14(1)17

Reflectie jaargang 14nummer 1, voorjaar 2017 23 Over de auteur Johan Pameijer (1930–2013) was in zijnwerk- zaam leven kunstredacteur van dagblad Tubantia . In 1982 werd hij priester bij de VKK; later werd hij eerstaanwezend priester van de kerkgemeente Raalte. Daarnaast schreef hij, sinds hij in 1990met de VUT ging, vele boeken op het gebied van levensbeschou- wing, esoterie en religie. De leer van de VKKmocht je van hem eigenlijk niet eens een leer noemen. De geloofsstroming is in zijn visie gebaseerd op de gnosis : ieder mens draagt een goddelijke vonk in zich die tot wasdomdient te komen. De VKK gaat, zo zegt hij, ervan uit dat het christendom, de islam, het boeddhisme, het jodendom en het hindoeïsme allemaal uitingen zijn van dezelfde gnostische oerreligie. De vijf inwijdingen in het christendom 1 [herpublicatie van een theosofisch artikel uit 1979] Wies Kuiper vertelt: ‘ Bij het opruimen van allerlei papierwerk stak er een wat rafelig stuk uit een stapel. Het was iets groter dan het normale A4-formaat en het was van een vrij grof, wat gelig papier. Bij nader inzien bleek het een oud nummer van De Zoeker (van november 1979) uitgegeven door de Theosofische Vereniging, afdeling Almelo, en volledig volgeschreven door Johan Pameijer. Johan was voorzitter van de Loge Almelo, maar ook priester in de VKK. Het tijdschrift bracht me weer helemaal terug in die tijd. Het blad bestond uit een paar gestencilde vel- len, aan de zijkant bij elkaar gehoudenmet twee nietjes. Een aantal letters waren een beetje volgelopen, en bij andere moest je ernaar gissen. Waarschijnlijk had ik het bewaard omdat er best goede stukken in stonden. Het geheel besloeg drie onderwerpen: 1 historie of mythe; 2 de betekenis van Jezus de Christus; 3 de vijf inwijdingen in het christendom. Mogelijk heeft hij dit later ook wel in één van zijn vele boeken verwerkt, maar ik vond het interessant genoeg om het over te tikken voor Reflectie .’ Historie of mythe Het moderne historisch onderzoek cijfert Jezus weg uit de geschiedenis en voert daar krachtige bewijzen voor aan. Deze bewijzen zijn niet te ontkennen, want ze worden grotendeels aan de evangeliën zelf ontleend: Christus is eenmythe. Daar valt eigenlijk niets tegenin te brengen. Maar de polemisten zien één ding over het hoofd: het doet er namelijk helemaal niet toe of Jezus al dan niet historisch heeft bestaan. Dat is de fout die iedereenmaakt, voor wie de stoffelijke wereld als enige werkelijkheid is. Jezus de Christus heeft bestaan als een levende werkelijkheid en deze constatering is niet aan tijd of plaats gebonden. Zijn existentie heeft 2000 jaar lang krachtig op de mense- lijke psyche ingewerkt. Hij was de krachtigste inspiratie- bron voor kunstenaars en hij bood vele miljoenenmensen steun en perspectief. Ook al kan het wetenschappelijk onderzoek nimmer tot een bewijs van zijn bestaan komen, zijn aanwezigheid is niet weg te redeneren. Zonder Chris- tus zou onze cultuur er niet zijn geweest en zou de mens zichzelf wellicht al duizend jaar geleden hebben uitgeroeid. Kan eenmythe dat tot stand brengen? De opvatting dat de mythe een volksverdichtsel is, is onjuist. Annie Besant definieerde eenmythe al als een ‘verslag van degenen, die de schaduwen in de fysieke stof werpen’. DeWinkler Prins spreekt van een ‘overweldigend verhaal over gebeurtenis- sen in de godenwereld’. Moderne schrijvers van standaardwerken over mythen ge- ven soortgelijke definities. Alexander Elliot spreekt van ‘ware verhalen’ uit de prehistorie betreffende schepping en oergebeurtenissen in het bestaan van de mensheid. Veronica Ions onderscheidt mythen van legenden en volks- sprookjes ‘omdat zij een grond van werkelijkheid bezitten’. Mythen hebben volgens haar een sociale, psychologische of bovenzinnelijke werkelijkheid. Wanneer Christus eenmythe genoemd wordt, duidt dat op zijn werkzaamheid in een hogere werkelijkheid. Omdie in het bewustzijn van de gewone mens te brengen was een transformatie van deze werkzaamheid nodig. De transfor- matiepersoonlijkheid is Jezus. Het kan niet ontkent wor- den dat Jezus de Christus een krachtige invloed heeft uit- geoefend en nog uitoefent op het sociale leven, de psycho- logische structuur en de bovenzinnelijke werkelijkheid. Dat zijn drie trappen waarin zijn wezen functioneert. Het verwijt dat de evangelisten aan Jezus dingen hebben toe- gedicht, die al in de mysteriën hadden plaatsgevonden, snijdt geen hout omdat juist in Christus de mysteriewijs- heid openbaar werd gemaakt. Drie van de evangelisten hebben zich alle moeite gegeven omhet Christus-gebeu- ren te verstoffelijken, vermoedelijk omhet daardoor bij het volk te brengen. Alleen de schrijver van het Johannes- evangelie verwoordde het gebeurde geestelijk. Daardoor is dat het meest bekritiseerde evangelie geworden. De vraag of er al dan niet eenmens Jezus op Aarde heeft geleefd is weinig relevant. Hij heeft gelééfd en in Christus leeft hij voort; dat is de hoofdzaak. De levensgeschiedenis van Jezus, zoals beschreven door Marcus, Mattheus en Lucas is daar een afschaduwing van. Hoeveel daarvanmet Johan Pameijer

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=