13(2)16

Reflectie jaargang 13nummer 2, zomer 2016 9 ziel is, waar er leven is. Maar in de dieren is de ziel alleen maar leven zonder Bewustzijn. Want Bewustzijn schenkt haar weldaden alleenmaar aan zielen vanmensen: het bewerkt, dat zij goed doen. In de dieren laat zij het instinct van elk beest afzonderlijk de vrije loop. Maar zij gaat in tegen de instincten die in de mensen tot uiting komen. Dat komt zo: zodra de ziel in een lichaam komt, wordt zij ver- minkt door pijn en lust. Dat zijn als het ware de natuurlijke sappen van het lichaam, pijn en lust, die gaan koken als de ziel zichmet het lichaam verbindt. In die gloeiende hartstochten wordt de ziel ondergedompeld en verdrinkt zij. Alle zielen nu die beheerst worden door het Bewustzijn, toont zij haar licht, en ze verzet zich tegen de obsessies (van de ziel). Zoals een goede arts het lichaamdat door ziekte wordt geobse- deerd, pijnmoet doen als hij een zieke plek wegbrandt of weg- snijdt, zo doet ook het Bewustzijn de ziel pijn als zij de lust uit de ziel verwijdert, de lust die de oorzaak is van iedere zielsziekte. De ergste ziekte van de ziel is de goddeloosheid. Daarna komt de eigenwaan. Met die twee zijn alle andere kwalen verbonden en niets goeds. Het Bewustzijn verzet zich dan tegen de ziel en bewerkt het goede in de ziel, net zoals een dokter het lichaam gezondmaakt. [CH 12.2-3] Als het verstand niet in dienst staat van het Bewustzijn wordt het redeloos. Zielen vanmensen die het Bewustzijn niet als stuurman ontvingen, (hebben) hetzelfde lot als de zielen van dieren. Het Bewustzijn laat hen betijen en geeft hen over aan de irrationele begeerten, waartoe zij zich latenmeeslepen door een onweer- staanbare drang. Als dieren razen zij en begeren zij redeloos zonder ophouden, zij krijgenmaar niet genoeg van het boze. De mens is ooit met het Al-bewustzijn verlicht maar dat kwijtgeraakt op de lange, lange weg door de manifestaties van ziel en stof. In de huidige evolutiefase – en daar bedoel ikmee de evolutiefase vanmiljoenen jaren die deel uit- maakt van een keten van evoluties; niet alleen bij illustere esoterici uit ons verleden als Blavatsky en Steiner is dat te lezen, maar ook in de bevindingen van huidige onderzoe- kers naar de natuur van de mens en kosmos zoals Rupert Sheldrake – in deze evolutiefase dus is er sprake van een groeiend stoffelijk bewustzijn en een afnemend geestelijk bewustzijn. Dat lijkt negatief maar is dat geenszins. In de tijd dat ‘de mensen nogmet de goden wandelden’ was het bewustzijn van de mens collectief. Het was ook een beperkt bewust- zijn, omdat het geestelijk bewustzijn als het ware het enige voorhanden was. In deze paradijselijke toestand had de mens nog in zich het intrinsieke weten van goed en kwaad. Had hij immers niet gegeten van de boom van gnosis? Het ge-weten was nog een zuiver weten. Maar als het bij deze paradijselijke toestand gebleven zou zijn zou er nooit sprake zijn van groei, van een uitbreiding van het bewustzijn. In de paradijselijke toestand zweefde de mens als het ware over de Aarde. Van die Aarde hoefde hij in eerste instantie niets te weten, want wat nodig was dat hij wist, lag opgeslagen in zijn intuïtie. Langzamerhand echter raakte de mens meer betrokken bij de Aarde en haar materie. Hij ging zich allengs meer bewust worden van deze materie. Hij ging er als het ware mee ‘spelen’. Dieren werden gedomesticeerd, landbouwwerktuigen werden ontwikkeld, etcetera. Heel langzaamaan groeide er een zelfstandig denkvermogen. Het begin van de indivi- dualiteit van de mens. Dat alles ging wel gepaardmet een steeds grotere