14(1)17

zijn een karavaan van hoop en vrede, kom. Al zwoer je duizend eden die je telkens brak, kom, blijf komen, kom. Dolende, oot­ moedige, onthechte vreemdeling, kom. ’ Het is een wonderlijke, mystieke tekst die me nog steeds inspireert. Voor ieder die je ontmoet kun je immers je hart openen en het Leven herkennen dat alles bezielt. ▪ Reflectie jaargang 14nummer 1, voorjaar 2017 10 nen afdwingen, lijkt er voor individuele personen niet veel ruimte over. Maar de vrijheid omop deze manier gastvrij te zijn op het moment dat we een ‘vreemdeling’ ontmoe- ten, hebben we nog. Hiermee kan ook eenieder beginnen en zal dat – als we het gezamenlijk doen – als een krachti­ ge, positieve impuls ervaren worden in onze maatschappij. Zelf had ikmet dit principe goede ervaringen in de jaren ’60 van de vorige eeuw toen ik vanwege mijn pastorale werk contact hadmet Turkse gastarbeiders. We konden elkaar als medemensen enmedeburgers zien, ook als Gods kinderen die dezelfde behoeften deelden, maar leefden vanuit verschillende culturele en religieuze opvattingen. Daar konden we af en toe over praten, maar het belangrijk- ste was elkaar als medemens enmedeburger te zien en ruimte te laten voor onze verschillende overtuigingen. Momenteel heb ik daar weer profijt van inmijn contacten met moslims en islamitische vluchtelingen. Eén herinnering vooral is me uit die tijd bijgebleven. Op een avond toen we in een groepje bij elkaar waren gaf één van de Turkse arbeiders me een gedicht van ‘hun’ dichter Djelal al-Din Rumi.6 Het heette het ‘Lied van de karavaan’ en begint met de tekst: ‘ Welkom, welkom, wie je ook bent. Wij Noten 1 WilliamQuan Judge: Oceaan van theosofie . Theosophical University Press Agency, Den Haag, 2013. 2 AntonWessels: ‘t Is een vreemdeling zeker – gastvriendschap tussen joden, christenen enmoslims . Kok, Utrecht, 2015; p. 80–81. 3 Idem, p. 75–77. 4 Juliette vanDeursen e.a.: Abraham/Ibrahim–De spiritualiteit van gastvrijheid . Mastix Press, 2015 5 De bijeenkomst vond plaats op 14 december 2015 in De Nieuwe Poort (www.denieuwepoort.org ), een huis voor ontmoeting en inspiratie dat gevestigd is in het zakencentrumDe Zuidas te Amsterdam. 6 Djelal al-Din Rumi (1207–1273) was een Perzische dichter die begraven is in het Turkse Konya. Erba rm e Dich In de tunnel van ons leven klinkt het soms, die roep: Erbarme dich, Mein Gott . Herkenbaar hé? Dit ‘ Erbarme dich ’ is één van de mooiste enmeest ontroe- rendste delen uit de Matthäus Passion , die rond de Paasda- gen (en ook) op Goede Vrijdag op vele plaatsen groot- scheeps wordt uitgevoerd. Petrus smeekt omGods ontferming nadat de haan drie keer heeft gekraaid. De Bijbeltekst, de aria en het koraal horen bij elkaar. Petrus wordt, net als jij en ik, geconfronteerdmet wie hij werkelijk is, in zijn geval eenmanmet grote woorden, maar ook een laf mannetje, dat ook weer ziet dat alleen God hem troost kan bieden door hemmet zijn liefde te omarmen. In zijnmooie boek ‘ Bachs grote Passie ’ 1 heeft Ad de Keyzer deze koraalstrofe vertaald: ‘ Ik verloochen niet de schuld; maar jouw gunnende liefde is veel groter danmijn tekort dat ik voortdurende bij mijzelf vind. ’ Heel mooi, en zo herkenbaar... zo universeel. Erbarme dich. De kreet van de soms wanhopige mens die moeite heeft met zijn doen en laten en daar ook niets van snapt. Het goede willen doenmaar er soms toch een puinhoop vanmaken. Erbarme dich . Je ziel kwijtgeraakt De Zwitserse psycholoog Carl Jung had daar ook weet van, was eerlijk naar zichzelf en was zich bewust van zijn donkere kant. Eenman die op zijn veertigste naar eigen zeggen ‘eer, macht, rijkdom, kennis en elkmenselijk geluk verworven had’, maar op de een of andere manier tegelij- kertijd zijn ziel was kwijtgeraakt. ‘ Meine Seele, meine Seele, wo bist du? ’ oftewel: ‘ Mijn ziel, mijn ziel, waar ben je? ’ schrijft hij in de Zwarte Boek-reeks die voorafging en verder werd uitgewerkt in het Rode Boek. Dat gevoel heb ik ook wel eens, dat ikmijn ziel kwijt ben, ofwel dat ik er even geen contact mee heb. Alsof hij even verdrongen is door mijn schaduw. Het is goed daar niet voor op de loop te gaan en het een plek te geven. Jung confronteerde zichzelf met datgene wat hij het minst onder ogen wilde zien, gesymboliseerd door woestijn, hel, moord en nogmeer tot ‘ niet menselijks me nog vreemd is .’ Tegengestelden, zo beseft hij, zijn broers: ‘ Het andere zit ook in je .’ Ik benmij wel bewust dus vanmijn schaduw en donkere kanten, maar geen haat, wrok en boosheid. Wel altijd een intentie ommensen blij te maken, te verrassen, hoewel ook dat weer zo’n valkuil kan zijn. Wrok, boosheid en agressie hebbenmijn leven nooit beheerst, ook al ken ik natuurlijkmijn schaduwkanten. Ik liep eens in een bos en zag dat mijn schaduw steeds groter werd. Ik vroeg: ‘ Waarom ben je zo lang? ’ Het ant- woord: ‘ Om jou bewust te maken vanmijn aanwezigheid .’ Ik luister weer naar deze indringende aria en hoor Andreas Scholl zingen: Erbarme dich, Hebmedelijden, Mein Gott, mijn God, Ummeiner Zähren willen omwille vanmijn tranen. Schaue hier, Zie toch: Herz und Auge weint vor dir hart en ogen wenen Bitterlich bitter omU. ▪ Aat-Lambèrt de Kwant Noten 1 Ad de Keyzer: Bachs grote Passie , een spiritueel-liturgische benadering van de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach . Uitgeverij Adveniat/Halewijn, 2015.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=