13(2)16

Reflectie jaargang 13nummer 2, zomer 2016 21 dat wanneer je over kwetsbaarheid gaat spreken, de hele samenleving daar weinigmee kan. Alles is berekend op camouflage van kwetsbaarheid. Dus besef goed dat als je hierover gaat praten, je in het gebied van de mening terecht komt en je kunt er donder op zeggen dat je daar problemenmee krijgt. In de spirituele scene wordt veel gepraat en geschreven, maar mensen blijven daar vaak in het gebied van de me- ning hangen. Wanneer je kwetsbaarheid serieus neemt, en spreekt vanuit je ervaring, spreek je in feite over het gebied buiten die mening. Je moet dus heel goed begrijpen wat er eigenlijk wordt gezegd. Het gaat niet over de mening, ook niet over de ervaring, maar over het gebied dat beschik- baar is en die je als kwetsbaarheid kunt duiden, overgave, maar dat is niet zo simpel uit te leggen hoor... Je moet heel goed weten wat je zegt, want voor je het weet, kom je in een spirituele brij van woorden terecht. Het is goed te beseffen dat het woord een verwijzing is naar iets. Veel op spiritueel gebied is slechts gebleven bij het bordje Amsterdam, veel mensen verlaten zich op dat bord, terwijl het alleenmaar een verwijzing is naar Amsterdam. Het woord is dus een verwijzing naar... Wanneer je dat niet wilt zien, dan blijft het bij wollig gepraat over spiritualiteit, maar het raakt niet de kern.’ Die doodvermoeiende hang naar geluk In zijn boek Ik weet niet wie ik ben zegt Jan den Oever over kwetsbaarheid dat het eromgaat of jouw hart liefdevol genoeg is om te zien dat het ‘ik’ als individu een schijn­ gestalte is: ‘Inzien dat je in werkelijkheid oneindig veel­ omvattender bent dan wat die schijngestalte suggereert? Als dit zien jouw passie wordt, is er eigenlijk niets meer nodig dan te doen wat je in het leven te doen staat, te leven zoals het zich aandient. Enthousiasme, verwondering, vertedering, verdriet, vreugde, gemis, angst, verwarring, ziekte, kwetsbaarheid, dat zijn de wezenlijke ingrediënten van het bestaan. Die onophoudelijke en doodvermoeiende hang naar geluk, die je wijsmaakt dat je aan die ingrediënten kunt ontsnap- pen, frustreert je leven juist. Hoe moet je de persoon die je denkt te zijn, maar waar je geen naam aan kunt verbinden, gelukkigmaken? Natuurlijk, er zijn gelukkige ogenblik- ken die in jou verschijnen, maar als het kind dat naar je lacht, verandert in een kind dat sterft, verschijnt er diep verdriet in je. Dat is het leven. De totale kwetsbaarheid die buiten elke interpretatie om volkomen zichzelf is dient zich elk ogenblik aan. We zijn het gemanifesteerde, maar ook het ongemanifesteerde. We nemen alleen het gemani- festeerde waar, en daaromdenken we dat dat het enige is dat er is. Maar in onze kwetsbaarheid wordt iets anders zichtbaar zonder dat het te zien is: het ongemanifesteerde, het onnoembare. Als er in de spirituele zoektocht gesuggereerd wordt dat het ontsnappen aan die kwetsbaarheidmogelijk is, noem ik dat boerenbedrog. Dat soort uitspraken staat slechts in dienst van het bevestigen en bestendigen van de bestaan- de hiërarchie, van de ongelijkheid tussen de ‘verlichte’ en de ‘niet-verlichte’. In het besef van het ontbreken van elke hiërarchie zeg ik iets anders: ga met me mee en laat de zee en de wolken spreken, of de bomen in het bos .’ Non-dualiteit is een abstractie Aat: Je hebt ook zo je bedenkingen over het begrip non- dualiteit, hé? Jan: ‘Non-dualiteit is een abstractie, zoals de stilte een abstractie is. Ik begrijp wat ze met dat begrip bedoelen, namelijk dat de ik als buitenstaander niet beleefd wordt. Dan is die dualiteit weg. Maar dat hele verhaal van het doorzien van die ik die erbuiten staat, speelt zich af in dualiteit. Er staat niets buiten de dualiteit. Non-dualiteit bestaat niet omdat de ervaring zelf dualiteit is, anders kun je niet ervaren. De ervaring is een ervaring van tegengesteldheden. Wat je ervaart is altijd dualiteit. Jan van den Oever groeide op in een kerkelijk vissersgezin en raakte al jong geïnteresseerd in diepe levensvragen. Later bezocht hij in India in de jaren zeventig Krishna- murti en Osho en begin jaren tachtig ook Nisargadatta Maharaj, de leraar uit Bombay. Die heeft hemuiteindelijk het meest geïnspireerd en bij wie hij ook een tijd verbleef en die uiteindelijk zijn leermeester werd. Toen deze Jan uitnodigde om te gaan spreken, wist hij dat hij dit alleen op zijn eigenmanier en vanuit zijn eigen wijsheid kon doen. Die wijsheid is eenvoudig, en geba- seerd op de volkomen gelijkwaardigheid die hij ervaart als het gaat omhemzelf en ‘de ander’. ‘ Want als ik niet weet wie er spreekt, en jij weet niet wie er luistert, dan wordt onze volkomen gelijkwaardigheid voelbaar. Dan zijn we Eén .’ Zijn vrouw stimuleerde hem later om te gaan spreken over wat puur zijn betekent, en over totale kwetsbaarheid als hoogste vrijheid. Aanvankelijk hield hij bijeenkomsten in kleine kring en later in heel Nederland. Sinds enige tijd houdt hij bijeenkomsten op een vaste locatie in Leiden. Ze gaan over onderwerpen als: terug naar de eenvoud van het bestaan; totale kwetsbaarheid als overgave; de niet bestaande vrije wil. Hij benadrukt onder meer, ‘dat elke hiërarchie, elke vorm van ongelijkwaardigheid tussen mensen een volslagen illusie is’ en ‘dat we allemaal het licht der wereld zijn, dat elke identiteit overstijgt’. Van Jan van den Oever verschenen twee boeken: Ik weet niet wie ik ben , in (2012) en Oeverloos (2015). Daarnaast schreef hij een bijdrage in: Alles over niets – Een vingerwij- zing naar bevrijding (2013), een boekmet DVD’s. Meer lezen is mogelijk op de website van Jan van den Oever: www.janvandenoever.com. Over Jan van den Oever

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=