14(1)17

Abraham onthaalt de engelen; ets van Rembrandt Harmensz. van Rijn uit 1656 (in de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam) Reflectie jaargang 14nummer 1, voorjaar 2017 9 onverwachte rampen werden verzacht door de gewoonte van gastvrijheid. Je kon altijd rekenen op een oprecht welkomdoor eenmedemens die je ontmoette. Van de andere kant was dit warme welkomook voor de gastheer eenmogelijkheid omde vreemdeling, die misschien een potentieel gevaar betekende, van dichtbij mee te maken en zijn eventuele verkeerde bedoelingenmet gastvrijheid te neutraliseren. Gastvrijheid betekende zo ook wederzijdse veiligheid. Maar gastvrijheid betekende nog iets bijzonders en ook dat was bekend in de hele antiekewereld: soms kwamen goden in de gedaanten van vreemdelingen langs om iemand te testen ennaar gelang de ontvangst te straffenof te zegenen. Dat zien we ook in de verhalencyclus van Abraham. Zijn neef Lot ontvangt dezelfde vreemdelingen als Abra- ham in zijn stad Sodom, maar de bewoners schenden de wet van gastvrijheid op een afzichtelijke manier en de vreemdelingen, die engelen blijken te zijn, verwoesten de stad (Gen. 19:1- 29). Abrahamwordt echter gezegend vanwege zijn ruimharti­ ge gastvrijheid. De vreemdelingen blijken twee engelen te zijn en één is El Sjaddai , de allerhoogste God die in die tijd bekend was. En deze God belooft Abrahamdat hij nog een zoon zal krijgen bij zijn vrouw Sara. Sara zelf gelooft het niet want zij is, zoals Abraham, op hoge leeftijd. Maar El Sjaddai zegt: ‘ Is ook maar iets voor mij onmogelijk? ’ Abrahamspreekt zijn vertrouwenuit in dewonderbaarlijke kracht van God en binnen een jaar wordt Isaak geboren. Dit moment wordt prachtig verbeeld in de prent van Rem- brandt, de grote schilder uit onze Gouden Eeuw toenmen hier uit alle windhoeken van de wereld vreemdelingen en vluchtelingen ontving en – vaak om economische redenen – hen ook gastvrij gedoogde. Rembrandt blijkt niet alleen het onderwerp heel menselijk te hebben uitgebeeld – de engelen zitten in een kleermakerszit zich te goed te doen, El Sjaddai geniet in het middenmet volle teugen, Abraham [ rechtsonder ] bedient hen en Sara [ linksboven ] staat in het donker te lachenomdat zij niet kan gelovenwat haar beloofd is. Maar ook in stijl heeft Rembrandt zich aangepast: onder- zoek heeft aangetoond dat Rembrandt, die vaak schilder- modellen vond in zijn ‘Amsterdamse jodenbuurt’, hier een islamitische Moghul-miniatuur als inspiratiebron heeft gebruikt.3 Spiritualiteit van de gastvrijheid De bijbelse verhalen over Abraham en Lot laten duidelijk zien hoeveel belangmen in de joodse wereld hechtte aan een gastvrije ontvangst van vreemdelingen. Dit thema komt voor in alle joodse bronteksten. Zo lezen we in Rech- ters 19 hoe in Gibea het gastrecht op een agressieve manier werd geschonden en hoe de toenmalige stamhoofden daarover bij elkaar kwamen om te spreken over deze ongehoorde wandaad en de stad Gibea te straffen. En in Deuteronomium 11:18 lezen we dat iedere jood de plicht heeft gastvrij te zijn omdat het een goddelijk werk is. Immers het is God zelf ‘ die de vreemdeling in bescherming neemt en hen van voedsel en kleding voorziet. ’ Zo staat het ook, met een nieuw argument, in Leviticus 19:33-34: ‘ Behandel vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelf vreemde­ lingen geweest in Egypte. Ik ben de Heer uwGod. ’ Het is een thema dat nu actueel is in de huidige situatie en de interreligieuze dialoog. Zo verscheen er onlangs een boek waaraan christenen, joden enmoslims hun bijdrage leverden en dat de intrigerende titel draagt: ‘ Abraham/ Ibrahim en de spiritualiteit van de gastvrijheid ’.4 Een goudmijn voor diegenen die graagmeer inzicht willen hebben in de vraag hoe de drie abrahamitische godsdien- sten hebben gedacht en gehandeld over het ‘omgaanmet vreemdelingen’. Het boek was ook uitgangspunt voor een druk bezochte interreligieuze bijeenkomst in De Nieuwe Poort.5 Vertegenwoordigers vanverschillende spirituelewijsheids- tradities lichtten het onderwerp toe. Vanuit christelijk gezichtspunt werd toen duidelijk gemaakt hoe het zorg- dragen voor vreemdelingen in de kern van Jezus’ bood- schap aanwezig is, hoe de kerkvaders dit hebben uitge- werkt en hoe in de christelijke traditie het ‘ herbergen van vreemdelingen ’ tot een uitgesproken ‘werk van barmhartig- heid’ verklaard werd. De Koran sluit hierbij aan en ook in de hele islamitische traditie wordt vaak opgeroepen tot gastvrijheid, in com- mentaren, parabels en filosofische werken. De islamiti- sche geleerde al-Tabari (839–923 v.Chr.) deed dat door talrijke verhalen over Abraham te verzamelen waarin gastvrijheid centraal staat, en ook de Perzische filosoof en soefi al-Ghazali (1058–1111 v.Chr.) besteedde er veel aan- dacht aan, juist vanuit zijnmystieke inzicht in de werke- lijkheid. En de joden? LeoMock die hun stem vertolkte in De Nieuwe Poort riep op tot ‘geestelijke ruimte voor andere overtuigingen.’ Op deze manier zouden vreemdelingen zich veilig kunnen voelen en zouden krachten gemobili- seerd kunnen worden die de polarisatie tussen groepen, en met name het groeiende antisemitisme en islamofobie in de maatschappij kunnen tegengaan. Persoonlijke aandacht Dit ‘ ruimte geven aan andere overtuigingen ’ lijkt ookmij de meest praktische start voor het ruimte geven aan de islam en islamitische vluchtelingen. Vanwege de gecompliceerd- heid van onze maatschappij waarin het machtige bedrijfs- leven, de politiek en de media beslissingen lijken te kun-

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=