13(2)16

Reflectie jaargang 13nummer 2, zomer 2016 20 die je overal ter wereld kunt zien. Dus in die kwetsbaarheid zit een enorme bloeikracht. En die klaproos denkt niet: ja hallo, ik sta hier wel op het talud, maar straks komt de trein en dan ben ik in één klap weg . Eenmens zou ervoor passen om daar een dag of minder te staan bloeien en er dan opeens niet meer te zijn. Klaproosje wel. Die wil maar één ding: tot bloei komen. Mooi hé? De les van de klaproos. Voel je ook maar als een klaproos.’ Aat: Doe ik. Ik denk in dit verband ook aan die oude psalm waarop Brahms ook een prachtig werk componeerde: het gaat omdie bloemdie in het veld trots staat te bloeien, maar dan komt de wind, en de bloem is er niet meer en niemand weet nog dat die er ooit stond. Maar in het voor- jaar staat hij er weer. Jan: ‘Juist. En, die bloem, jongen, heeft iets ervaren, heeft de wind, de regen en de stormgevoeld. Je kunt doodgaan, in beton gegoten en nooit wat meemaken. De bloem en de klaproos gaan ervoor. Gaan voor het volle levenmet alles wat zich aan kan dienen. Iemand zei eens tegenme dat het ons geboorterecht is omgelukkig te zijn. Hoezo geboorte- recht ? Het is pure luxe!’ Aat: En dan mindfulness doen of wat dan ook, omgelukki- ger te leven. Jan: ‘Pfff, daar gaan weer! Dat verdomde gelukkig willen worden. Kijk, die klaproos kent slechts één kracht: dekblad eraf en tot bloei komen. Eenmooi voorbeeld van de kracht van zachtheid.’ Aat: Hoe wordt in spirituele zin die kracht zichtbaar? Jan: ‘Inmeditatie, wanneer het gebied van demening verla- ten wordt, waardoor de mildheid van de stilte te voorschijn kan komen. En het ouder worden biedt de mogelijkheid ombij die stilte enmildheid te komen. En wij zijn beiden al wat ouder geworden, hé. Hahaha! Het is ook een biologische kracht die laat zien dat mildheid en zachtheid een zekere schoonheid maar ook een bepaal- de kracht in zich heeft. Diemeditatieve kant naar de kwets- baarheid brengt je bij de ik-ben-heid en dat is onschuld. Vóór goed en kwaad zijn we, dus niet in zonden geboren. Kerken leren ons dat, maar in de Bijbel staat ook dat we ons geen beeldenmoetenmaken. Het gaat om in-keren en niet blijven hangen bij een bepaald beeld of opgelegde overtui- ging. Gaan dus naar het gebied van de kwetsbaarheid, naar niemandsland.’ De kwetsbare schoonheid Aat: En die kracht waarvan je spreekt betekent dat je ook geenmatje met welkom erop hoeft te zijn waar iedereen zijn voeten op veegt; je hoeft dus geen watje te zijn. Jan: ‘Precies, dat soort zachtheid is meer onbenul en ik heb dan ook niets met martelaarschap en kwetsbaar zijn als een schoothondje. Ik doel op die zachtheid die van binnen- uit komt, de innerlijke overgave. In Uw hand beveel ikmijn geest... Dat is geen zwakte, maar pure liefde...’ Aat: En bij het ouder worden denk ik ook vaak: ach... Jan: ‘Juist. Je relativeert wat meer, wordt milder en tegelijk manifesteert zich de schoonheid van verwondering. Als iemand aanmij zou vragen wat realisatie is, zou ik zeggen: verwondering, en dat is alleen het gebied van de zachtheid maar ook van de kwetsbaarheid. En kwetsbaarheid verliest het altijd van geweld. Je hebt vijftien jaar nodig om eenmooie struik te kweken, maar als die in bloei staat is er weinig tijd voor nodig die om te hakken. Je kunt een prachtig schilderij van Rembrandt dat er al jaren hangt, in enkele seconden naar de gallemiezen helpen. Schoonheid is altijd kwetsbaar, maar tochmoet je de moed hebben om vanuit die kwetsbaarheid te leven. Geen zacht eitje, want dan wordt er op je ingehakt.’ Aat: Wat zeg je over ego en kwetsbaarheid? Jan: ‘Ego is de verhulling van kwetsbaarheid. Er is niet zoiets als een ego. Vóór Freud had nooit iemand het over ego. Dat begrip is er pas honderd jaar en is een eigen leven gaan leiden alsof er inderdaad zoiets is. Alsof er een soort Alien [iets buitenaards – red.] in ons is. Je ziet die verhulling van kwetsbaarheid om je heen. De grootste ego’s zijn ook heel bange mensen. Kennelijk moet er iets verhuld worden en dat is wat je om je heen ziet. Op TV en in de politiek. Mensen leven tot hun dood in die verhulling. Vreemd toch? In die oude Bijbel lees je ook het verhaal van de val van de mens die kenner dacht te zijn van goed en kwaad, wat erop neerkwamdat hij zich de doener waande; hij splitste zich in de doener en het gedane. Eigenlijk staat er dat die doe- ner tussen jou en je leven in staat en je verantwoordelijk maakt voor je bestaan. En probeert je ook nog eens geluk- kig te maken. En als je bij jezelf kan zien dat je nog nooit een innerlijk te pakken kon krijgen... maakt dat je nederig en brengt je tot overgave. Wat wij innerlijk noemen is niets anders dan het beschik- bare bewustzijn en dat is pure onschuld.’ Aat: Als het gaat om kwetsbaarheid, dat zie je bijvoorbeeld bij mensenmet een bijna-doodervaring, die na die ervaring vaak heel kwetsbaar in het leven staan, al was het alleen al doordat die vaak niet serieus genomen wordt. Maar ook innerlijk zijn ze kwetsbaar doordat hun hele leven op z’n kop staat, ook hun overtuigingen. Jan: ‘Het gaat eromdat die kwetsbaarheid niet wordt gezien vanuit de mening. Men is door die ervaring uit het gebied van de mening geraakt en daar ben je machteloos; kwetsbaar, de doener is weg. Alleen het zien blijft... Als je daarover gaat praten, kom je in het gebied van de mening, van het woord; je kunt het alleenmaar vertalen in kwetsbaarheid. Voor kwetsbaarheid kun je ook het woord overgave gebruiken, maar we gebruiken liever het woord kwetsbaarheid ; dat raakt dieper. Alleenmoet je goed weten

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=