Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp
Een Geurige Ziel Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Etty Hillesum (1) door Paul van Rooijen “(Vrijdag 3 Juli 1942). ‘Ach, we hebben het toch immers alles in ons, God en hemel en hel en aarde en leven en dood en eeuwen, vele eeuwen. Een wisselend decor en handeling van de uiterlijke omstandigheden. Maar we dragen alles in ons en de omstandig- heden zijn tòch niet het doorslaggevende, nooit, omdat er immers altijd omstandigheden zullen zijn, goede en slechte en het féit van de omstandigheden, de goede en de slechte moet men aanvaarden, wat niet belemmert, dat men zijn leven er aan kan wijden de slechte te verbeteren. Maar men moet weten, uit welke motieven men die strijd voert en men moet beginnen bij zichzelf, iedere dag opnieuw bij zich zelf.’” (2) 15 januari 2014 was de 100-ste geboortedag van Etty Hille- sum en ter gelegenheid hiervan werden diverse activiteiten ontplooid en werden diverse, ook recente, publicaties voor het voetlicht gebracht. Op de website ‘www. 100jaarettyhille- sum.nl ’ bijvoorbeeld is meer hierover te lezen. Inmiddels hebben heel veel mensen over de hele wereld haar dagboeken en brieven gelezen. Dat is uitzonderlijk, slechts weinig Nederlandse schrijvers of denkers worden ver over de grenzen gelezen (3) . Op 1 oktober 1981 werd de uitga- ve van een deel van haar dagboeken gepresenteerd, een stroom van reacties brak los, tot op de dag van vandaag (4) . Vertaling- en van ‘Het verstoorde leven, dagboek van Etty Hillesum’ ver- schenen over de hele wereld en wereldwijd zijn zo’n 750.000 exemplaren verkocht. De uitgave van de Engelse vertaling haalde de voorpagina van The New York Times (5) . De nagelaten geschriften van Etty Hillesum zijn onder beheer van de Etty Hillesum Sichting, opgericht op 17 oktober 1983, en na overeenstemming met de familie Hillesum bezit deze stichting ook de auteursrechten. Deze stichting heeft een volle- dige, voor iedereen toegankelijke en tegelijkertijd wetenschap- pelijke verantwoorde uitgave van geheel het werk, alle dag- boeken en brieven, van Etty Hillesum verzorgd. De eerste uit- gave is uit 1986, de zesde en herziene uitgave met nieuwe titel is uit 2012 (6) . Bijna een halve eeuw stilte Etty Hillesum werd geboren in Middelburg op 15 januari 1914. Na haar schooltijd in Deventer studeerde zij rechten en Slavische talen in Amsterdam. (7) In 1941 ontmoette ze de 54-jarige uit Duitsland gevluchte ex-bankier Julius Spier en er ontstond een liefdesrelatie. Spier, een leerling van Carl G. Jung, was handlijnkundige en had een kleine praktijk aan de Courbetstraat. Hij was verloofd met Hertha Levi, die in Enge- land op hem wachtte. Op advies van Spier begon Etty op 9 maart 1941 met het schrijven van een dagboek. Het doel was dat ze hiermee door de oudere en nieuwere delen te vergelij- ken inzicht zou krijgen in haar persoonlijke ontwikkeling. In dit dagboek beschreef ze haar gevoelens, alledaagse ervaring- en en gedachten. Haar minnaar werd in dit dagboek vermeld met de letter S. Naar aanleiding van de Nederlandse uitgave van ‘Het ver- stoorde leven’ ontving uitgever Jan Geurt Gaarlandt stapels brieven en faxen, allemaal van mensen die zwaar onder de in- druk waren. Maar de oprechtheid van het dagboek roept het ook op dat de lezer bijna door haar ogen gaat zien. ‘Ja, zegt Gaar- landt, (…) ‘in de tijd dat ik het dagboek uitgaf, droomde ik zelf over haar. Het is een mengeling van haar literaire vermogen en haar mystieke kant.’ (8) Gaarlandt leest een voorbeeld hiervan voor uit een van haar brieven vanuit Westerbork: “Na deze nacht heb ik één ogenblik in alle oprechtheid ge- meend, dat het een zonde zou zijn, wanneer men in het vervolg nog lachte. Maar later bedacht ik, dat er toch immers ook mensen lachende zijn weggegaan, hoewel dit keer: niet vele. En in Polen zal er misschien af en toe ook nog wel eens ie- mand lachen, hoewel van dit transport: niet vele, denk ik.” Gaartlandt zegt hierover: ‘De cadans, en dan de on-ge-lo- fe-lij-ke betekenis. Geschreven aan de hoek van een tafel, te midden van de herrie, tussen mensen die hun spullen pakten. Hoe je daar literair gezien zulke volmaakte zinnen aan hebt kunnen wijden – dat is een mirakel (9) . Een nieuw bloeien Nog thuis in Amster- dam schrijft Etty Hil- lesum om 8 uur op donderdagochtend 18 juni 1942: “Tussen m’n schrijfmachine, een zakdoek en een klosje zwart garen staat m’n theeroos te verwelken. Zij is haast ondragelijk mooi en teer. In een zachtmoedig en berustend verwelken begint zij dit korte, koude leven te ontvallen. Zij is zó teer en zo liefelijk en van zulk een gratie in haar langzame versterven, dat m’n hart er van zou kunnen breken. Men moet zo een theeroos ook met rust willen laten in haar stille sterven en haar niet hartstochtelijk en wanhopig willen vasthouden. Vroeger kon ik ontroostbaar en onbegrijpelijk ongelukkig zijn over een verwelkende bloem. Maar ook het verwelken in de natuur moet men leren aanvaarden zonder verzet. En weten, dat er altijd een nieuw bloeien is.” (10) . 25 Reflectie 11(1), voorjaar 2014 Etty Hillesum gele roos
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=