort van nederlaag, vol- gen we in de voetsporen van de goden en de engelen, volgen we bete- kenisvolle gedragspatronen die zij voor ons hebben uitgestippeld. Maar net als met alle mystieke zaken, is deze geschiedenis niet simpelweg lineair. Omdat tijd in de spirituele werelden niet op dezelfde wijze werkt, kan er sprake zijn van historische gebeurtenissen die in zekere zin nog steeds plaatsvinden. Gebeurtenissen in de wereldge- schiedenis kunnen ook kort worden samengevat in al onze individuele levens, waardoor ieder van ons een ballingschap in de woestijn door moet maken en op zoektocht gaat naar de heilige graal. (…). Deze verhalen zijn, in de vorm waarin ze tot ons zijn gekomen, bedoeld om wijsheid in zich te dragen. Het zijn ‘leerverhalen’, bedoeld om in te werken op wat we tegenwoordig een onbewust niveau noemen, maar ze zijn ook bedoeld ons te helpen bewuster te worden van de vormen en mystieke patronen in ons leven. Ik durf te beweren dat dit een van de re- denen is waarom verhalen belangrijk zijn. Verhalen, wil ik maar zeggen, hebben de neiging om de immanentie, de innerlijke aanwezigheid, van het goddelijke in de menselijke ervaring te laten zien. (…). Geen groots verhaal is louter fantasie, en evenmin is fantasie dat. Deze verhalen zijn chronologisch geordend. In de eerste hoofdstukken vertel ik de grote verhalen over het begin van de mens, om te laten zien hoe de fundamenten van de menselijke conditie tijdperk na tijd- perk, gefaseerd, gelegd werden. Goddelijke inmenging en intelligente interactie met spirituele we- zens, spirituele begeleiding, spirituele beproevingen – dit alles staat niet ter discussie in deze vroege verhalen en is er groots in beschre- ven. De vertellers van deze mythische verhalen waren niet geïnteres- seerd in de stoffelijke wereld op de manier waarop wij er sinds de wetenschappelijke revolutie geïnteresseerd in zijn geraakt. Voor hen was het wonder, het grote wonder, niet zozeer de schoonheid en complexiteit van de uiterlijke wereld als wel de schoonheid en comple- xiteit van de innerlijke wereld, die van de subjectieve ervaring. Die ver- klaarden waarom we de wereld ervaren zoals we dat doen. (…) Verderop in het boek zullen we zien dat er dankzij Mozes een passie voor rechtvaardigheid als een machtige rivier door ons heen stroomt. Vanwege de Boeddha kunnen we medeleven voelen voor alle levende wezens, en vanwege alle grote mystici van Arabië hebben we de gelukzaligheid leren kennen van het verliefd worden. Het verhaal van de middeleeuwse grondleggers van de hatha yoga is verbonden met het verhaal van Christian Rosenkreuz en de intro- ductie van de leringen betreffende de chakra’s in de stroom van het westerse mystieke denken. We zullen zien dat een van de twee grote denkers over spiritualiteit in de moderne tijd, Carl Gustav Jung, adviezen kreeg van een onbelichaamde geest, net zoals Socrates van zijn demon. De andere grote onderzoeker van het spirituele in de moderne tijd, Rudolf Steiner, deed verslag van de reis van een geest na de dood. (…) Ik beschouw het als vanzelfsprekend dat, zoals Ibn Arabi – een soefi-mysticus en lichtend voorbeeld in dit boek – al zei: ‘Geen enkele religie kan de werkelijkheid van God volledig tot uitdrukking brengen.’ Door heel het boek kijk ik naar het werk en de leringen van scholen als die van de kabbalisten, de soefi’s, hermetische scholen, die van de rozenkruisers, de vrijmetselaars, theosofische en antropo- sofische scholen, en ook naar het werk van individuele mystici als Pla- to, Plotinus, Paracelsus, Christian Rosenkreuz, Jakob Böhme, Rudolf Steiner en Lorna Byrne, waarbij ik me de vraag stel of hun beweringen over de wijsheid uit de oudheid ons kunnen helpen een taal te vinden om er in moderne bewoordingen over te kunnen praten. Ook kijk ik naar het werk van de grote verhalenvertellers van de moderne tijd, schrijvers die zich afvragen of er een mystieke dimensie is aan onze levens, of de wereld doordesemd is van betekenis die wij er niet hebben ingelegd, of we echt betrokken zijn in interacties met onbelichaamde intelligentie. In dit tijdperk van wetenschappelijk materialisme is dit wellicht de grote filosofische vraag, en schrijvers, van Dostojevski en George Eliot tot David Foster Wallace, hebben gezocht naar mysterieuze patronen, mystieke trances en andersoortige invloeden, en niet zozeer in de epische levens van helden, maar in het gewone dagelijkse leven. Dit boek heb ik deels geschreven om een buitensporige vraag te kun- nen stellen: Wat nu als de beweringen van de wereldreligies waar zijn? Hoe zou de geschiedenis er dan uitzien? Is het mogelijk om een creati- onistische beschrijving te geven van de schepping die niet onmiddellijk door geleerden wordt afgedaan als absurd? (…) Natuurlijk is het niet mogelijk om deze buitengewone gebeur- tenissen wetenschappelijk te bewijzen, maar wanneer je ze met elkaar verweeft om tot een historische vertelling te komen, zou er dan een samenhangend verslag van de wereld tevoorschijn komen dat zich kan 12 Reflectie 11(1), voorjaar 2014

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=