Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp
meten met de conventionele, wetenschappelijk verantwoorde verhan- delingen? Kan er een betekenisvolle geschiedenis gedestilleerd wor- den uit de verhalen over de tussenkomst van engelen, mystieke visioe- nen en paranormale ervaringen, uit het puin dat door conventionele geschiedschrijvers wordt genegeerd? (…) De Heilige Geschiedenis levert bewijs van ervaringen uit de eerste hand van het bovenaardse door de eeuwen heen, en ik kan wel zeggen dat alleen al de hoeveelheid maar ook de samenhang van de getuigenissen opmerkelijk is. We leven op het snijpunt van twee vlakken, een mentaal vlak en een fysiek vlak, en we kunnen van het ene naar het andere overspringen. Beide vlakken strekken zich uit tot in de verte en doen ons onszelf af- vragen waar we vandaan komen en waar we naar onderweg zijn. Filosofen uit alle tijden hebben zich afgevraagd welk vlak er het eerst was en welk betrouwbaarder is of beter te doorgronden. (…). Geloven dat geest eerst kwam en in zekere zin echter is, is de religieuze of spirituele kijk op het leven, en is wat vrijwel iedereen het grootste deel van de geschiedenis geloofde. Geloven dat de materie eerst kwam is het materialistische en atheïstische standpunt. (…) De filosofische term voor het ‘de geest kwam eerst’-standpunt is idealisme. Het is wat verwarrend, want buiten de academische wereld wordt deze term vaker gebruikt voor de jacht op hoge idealen, terwijl filosofiestudenten haar beschouwen als een curieuze kennisthe- orie waar niemand meer echt in gelooft en die voor het laatst serieus verdedigd werd in de achttiende eeuw, door bisschop Berkeley. Het grootste deel van de geschiedenis was het idealisme echter een kosmologie en een alomvattende, oprechte levensfilosofie. De meeste mensen ervoeren de wereld op een wijze die ermee samenhing – wat we ‘volks idealisme’ zouden kunnen noemen. De meesten geloofden dat er ‘in den beginne’ sprake was van een grote, kosmische geest – ‘God’ in de westerse tradities. Ze meenden ook dat deze kosmische geest het heelal in antwoord op hun gebeden en diepste hoop en vrees kon her- schikken, hen begeleiding bood en hen beloonde of strafte voor hun daden. Soms ervoeren ze een spirituele aanwezigheid en soms iets wat we nu collectieve hallucinaties zouden noemen. De intellectuele elite van vandaag, die zich vierkant achter het we- tenschappelijk materialisme schaart, heeft de neiging om lacherig te doen over mystieke en spirituele ervaringen, om ze af te doen als flau- wekul. Liever dan enige serieuze poging om zich te verdiepen in de gegevens met betrekking tot spirituele ervaringen doen atheïsten alsof het een uitgemaakte zaak is. Maar we hoeven niet noodzakelijkerwijs te accepteren dat er geen doorslaggevend bewijs is voor wat er ‘in den beginne’ gebeurde – dat er feitelijk geen enkel bewijs voor is. Er be- staan ook slechts minieme flintertjes bewijs voor de oerknal en al hele- maal geen bewijs voor wat zich daarvoor afspeelde. Als het gaat om het begin van de schepping hebben gelovigen noch atheïsten een poot om op te staan. Enorme bouwwerken van speculatie staan te balance- ren op speldenpuntjes bewijs. (…) Zijn er, nu wetenschappelijk bewijs schaars is, andere bronnen van kennis om uit te putten? Het woord mystiek komt van mystae, uit het oude Griekenland, waar bepaalde individuen werden uitverkoren om ingewijd te worden in genootschappen die mysteriescholen genoemd worden en die verbon- den waren met de grote, openbare tempels. Iedereen wist van het be- staan van deze scholen, maar slechts enkelingen hadden het voor- recht om te ontdekken wat er werd onderwezen. In deze hoogst ge- heimzinnige oorden werden de mystae onderwezen en uitgevoerd door een reeks extreme beproevingen die lange perioden van vasten en zintuiglijke ontberingen, spirituele oefeningen en wellicht ook verdo- vende middelen behelsden. (…). We zullen later zien dat de esoterische kennis die de ingewijden opdeden, in de basis een praktische kennis was van de manipulatie van de materie door de menselijke geest, die begon met de menselijke fysiologie. (…) Ze konden profeten worden of genezers, of andere bui- tengewone gaven tentoonspreiden. Ze konden nieuwe ideeën voort- brengen in de kunst, de filosofie en de wetenschappen. Ze kenden de spirituele algoritmes waarmee de kosmische geest de wereld om ons heen vormgeeft. We zullen nog zien dat ze dit soms met wiskundige precisie wisten. Veel van de grootste Grieken en Romeinen, waaron- der Socrates, Plato, Aischylos, Pindaros, Ovidius, Vergilius, Seneca en Cicero waren ingewijden in deze scholen. Zowel toen als nu bewerkstelligden deze inwijdingstechnieken bij sommige