Reflectie 11(1) voorjaar 2014.vp
De Zonsopgang Een verhaal verteld door Robin Meesterverteller De man woonde aan de rand van de stad. Hij had een leuk huis aan een drukke straat en de man zat graag op zijn veranda naast de voordeur te kijken naar alle bedrijvigheid en drukte, die aan hem voorbij ging. Af en toe zag hij een bekende langs komen en die groette hij en die groette terug en soms kwam die dan weleens een praatje maken en zat even naast hem op zijn veranda. De man vond dat altijd heel plezierig. Maar het mooist vond hij toch de zonsopgang. Dan ging hij nog in de schemer op zijn veranda zitten en keek naar de stad. Als de zon dan achter zijn huis opkwam, verdreef deze de schaduwen en zette de daken en huizen in een prachtige nieuwe gloed. Steeds was er wel een raam dat de zonnestralen opving en te- rugkaatste naar waar de man zat. Dan werd het heel even ook een beetje zonnig op zijn veranda. De man voelde zich dan heel gelukkig worden. Maar dat moment was maar al te gauw voorbij en dan was zijn veranda weer in schaduw gehuld. Op een dag dacht de man dat het toch wel heel mooi zou zijn om zelf achter zo’n spiegelend raam te zitten en dan de zon in vol- le glorie te zien opkomen. Die gedachte liet hem niet meer los. Iedere keer als hij weer op zijn veranda zat en de zon over de stad zag opkomen, voelde hij een steeds groter verlangen om dat mee te maken. Maar ja, de straat was helemaal vol ge- bouwd en er was geen plekje dat hij kende vanwaar hij dit kon zien gebeuren. Hij sprak er met zijn vrienden over en op een dag vertelde zijn beste vriend dat hij een huis wist, waar ze dat regelmatig deden. De man werd nieuwsgierig en vroeg waar dat was en of hij dat ook kon meemaken. De vriend zou het vragen en tot zijn grote vreugde mocht hij een keer meekomen. Vroeg op een ochtend daarop meldden de vriend en de man zich bij het huis en ze werden vriendelijk welkom geheten. Ze werden een kamer binnengelaten, waar nog meer mensen zaten, die zacht- jes met elkaar praatten. De kamer had een groot helder raam, waardoor je een mooi uitzicht had over de tuinen en de bos- rand achter de stad. Langzaam werd het lichter en de mensen stil. Toen kwamen de eerste zonnestralen over de bomen door het raam de kamer in en beschenen de gezichten van de gretig toekijkende mensen. Een intens gevoel van vreugde golfde door de man en tranen van geluk gleden over zijn wangen. Voor het eerst in zijn leven was hij getuige van de zonsop- gang, waarbij de zon rechtstreeks op hem scheen! Lang bleef het stil. Na een tijdje ebde het gevoel wat af en begonnen de mensen met elkaar over hun ervaring te praten. Tot zijn verbazing vernam de man dat ieder de zonne-ervaring anders had ervaren. Sinds die ochtend kwam de man regelmatig naar het huis toe om de directe zonsopgang mee te maken en al spoedig was hij daar kind aan huis. Tijdens de praatrondjes vroeg hij eens of er nog meer huizen waren die zo’n raam hadden. Hij kreeg als antwoord dat ieder huis aan zijn straat zo ’n raam en kamer had en vaak wel meer kamers. De man verbaasde zich, maar vroeg niet verder. Iedere keer weer ervoer hij het geluk als de zon opkwam en de stralen over zijn gezicht gleden. Dat geluk duurde tot de man van wie het huis was ziek werd en stierf. Het huis werd gesloten en verkocht. De zonne-opgang ochten- den waren voorbij. De man was diep teleurgesteld en vroeg bij zijn vrienden of er nog meer huizen waren met een helder raam aan de achterkant, maar die wisten het niet. Toen herin- nerde de man zich het antwoord wat hij toen had gekregen. Zou hij misschien ook zo’n kamer hebben? De gedachte liet hem niet los en hij sprak er tenslotte met zijn vriend over. Die zei dat ze wel eens konden kijken. Ze gingen naar binnen en de vriend vroeg, naar een deur wijzend: “Wat is dat voor ka- mer?” De man antwoordde: “Dat is de kamer van mijn jeugd; daar heb ik al mijn herinneringen in opgeslagen!”. En bij de volgende deuren: “Dat is mijn mislukte huwelijk en dat mijn eerste werkjaren, en dat mijn buitenlandse reis en die gaat over mijn kinderen… Je ziet dat er geen kamer over is!” De vriend knikte en zweeg even. Toen zei hij: “Je zou kunnen proberen er een te openen en op te ruimen en leeg te maken!” De man keek hem ontzet aan. “Waar moet ik dan mijn herinneringen en ervaringen laten? En wie weet wat ik daar allemaal heb op- geborgen!” Zijn vriend keek hem aan en zei: “Ik wil je wel helpen. Als je echt een lege kamer met een helder raam wilt om de zonsopgang te zien, zul je er een moeten maken!” De man zweeg en kon geen antwoord vinden. Het duurde een hele tijd voor de man de moed nam om zijn vriend te zeggen: “Ik ga een kamer openmaken en opruimen. Wil je me helpen?” Samen gingen ze naar binnen en de man zocht in zijn sleutel- kastje naar de sleutel die op de deur paste. Toen hij hem ge- vonden had ging hij naar de dichte deur. Hij bleef even staan, haalde diep adem en stak de sleutel in het slot. De deur ging open en onthulde een donkere kamer, die vol stond met spul- len en oude stoffige herinneringen en ervaringen. De man bleef aarzelend op de drempel staan. Toen nam zijn vriend hem bij de elleboog en zei: “Kom, we gaan aan de slag, ik ben bij je en help je.” Samen begonnen ze de kamer op te ruimen. Sommige za- ken gingen vlug, met andere had de man heel veel moeite en kon ze moeilijk verplaatsen. Bij heel emotionele momenten bleef de vriend bij de man en hielp hem de dingen helderder te krijgen. Het duurde heel lang maar tenslotte was de kamer na- genoeg leeg en klaar. De man maakte tenslotte het raam schoon en toen dat helder was, zag de man tot zijn verbazing dat hij hetzelfde uitzicht had op de tuinen en de bosrand. Hij kon haast niet wachten tot de volgende ochtend en was blij en gelukkig dat hij de moed en de moeite had genomen om de ka- mer te ontsluiten en op te ruimen. Samen met zijn vriend zat hij de volgende ochtend in de kamer te wachten tot de zon op- ging. En toen de eerste zonnestralen over zijn gezicht gleden, huilde hij van geluk. Een nog diepere vreugde nam bezit van hem; dieper omdat hij er nu zo veel moeite voor had gedaan en het hem gelukt was. Iedere ochtend daarop beleefde hij weer de prachtige zonsopgang. Zijn vrienden kwamen nu bij hem en er kwamen ook vrienden van vrienden bij en al spoedig raakte de lege kamer vol. De man wilde niemand buiten laten, maar de kamer werd daardoor steeds voller. Toen zei de vriend tegen hem: “Misschien kunnen we de volgende kamer opruimen om nog meer ruimte te hebben.” De man keek hem verbijsterd aan en zei: “Maar dan hou ik zelf steeds minder 4 Reflectie 11(1), voorjaar 2014
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=