versluiering van het geestelijk bewustzijn. Het innerlijke intrinsieke weten van goed en kwaad ver- vaagde en de moraliteit kwam in gevaar. Opdat omslagpunt inde geschiedenis zienwede archetypen van de goddelijke wetten die bij de mens gedeponeerd worden. Bekend is het verhaal vanMozes. Maar ook in de Babylonische cultuur bijvoorbeeld is daarvoor een nauwe parallel te vinden. Een zuil uit achttien eeuwen voor Christus laat een groot aantal Babylonische wetten zien, nauwkeurig ingegrift. Daarboven is een afbeelding zicht- baar van de Babylonische vorst Hamurabi die de wetten ontvangt van de godMarduk. Als het innerlijke weten vervaagt, zijn er uiterlijke wetten nodig omde mensheid in een zeker gareel te houden en daarmee de mogelijkheden tot ontplooiing open te houden. Oude wijzen uit Oost en West riepen door de eeuwen heen de mens op tot bewust- making van het innerlijke weten, waardoor de uiterlijke wetten hun noodzaak gaan verliezen. De sprong in het licht van de toekomst De versluiering van het geestelijk bewustzijn zette zich aanvankelijk onverminderd door. De mens raakte als het ware steeds verder `van God los’. De materie wordt de nieuwe god. Maar op het dieptepunt van de materie, de stof die door de wetenschap tot in iedere milifractie ontleed is, wordt een jakobsladder naar boven zichtbaar. Voor het eerst sinds eeuwen zien we de beperking van de huidige manier van wetenschap en het omgaanmet onze omge- ving aan het licht komen. Daardoor kan er meer licht invloeien. ‘ There is a crack in everything, that’s how the light gets in ’ zong de Canadese bard Leonard Cohen voordat hij kok werd in een boeddhistisch klooster. In dat licht voelen we de verbondenheidmet onszelf, met de aarde, met de kosmos, met Geest. Dat is het eigenlijke Zelf-bewustzijn dat de uitstraling is van het Al-bewustzijn. Het Al-bewustzijn transformeert zichmeer enmeer van een collectieve beleving naar een individueel zuiver we- ten. Zo is er sprake van een bewustzijnssprong in het Licht. Wie het vatten kan, die vatte het ... n Over de auteur Jacob Slavenburg (1943) vertelt over zich- zelf: ik ben geboren in Gorinchemen al vroeg gaanwerken in het bedrijfsleven en heb op latere leeftijdmijn studie weer opgenomen. In 1986 behaalde ikmijn doctoraal in de cultuurgeschiedenis. Tijdensmijn studie godsdienstgeschiedenis kwam ik in aanrakingmet de spectaculaire vondst bij Nag Hammadi uit 1945 die eind zeventiger jaren bekend werd door een eerste integrale verta- ling in het Engels. Ik studeerde af in de ‘ Gnostica ’ (zoals mijn bul het letterlijk aangeeft) bij professor Roelof van den Broek, de opvolger van de legendarische professor Gilles Quispel. Ik zette mijn baan in het bedrijfsleven om in een agentschap om tijd en gelegenheid te hebbenme verder te verdiepen in de gnosis. Zelf niet kerkelijk grootgebracht beroerde de gnosis de vezels vanmijn ziel. Vooral de visie op de man uit Nazareth, die mij altijd heeft geïntrigeerd, sprakmij aan. Vanaf mijn vroegste jeugd heb ik een weten gehad dat de geschiedenis zich anders heeft voorgedaan dan wat ik er op school over leerde en wat ik in kerkelijke milieus daarover vernam. Ik begon over de gnosis te schrijven. In 1989 verscheenmijn eerste boek De geheime woorden , over de geschiedenis van de gnosis. Het boek kende vijf drukken, iets waar ik toen zelfs niet van kon dromen. Na dit debuut volgde in rap tempo een aantal andere boeken, studies, artikelen en interviews. Meer informatie op www.jacobslavenburg.nl, er is een aparte pagina van alle verschenen boeken.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=