mystici andere zijnsstaten, en andere manieren van weten die ermee gepaard gaan, terwijl andere mystici simpelweg geboren werden met dit vermogen. (…) Door te putten uit de wijsheid van mysti- ci door de eeuwen heen, waaronder Ibn Arabi, Hildegard von Bingen, Rudolf Steiner en de opmerkelijke moderne mystica Lorna Byrne, heb ik geprobeerd duidelijk te maken wat spirituele wezens bedoelen met hun interventies in de levens van mensen. Dit boek is een visionaire geschiedenis, en zoals ik al zei: ik kan niets hard maken. Dat zou onmogelijk zijn. Maar het fascineert me al heel lang dat op het niveau van de spirituele en mystieke ervaring alle grote religieuze tradities samenvallen. De ervaringen van een yogi in de bossen van India, een derwisj in de Arabische woestijn en Lorna Byrne in een buitenwijk van Dublin vertonen opmerkelijk veel overeen- komsten. Soefi-mystici spreken over een anderwereld, een plek met een objectieve werkelijkheid die je via de verbeelding kunt betreden. Mensen gaan die werkelijkheid binnen door poorten in vele verschillen- de delen van de wereld, en komen toch op dezelfde plek samen en ontmoeten dezelfde spirituele wezens. Aan het eind van het boek wil ik komen met wat ik ‘het argument vanuit de onmiddellijke persoonlijke beleving’ noem: indien het zo is dat het universum is geschapen door een kosmische geest, dan zou onze ge- waarwording ervan heel anders moeten zijn dan wanneer het allemaal toevallig zo gegaan is. Hoe dienen we onze ervaring te beoordelen, hoe kunnen we hem in dit licht beproeven? Bewijzen ten faveure van een kosmische geest zullen al gauw in de categorie van het mystieke vallen. Maar we vinden het moeilijk om in abstracties te spreken over mystieke ervaringen. Af- gezien van enkele nauwelijks bekende mystici hebben slechts weini- gen geprobeerd dit te doen, met als gevolg dat we geen taal tot onze beschikking hebben om de ervaring te beschrijven. En omdat we het moeilijk vinden om te praten – of te denken – over mystieke ervarin- gen, is de kans groot dat we het niet eens merken als we een mystieke ervaring hebben. George Eliot schreef over dit onvermogen tot herkennen: ‘De gouden ogenblikken in de loop van het leven haasten zich aan ons voorbij en we zien niets dan zand; de engelen komen ons opzoeken en dat weten we pas als ze alweer weg zijn.’ Dus hoe kunnen we, bij gebrek aan een conceptueel kader, derge- lijke ervaringen – en de vragen over leven en lot – beschouwen? Stel je eens voor dat verhalen er een arena voor zouden kunnen zijn… (…) Zonder een eerder bestaande kosmische geest om er betekenis aan te geven, kan het heelal, het leven zelf, per definitie geen enkele in- trinsieke betekenis hebben – enkel de tijdelijke, gedeeltelijke betekenis- sen die we erop verkiezen te projecteren. Zonder een eerder bestaande kosmische geest, heeft besef van het noodlot geen enkele zin. En toch hebben veel mensen ingevingen van een hogere en abso- lute orde. De wereld is tegen ons; we hebben pech; we ontspringen de dans maar worden op een ander moment toch beproefd; we hebben voorgevoelens; toevallige samenlopen van omstandigheden; dromen die ons iets proberen duidelijk te maken; we weten plotseling met vol- strekte zekerheid wat iemand anders denkt; we voelen ons speciaal verbonden met mensen die we ontmoeten; we ervaren soms een mo- ment waarvan we weten dat alles in ons leven daarvoor bedoeld was; we worden verliefd en weten zeker dat het onontkoombaar is… Verhalen over bovenaardse patronen en mystieke sporen kunnen ons gevoelig maken voor dergelijke patronen in onze eigen belevin- gen. Ze moedigen ons aan alert te zijn op complexe, subtiele, innerlijke gebeurtenissen die, indien het idealisme een juist beeld schetst van de wereld, tegelijkertijd ervaringen zijn van de innerlijke werkingen van de wereld en bewijs van de enorme krachten die samenwerken om de wereld te scheppen, te onderhouden en voort te bewegen. De verhalen in dit boek zijn gekozen om zulke patronen zichtbaar te maken. Wanneer we verhalen lezen, betreden we een mysterieuze plek vol van paradoxen en raadsels en puzzels, en we kunnen maar beter be- seffen dat het leven ook zo is. Het fictieve opent zich voor onze eigen diepten en de diepten van de wereld waarin we leven. Het kan ons een wereld laten zien die doordesemd is van intelligente energie, een wereld die met ons wil communiceren… Ik hoop dat je van deze verhalen zult genieten en ze zult lezen in de geest waarin ze bedoeld zijn. Noot: dit voorwoord wordt gepubliceerd met toestemming van uitgeverij Servire, maar is wel ingekort door de redactie. * * * 13 Reflectie 11(1), voorjaar 2014
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=