14(3)17

19 Reflectie jaargang ı4 nummer 3, najaar 20ı7 overgenomen. Bovendien werden in de tijd van Patan- jali teksten nauwelijks op schrift gesteld, maar uit het hoofd geleerd. Vervolgens werden de aldus geleerde teksten diepgaand bestudeerd. De vier eigenschappen die de geest verheffen Patañjali zegt (in Soetra 1.33): De geest wordt gezuiverd door vriendelijkheid, mededogen, blijdschap en onverschillig- heid ten aanzien van tegengestelden aan te kweken. Deze vier eigenschappen vormen een duidelijk schild tegen de inwerking van onze kortzichtigheid en onze innerlijke vijanden die daarmee gepaard gaan: lust, woede en boosheid, hebzucht, waan en misleiding, verslaving, en afgunst. Stap voor stap zullen we ons beter en gelukkiger voelen. Rust en vrede komen in beeld als praktische propositie. Deze vier kwaliteiten vormen de basis voor een universele verbondenheid waardoor allerlei onzuiverheden en perverse toestan- den in onze geest opgelost worden. Onze verslaving aan sensueel genot vermindert en we raken steeds meer geïnteresseerd in onze goddelijke oorsprong en natuur die ons dagelijkse leven beïnvloeden. Alles is afhankelijk van de innerlijke staat van onze geest. We handelen al naar gelang de wensen en ver- langens die in onze geest oprijzen. Als we aan de slag gaan en ons gaan toeleggen op het schoonmaken en zuiveren van de geest, zullen onze wensen en verlan- gens zuiverder worden. Dan worden onze handelingen vanzelf ook zuiverder, krachtiger en standvastig. Als de geest vol onzuiverheden en vol twijfels blijft, zullen onze handelingen onzuiver blijven, krachteloos en tijdelijk. Wij vormen onderdeel van de schepping. De schepping is als een toneel of een film en daarom is het noodzake- lijk dat we innerlijk stil kunnen blijven zonder ons te laten meeslepen door allerlei bewegingen in onze geest en om ons heen. Alleen dán kunnen we echt van de film genieten. We leren dan om toe te kijken hoe hoofd, hart en lichaam samenwerken, elkaar beïnvloeden en functioneren. Het vermogen om te blijven toekijken is een eerste vereiste om ons verder te ontwikkelen in bewustzijn. Door toe te kijken kunnen we tot inzicht en begrip komen, om vervolgens te veranderen, als we daartoe besluiten. Door een beroep te doen op ons bewustzijn, doen we een beroep op onze innerlijke eenheid en zuiverheid. Als zodanig is ons bewustzijn zuiver, één en onbegrensd; onze goddelijke oorsprong. Om dit in te zien dient onze geest tot rust te komen en helder, schoongemaakt te zijn. Als ik vragen zou stellen hoe het is gesteld met ons vermogen om altijd vriendelijk te blijven, in alle om- standigheden, hoe we uit eigen ervaring kunnen spre- ken over de betekenis en reikwijdte van mededogen, hoe dikwijls we innerlijk blij zijn en hoe we met tegen- gestelden omgaan, dan zal het antwoord meestal ontwijkend zijn of hoogstens aangeven dat er nog wel wat werk is te verzetten . Maar als ik tegelijkertijd de vraag zou stellen hoe het is gesteld met onze ambitie om een zekere mate van wel- stand en van welzijn te bereiken voor onszelf en voor onze kinderen, dan zal het antwoord meestal zijn dat we daar druk mee bezig zijn en dat we in mindere of meer- dere mate op die weg gevorderd zijn . Meestal blijkt dat we ons veel moeite getroosten om vorderingen te maken bij het veilig stellen van een comfortabel en veilig bestaan in de fysieke wereld... Terwijl het schoonmaken of zuiveren van ons innerlijk geen of nauwelijks aan- dacht krijgt. Het lijkt meestal een luxe te zijn die niet op ons prioriteitenlijstje past of pas aan de orde komt als we AOW trekken en met pensioen zijn. Toch is onze relatie met de tijdloze en goddelijke kant in onszelf de beste garantie voor welzijn en geluk, hoewel die zich per definitie niet in de hoogte van onze bankrekening laten afmeten. De eerste stap: het aankweken van vriendelijkheid Onze prioriteiten liggen, ondanks de schijn van het tegendeel, vrijwel altijd bij onze relatie en omgang met ons fysieke bestaan. Dat die relatie rechtstreeks af­ hankelijk is van de helderheid en zuiverheid van ons innerlijk willen we liever niet inzien. Hier ligt een groot struikelblok voor verdere ontwikkeling in bewustzijn. We zouden de vier kwaliteiten die de wijze Patanjali ons meegeeft eens kunnen uitproberen. Laten we dan beginnen met vriendelijkheid en laten we proberen om in alle omstandigheden vriendelijk te blijven. Het merk- waardige feit doet zich hier voor dat we er niet over hoeven na te denken hoe we dit voor elkaar kunnen krijgen. Ons innerlijk weet heel goed hoe we in iedere omstandigheid vriendelijk kunnen blijven, als we dat willen. De kennis is beschikbaar maar de innerlijke motivatie, onze wil, laat het dikwijls afweten. Alleen dat is al een forse uitdaging, die, hoe dan ook, zeer de moeite waard is om uit te proberen. Het is uiteindelijk een kwestie van de wil. Vriendelijk blijven als de omstandigheden gunstig zijn is voor de meesten van ons geen enkel probleem. Maar Over de auteur Paul van Oyen (1944) was bankier en is filo- soof en schrijver van 16 titels rondom oos- terse en westerse filosofie. Hij publiceerde vertalingen van en commentaren op (o.a.) de volgende werken: het Evangelie van Markus; het Evangelie van Thomas; het Evangelie van de Waarheid; het Evangelie van Maria Magdalena; het Evange- lie van Issa (over Jezus in India); de Bhagavad Gita; Shankara’s Vivekacudamani ( de Rede als Bekroning ). Eigen werk van hem omvat: Het Enneagram volgens Gurdjieff en Ouspensky . In voorbereiding zijn: het Evangelie van Johannes en een herziene versie van het Evange- lie van Maria Magdalena.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA2NzQ=