13(2)16
Reflectie jaargang 13nummer 2, zomer 2016 8 Al-bewustzijn. Daaromkon hij informatie ontvangen die niet gebonden is aan tijd, ruimte enmaterie. Indrukwek- kend wordt dat beschreven in het eerste traktaat van het Corpus Hermeticum, Poimandres genaamd. Poimandres staat voor Geest. Letterlijk: gnosis van God . Deze openbaart aan Hermes de kennis over het totale Zijn. Laten we even ‘meeluisteren’. Toen ik eens mediteerde over het Zijn, steeg mijn bewustzijn tot grote hoogte, terwijl mijn lichamelijke zintuigen vrijwel uitge- schakeld werden, zoals bij mensen die door slaap overmand zijn na een overvloedig maal of zware lichamelijke inspanning. In die toestand kwamhet mij voor, dat iemand van buitenge- wone grootte, van niet te bepalen afmeting, mijn naam riep en tot mij zei: ‘Wat wil je horen en zien en wat ben je van zins te leren kennen?’ Ik zei: ‘Wie bent u dan?’ ‘Ik ben’, zei hij, ‘Poimandres, het Bewustzijn van de volstrekte vrijmacht. Ik weet wat je wilt en ik ben overal met je.’ Ik zei: ‘Ik wil het Zijn leren kennen, zijn natuur begrijpen en God kennen. Wat wil ik dat graag horen’, zei ik. Hij zei daarop tot mij: ‘Onthoud goed wat je wilt vernemen, ik zal het je leren.’ Bij die woorden veranderde hij van gedaante, en terstond werd mij alles in een oogwenk geopenbaard en ik zag een onbegrensd schouwspel: alles was licht geworden, sereen en vriendelijk, en bij die aanblik werd ik van verlangen ernaar vervuld. Kort daarop ontstond in een deel ervan duisternis, die zich neerwaarts bewoog. Zij was beangstigend en somber, met kronkelende windingen, zodat ik aan ‘een slang’ moest denken. Daarop veranderde die duisternis in een vochtige substantie, die onbeschrijflijk woelig was en rook afgaf als een vuur en een onuitsprekelijk klagend geluid voortbracht. Daarop steeg er een ongearticuleerd geloei uit op, zodat ik aan het geluid van vuur moest denken.’ Uit het licht daalde echter een heiligWoord af op de substantie en zuiver vuur sprong uit de vochtige substantie op naar boven; het was licht in gewicht en fel, en actief tegelijk. En daar de lucht (eveneens) licht in gewicht was, volgde deze de (vuur)vlaag: zij steeg vanuit de aarde en het water op tot het vuur, zodat zij daaraan opgehangen scheen. Aarde en water bleven echter in vermengde toestand waar zij waren, zodat ‘de aarde’ niet van het water te onderscheiden was. Maar zij waren in beweging, omdat de bries van het Woord daar hoorbaar overheen ging. Poimandres nu zei tot mij: ‘Heb je ook begrepen wat dit schouw- spel wil zeggen?’ En ik zei: ‘Dat zal ik nu te weten komen.’ ‘Dat licht’, zei hij, ‘ben ik, Bewustzijn, jouwGod, die er was voor de vochtige substantie die uit de duisternis tevoorschijn kwam. De stralende Logos, die uit Bewustzijn voortkwam, is de Zoon van God.’ ‘Hoe moet ik me dat dan voorstellen?’, zei ik. ‘Je moet dat zo opvatten: wat in jou ziet en hoort, is de Logos die van God uitvloeit, maar je bewustzijn is God zelf. Zij zijn im- mers niet van elkaar gescheiden, want hun eenheid is het leven.’ De openbaring van Hermes Hermes is aan het mediteren en als zijn bewustzijn over- vloeit in het bewustzijn van het Al worden hemonuitspre- kelijke geheimen toevertrouwd. Hij ziet een oneindig Licht en hij wordt er als het ware in opgetrokken. Vanuit die eenheidservaring ziet de materiële wereld er heel anders uit. Hermes probeert dat uit te leggen aan zijn zoon: ‘Wat moet ik zeggen, jongen? Ik kan niets zeggen. Alleen dit: toen ik iets zag inmijzelven, ongeschapen oerlicht, dat mij opging door Gods erbarming, ben ik bovenmijzelf uitgestegen, en heb ik een onsterfelijk lichaam gekregen; en ik ben niet meer wat ik vroeger was, maar ik ben wedergeboren in het geestelijk Bewustzijn. Dat kun je niet met het blote verstand leren, en je kunt het niet zienmet het stoffelijke lichaam. Daarom geef ik niets meer ommijn vroegere gestalte in ruimte en tijd. Ik heb geen kleur meer en voel niet meer op de tast, ik heb geen dimen- sie meer. Dat alles is mij vreemd. Je kijkt nu wel naar me, jongen, met je ogen, maar wat ik werkelijk ben, bevroed je niet, omdat je met je lichaam staart en je gezicht. Met die ogen word ik niet aanschouwd inmijn werkelijke staat, jongen.’ Als zijn zoon in zijn ontwikkeling zo gerijpt is dat hij iets van de belevingswereld van zijn vader Hermes gaat be grijpen wordt hij door hem in een geestvervoeringmee genomen. In die extatische ervaring aanschouwt hij wonderbare zaken: ‘Ik zie, ja, ik zie onuitsprekelijke diepten.’ Hermes, die verenigd is met het totale Bewustzijn, ant- woordt in volstrekte rust: ‘Hoe zal ik je vertellen over het Al? Ik ben bewustzijn.’ Die ervaring wordt nu ook de zoon, al is het tijdelijk, deel- achtig. Hij stamelt als het ware: Ik zie een Bewustzijn dat de ziel doet bewegen. Ik zie dat wat mij beweegt door een heilige extase. U geeft mij kracht! Ik zie mijZelf! Ik heb de oorsprong gevonden van de macht, die boven alle machten is, en die zelf geen oorsprong heeft. Ik zie een bron die borrelt van leven. Ik ben in de hemel, in de aarde, in het water, in de lucht. Ik ben in de dieren, in de planten, in de moederschoot, voor de schoot, na de schoot, alomtegenwoordig. Die totaliteitservaring vinden we ook in veelvuldig in de mystieke literatuur. Het Bewustzijn is voor ieder mens een te realiseren vervol- making van zijnmens-zijn. Het is de sprong in het Licht. Het is het binnentreden in het Koninkrijk. Daarvoor moet je alles eerst los kunnen laten, herboren worden: •(Jezus zei:) Wie zich aan zijn leven vastklampt, verliest het; maar wie zijn leven prijsgeeft in deze wereld, zal het behouden voor het eeuwige leven. •(Jezus zei:) Als je niet herboren wordt, zal je het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan. •Jezus zei: Gelukzalig zijn jullie eenlingen en uitverkorenen; want jullie zullen het Koninkrijk vinden; omdat jullie daar vandaan komen, zullen jullie daar ook weer terugkeren. Het gevecht van verstand met Bewustzijn De ‘verstandigen’, die bewustzijn alleen kunnen zien als een klinisch gegeven, verstandigen die door hun denken het gevoel niet toelaten en zichzelf daardoor ook de erva- ring ontzeggen, die zullen ‘geen acht slaan’ op die innerlij ke roep. Voor wie het horen wil, die hore, zegt Jezus als hij over deze toestand spreekt. Hermes zegt dat Bewustzijn ‘weldaden schenkt’ die beleef- baar, ervaarbaar zijn. Bij de dieren is dat niet het geval. Ook zij hebben bewustzijn, maar dat is nog niet individu- eel ontwikkeld. Het is een (heel sterk) groepsbewustzijn. Zoals dieren ook leven vanuit een groepsziel en (nog) niet dezelfde mogelijkheid hebben als mensen omdie te indivi- dualiseren. Want waar er ziel is, daar is ook Bewustzijn, zoals er ook
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=