Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp

Gaandeweg duikt er in de dagboeknotities een bonte verzame- ling aan bloemen op. Seringen. Lathyrus. Rozen, geel, rood, wit. Jasmijn, onder haar raam. Cyclaam. Heide, rondom de ba- rak. Korenbloemen. Fresia’s. Krokussen. Sneeuwklokjes. Hy- acinten. Japanse lelies. Geraniums. Paarse viooltjes. Langzaam maar onafwendbaar worden de Joden van wan- delpaden, uit het openbaar vervoer, uit winkels enzovoorts ge- weerd. Weinig eten, weinig geld, heel veel kou in de winter en het voorjaar, maar – zo af en toe – tóch een bosje mooie bloemen kopen. Het grote geheel en de grotere lijnen willen blij- ven zien, zonder innerlijk te willen bevriezen, dat innerlijk tasten naar een bestendig evenwicht ken- merkt veel van wat Etty Hillesum schrijft. “(29 Mei 1942, Vrijdag, ’s avonds na het eten.) ‘Het is soms nauwelijks te verwerken en te bevatten, God, wat jouw evenbeelden op deze aarde el- kaar alles aandoen in deze losgebroken tijden. Maar dáár- voor sluit ik me niet op in m’n kamer, God, ik blijf alles onder ogen zien en wil voor niets weglopen en van de ergste misda- den tracht ik iets te begrijpen en te doorgronden en ik tracht altijd weer de naakte, kleine mens op te sporen, die dikwijls niet terug te vinden is midden in de monstrueuze ruïnes van zijn zinneloze daden. Ik zit hier niet in een rustige kamer met bloemen zwelgend in Dichters en Denkers God te prijzen, dat zou heus geen kunst zijn en ik geloof ook niet, dat ik zo ‘welt- fremd’ ben, als m’n goede vrienden vertederd zeggen. Ieder mens heeft nu eenmaal z’n eigen realiteit, ik weet het, maar ik ben geen verdroomde phantaste God, een nog wat bakvisacht- ige ‘schöne Seele’(…). Ik zit oog in oog met jouw wereld God en ontvlucht de realiteit niet in schone dromen – ik meen, dat er plaats is voor schone dromen naast de wreedste realiteit – en ik blijf je schepping prijzen, God – en ondanks alles –.” (11 ) Universele bestanddelen In haar werk snijdt Etty Hillesum een tal van onderwerpen aan. Naast natuurlijk, soms heel cryptische, verwijzingen naar de omstandigheden van de bezetting en het zich steeds beter realiseren van de onafwendbaarheid van de ‘roll-out’ van de massavernietiging, verkent ze steeds weer zowel persoonlijke als universele vragen. Trouw. Man en vrouw, hun aard, hun overeenkomsten en verschillen, de vormen van onderlinge relaties. Intimiteit. Hu- mor. Scheppingskracht. Kunst. Muziek. Literatuur. Theologie. Poëzie. Levenskunst. Ethiek. Lichamelijk ongemak. Kou en honger. Menstruatiecycli. Ondeugendheid. Vernedering. Gebed en meditatie. Geestelijke gezondheid. Bewustwording. Zelfon- derzoek. Zelfbeklag. Zelfkritiek (‘bakvis’) (‘weet je, waar ik bij jou misselijk van word, kind?’ (12) Mededogen. Liefde. Accepta- tie. Verlangen en overgave. Dankbaarheid. En God. God De God van Etty Hillesum is christelijk noch Joods, noch wat dan ook. Heeft geen behoefte aan eredienst, religieus gebouw, of leerstellingen. En Etty Hillesum schrijft onbevangen, ook over God: “(Woensdagochtend 22 oktober 1941, 8 uur.) ‘O Heer, geef me op de vroege morgen wat minder gedachten en wat meer koud water en gymnastiek.’” (13) Of ook: “(23 Januari 1942. Vrijdagochtend 8 uur.) ‘En koud, aldoor maar koud.’ (…) ‘Het is nu eenmaal nog slecht gesteld met de verdeling der aardse goederen op deze onvolmaakte aarde. En het lijkt me een toeval, of je bij de zatten of bij de hongerigen terecht bent gekomen. En ik zal nooit kunnen danken voor m’n dagelijkse brood, als ik weet dat zoveel anderen, dat dagelijk- se brood niet hebben. Maar: wanneer ik dat dagelijkse brood ook niet heb, dan hoop ik tòch te danken. Voor iets anders. Daarvoor dat God in me is. En dat heeft niets te maken met of je wel of niet goed gevoed bent. Tenminste, dat zeg ik nu, aan m’n warme kachel na een behoorlijk ontbijt. Het is allemaal heus niet zo eenvoudig.’” (14) Monument in Westerbork “(Woensdag 23 Sept. 1942.) ‘Zoals die barak daar soms ’s nachts lag onder die maan, gemaakt uit zilver en uit eeu- wigheid: als een stukje speelgoed, ontgleden aan God’s ver- strooide hand.’” (15) Inspiratiebronnen en zelfkritiek Niet alleen vindt Etty Hillesum steun en inspiratie in de kring rond Spier (16) , ook in Russische literatuur, of bij bijvoorbeeld Rittelmeyer (stichter van de Christengemeenschap), bij bij- voorbeeld Jung, maar zeker ook bij Rainer Maria Rilke. Diver- se gedichten van hem schrijft ze over, en een innerlijke dia- loog met denkbeelden van Rilke noteert ze. “(Zondagochtend 8 Maart 1942, half 10.) ‘Die Blätter fallen, fallen wie von weit Als welkten in den Himmeln ferne Gärten; Sie fallen mit verneinender Gebärde. Und in den Nächten fällt die schwere Erde Aus allen Sternen in die Einsamkeit. Wie alle fallen. Diese Hand da fällt. Uns sieh dir andere an: es ist in allen. Und doch ist Einer, welcher dieses Fallen Unendlich sanft in seinen Händen halt.’” (17) 26 Reflectie 11(1), voorjaar 2014 Frsesia

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=